(RGBUSBR005)
Leerdoelen.............................................................................................................................. 1
1. Samenvatting verplichte literatuur................................................................................... 2
Grondrechten Algemeen.................................................................................................... 2
Stap 1 (beperking van grondrechten).................................................................................3
Stap 2 (beperking van grondrechten).................................................................................3
2. Samenvatting aanvullende literatuur............................................................................... 5
Leijten, ‘De Urgenda-zaak als mensenrechtelijke proeftuin............................................... 5
Leerdoelen
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en
actief bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten kunt u …
1. belangrijke algemene leerstukken van grondrechten die reeds aan bod kwamen bij
ISBR (m.n. het onderscheid tussen typen grondrechten en de reikwijdte en beperking
van grondrechten) uitleggen;
2. de belangrijkste verschillen tussen de grondrechtenbescherming door en de
beperkingssystematiek van de Grondwet, het EVRM en het
EU-Grondrechtenhandvest benoemen en de beperkingssystematiek van de
Grondwet en het EVRM toepassen op een casus;
3. uitleggen in welke relaties grondrechten gelden en wat horizontale werking van
grondrechten inhoudt;
4. uitleggen wat bedoeld wordt met het leerstuk van de positieve verplichtingen.
, 1. Samenvatting verplichte literatuur
Grondrechten Algemeen
Klassieke en sociale grondrechten:
1. Klassieke grondrechten
a. In beginsel onthouding van overheidsbemoeienis
b. Burgers vrijlaten
c. Burger kan zich hier rechtstreeks op beroepen
2. Sociale grondrechten
a. Recht op onderwijs
b. Recht op huisvesting
c. Inspanningsverplichting, burger kan zich hier niet rechtstreeks op beroepen
Werking van grondrechten
1. Verticaal
a. Staat-burger
i. Ruime opvatting: ook met privaatrechtelijk handelen (Rasti Rostelli)
b. Staat-burger in bijzondere rechtspositie (Bijv. Gedetineerden)
2. Horizontaal (tussen burgers > lastig want grondrechten kunnen onderling wringen)
a. Direct versus indirect horizontale werking
i. Direct > niet mogelijk
ii. Indirect > werkt door in bestaande normen zoals R&B (HR turkse
werkneemster r.o. 3.3)
1. Variant 1 – Positieve verplichtingen tot wetgeving
2. Variant 2 – Positieve verplichting tot rechterlijke
EVRM-toepassing (EHRM Khurshid/Sweden r.o. 48)
3. Zie ook 1 en 34 EVRM
a. Zweedse rechters (dus niet meer volledig horizontaal)
hadden recht op informatie niet voldoende
gewaarborgd tussen partijen
Negatieve en positieve verplichtingen
1. NEGATIEVE verplichtingen > resultaatverplichting (staat mag geen inbreuk maken
op grondrechten)
2. POSITIEVE verplichtingen > Inspanningsverplichting (staat is verplicht om
grondrechten te verzekeren)
a. MATERIËLE positieve verplichtingen: Plicht tot effectieve bescherming van
grondrechten > meestal preventief (voorkomen van schending)
b. PROCEDURELE positieve verplichtingen: Bijv. zorgvuldige besluitvorming of
effectieve rechtsbescherming
Hoe bepalen of er een positieve verplichting is?
1. Methode 1 Fair- balance-toets
a. Kijk naar balans tussen belangen van samenleving en die van het individu
i. Vaak toegepast bij art. 8, 9, 10 EVRM (bijv. toekennen speciale
voorzieningen voor gehandicapten; toegang tot overheidsinformatie)
2. Methode 2 Reasonable-knowledge-and-means-toets