recht (RGBUSBR005)
Leerdoelen.............................................................................................................................. 1
1. Samenvatting verplichte literatuur................................................................................... 2
Toetsingsverbod................................................................................................................. 2
Constitutionele remedies rechter: Rechtsvorming (94GW).......................................... 2
Constitutionele remedies rechter: Bevel tot Wetgeving................................................2
Rechterlijke neutraliteit....................................................................................................... 3
2. Samenvatting aanvullende literatuur............................................................................... 5
Leijten & Loven, ‘Rechterlijke toetsing aan de grondwettelijke grondrechtenbepalingen:..5
Leerdoelen
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en
actief bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten…
1. kunt u de organisatie van de rechtspraak in Nederland beschrijven;
2. kunt u een onderscheid maken en toelichten tussen verschillende vormen van
rechterlijke onafhankelijkheid;
3. weet u welke eisen en waarborgen ten aanzien van onafhankelijkheid het
Nederlandse en Europese (constitutionele) recht bevat;
4. bent u in staat om de rechtsvormende taak van de rechter te beschrijven en kunt u
de buitengrenzen van de rechtsvormende taak van de rechter, zoals die zijn
neergelegd in de jurisprudentie, uitleggen en toepassen;
5. kunt u het constitutioneel toetsingsverbod van art. 120 Gw uitleggen en aangeven tot
hoe ver het toetsingsverbod reikt.
, 1. Samenvatting verplichte literatuur
Toetsingsverbod
Achtergrond: trias politica
Wat als WIF in strijd is met hogere wetgeving?
Beperking door toetsingsverbod (art. 120 Grondwet):
1. EU-recht en internationaal recht met rechtstreekse werking
2. Statuut
a. 5 lid 2 Statuut: Grondwet neemt bepalingen van Statuut in acht
3. Grondwet
4. Wet in formele zin (WIF)
a. Toetsingsverbod 120 Gw: WIF en vedragen niet toetsen aan:
i. GW
ii. Statuut (HR Harmonisatiewet r.o. 4.6)
iii. rechtsbeginselen (HR Harmonisatiewet r.o. 3.6)
b. 94 Grondwet: Wel WIF toetsen aan verdragen;
c. Wel lagere wetgeving toetsen aan grondwet
5. Lagere regelgeving: AMvB/Min-regeling/Prov-Gem verordening
Constitutionele remedies rechter: Rechtsvorming (94GW)
Rechtsvorming= uitwerken van vage/open normen in geschreven recht
- Problematisch: Rechter niet democratisch gelegitimeerd + minder goed uitgerust
om kwalitatieve rechtsregels op te stellen
- Kritiek: ‘dikastocratie’, ‘rechterlijk activisme’, op de stoel van wetgever of bestuur
gaan zitten’
Art. 94 Grondwet:
1. Verdragsconforme interpretatie
a. Indien geen contra legem werking oplevert
2. Buiten toepassing laten nationale recht (als ieder verbindende bepaling is)
a. HR arbeidskostenforfait r.o. 3.15:
i. Rechter mag bij rechtstekort rechtsvormend optreden indien antwoord
duidelijk voortvloeit uit de wet
ii. Als meerdere keuzes mogelijk en afhankelijk is van overheidsbeleid
(politieke keuze), moet rechter keuze aan wetgever laten
iii. Als de wetgever vervolgens nalaat om in te grijpen dan mag de
rechter wel een keuze maken
Constitutionele remedies rechter: Bevel tot Wetgeving
Startpunt is vaak een resultaatsverplichting in een richtlijn
- Geen rechtstreekse werking > burger afhankelijk van richtlijnconforme interpretatie.
HR Waterpakt r.o. 3.5: Rechter mag niet bevelen tot wetgeving