Nieuw mastervak, eerste keer dat ze hem geven dus alle feedback is welkom
Afsluiting met 2 interactieve colleges waarbij casuïstiek uit de praktijk worden behandeld
Opgegeven literatuur moet gelezen worden, tip is: doe dit voor de colleges
De open vragen zijn gelinkt aan interactieve colleges
Graag feedback doorgeven als dat er is via de survey
Complex systeemperspectief:
- Komt vanuit natuurkunde/wiskunde
- Voordeel is dat het taal en concepten geeft om complexiteit te verklaren en te beschrijven
maar ook een toolkit hoe je vragen uit de complexiteit kan bestuderen
Wat is een systeem: Ingewikkeld vs. Complex
- Definitie: een systeem is een set van gerelateerde componenten die samenwerken in een
specifieke omgeving die elkaar beïnvloeden op welke manier dan ook
- Kunnen eenvoudig, ingewikkeld of complex zijn
- Bij ingewikkeld en complex spelen er meerdere componenten mee, simpel is er maar 1.
Gecompliceerd is het een kettingreactie en bij complex is het wederzijds. Bij ingewikkeld
volgen er reacties op elkaar, bij complexe systemen zijn er feedback loops.
- Eenvoudig/ingewikkeld: kun je begrijpen en fixen door ze uit elkaar te halen en de losse
onderdelen en hun interactie te bestuderen. Gestandaardiseerde procedure & expertise
afhankelijk van hoe ingewikkeld het systeem/vraagstuk. Grote kans op succes bij volgen van
procedure & toenemende ervaring.
- Complexe systemen: onderdelen zijn wederzijds afhankelijke, creëren emergentie (= het
geheel) patronen die niet terug te brengen zijn naar een enkele oorzaak (geheel is meer dan
de som der delen). Flexibiliteit en aanpassing belangrijk & expertise kan helpend zijn maar is
geen garantie. Zijn lastig te voorspellen op de lange termijn. Levende systemen zijn altijd
complex.
- Snel de neiging om complexe systemen (bijv. psychopathologie) te benaderen vanuit
eenvoudige/ingewikkelde systemen, terwijl het complex is. Bepaalde factor heeft niet een
absoluut effect.
Wederzijdse afhankelijkheden & feedback loops
- Wederzijdse afhankelijkheid: het is geen puzzel, maar een geweven stof. Je kan de losse
componenten niet uit elkaar halen, de bijdrage van losse componenten is niet stabiel en niet
kan los van de invloed van de andere componenten gezien worden. Problemen kunnen niet
begrepen worden door de losse onderdelen in isolatie te bestuderen.
- Feedbackloops:
Balancing/negatieve feedbackloop: zorgt voor stabiliteit (+/-), kind huilt, moeder troost,
kind stopt met huilen.
Reinforcing/positieve: dingen versterken elkaar (+/+), hoeveel mensen gaan rennen, hoe
meer de paniek toeslaat, hoe meer mensen gaan rennen. Exponentiële groei, systeem
gaat destabiliseren. Dit hoeft dus niet perse positief/negatief te zijn, maar gaat erom dat er
1
, groei is. Kan ook dat iemand enthousiast is, vrienden reageren positief, jij bent blij dat hun
positief zijn etc.
- Ideografische systeem modellen: client en professional proberen samen een netwerk te
maken van wat er speelt bij een bepaald persoon. Gaat om concrete gedachtes/bewegingen
die kunnen veranderen.
In complexe systemen kan je de componenten niet los van elkaar zien. Ze staan allemaal in
verbinding tot elkaar.
Emergentie & zelforganisatie
- Emergente patronen ontstaan door interactie op micro niveau, voorbeeld hiervan is beweging:
er zijn veel spieren die verschillende subsystemen hebben. Je kan het niet terugbrengen naar
individuele componenten.
- Zelforganisatie: het zijn zelf-organiserende patronen. Zoals een groep vogels die vliegt, dat is
niet 1 iemand die dit aanstuurt maar de samenhang tussen de vogels.
- Risicovol gedrag: gekeken naar interacties met stoere en brave leeftijdsgenoot. Hier keken ze
naar hoelang spreken ze over illegale/foute dingen. Als het een koppel is waar ze beide dat
gedrag hebben is dit versterkend en praten ze er veel over, als je met een brave
leeftijdsgenoot zit dan gaan ze er niet echt opin. Dezelfde persoon laat dus ander gedrag zien,
afhankelijk met wie die gepaard is.
2
, Als iemand ‘stoer’ gedrag vertoont en interacteert met een ‘stoere’ leeftijdsgenoot versterkt dit gedrag.
Als dit met een ‘brave’ leeftijdsgenoot is, dan dooft dit sneller uit.
Attractoren & faseovergangen
- Attractoren: emergente patronen die zichzelf in stand houden (ze zijn niet aangeboren!). Het is
nog steeds het resultaat van een proces van voortdurende transacties. Dynamisch patroon die
het gedrag van het systeem ‘aantrekt’ (positief/negatief). Attractoren zijn ‘soft-assambled’,
geen aangeboren eigenschappen. Attractoren zijn resistent, neiging om steeds in terug te
vallen.
- Om te veranderen van toestand moet het landschap veranderen. Het positieve kuiltje, moet
dieper blijven dan het negatieve kuiltje. Je moet zelf leren hoe je dit moet doen.
- Als mensen verbeteren dan ga je door een periode van destabilisatie, daarna heb je
ruimte/nieuwe manieren om met elkaar om te gaan. Je reageert tijdelijk minder voorspelbaar.
Betekent niet dat het altijd beter daarna.
Hier zie je hoe attractoren zichzelf in stand
houden.
Hier zie je de overgang tussen verschillende
attractoren (de kuilen).
3