Leereenheid 3:
- 13 januari 1879, Meerenberg;
In dit arrest (landmark-case) van de Hoge Raad uit 1879 werd uit het stelsel van de
Grondwet afgeleid, dat de Koning slechts op grondslag van hetzij een specifieke
delegerende wet, hetzij een uitdrukkelijke grondwetsbepaling tot de vaststelling van
algemene maatregelen van bestuur bevoegd zou zijn. Deze oplossing vooronderstelde dat
algemene maatregelen van bestuur altijd burgers bindende bepalingen bevatten.
Leereenheid 4:
- HR APV, Tilburg
In het APV Tilburg-arrest maakte de Hoge Raad uit dat het openbaren het zich in druk
uiten, dat wil zeggen het drukken en uitgeven, bevat, en dat het begrip ‘wet’ in de
clausulering opgevat moet worden als formele, repressieve wet. Daarom maakte de Hoge
Raad verschil tussen het openbaringsrecht en een daarvan te onderscheiden recht om
gedrukte stukken te verspreide, openlijk tentoon te stellen of op andere wijze in het
openbaar aan het publiek bekend te maken (verspreidingsrecht art. 7 lid 1 Gw).
- HR Wilders II;
Uit dit arrest volgt dat bij de vraag een beperking van de vrijheid van meningsuiting is
toegestaan, acht moet worden geslagen op de beperkingssystematiek van artikel 10 lid 2
EVRM en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van Mens (EHRM). Om
te beoordelen of een inbreuk op artikel 10 EVRM gerechtvaardigd is, dient ingevolge het
tweede lid van artikel 10 EVRM te worden bezien (1) of de inbreuk bij wet is voorzien, (2)
of het desbetreffende verbod een legitiem doel dient (als bedoeld in de opsomming van
artikel 10 lid 2 EVRM) en ten slotte (3) of de inbreuk (een veroordeling) in dit geval
noodzakelijk is in een democratische samenleving. Met dat laatste wordt bedoeld of de
beperking proportioneel is in het licht van het met de beperking nagestreefde doel.
Leereenheid 5:
- HR 14 april 1989, Harmonisatiewet.
In dit arrest bepaalde de Hoge Raad dat wetten in formele zin niet mogen worden
getoetst aan het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. De studenten stellen dat de
Harmonisatiewet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Dit beginsel is onder
andere vastgelegd in artikel 43 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. De
studenten beroepen zich dan ook op strijd met in de eerste plaats het Statuut en in de
tweede plaats het rechtsbeginsel zelf.
Leereenheid 9:
- HR 13 februari 1922, Wilnisser Visser;
De Hoge Raad verklaarde de verbodsbepaling onverbindend omdat deze geen
betrekking mocht hebben op het vissen in privéwater. Daarover heeft de gemeente
immers geen zeggenschap. Indien de gemeente Wilnis haar voorschriften zodanig
opgesteld had dat zij uitsluitend betrekking hadden op een verbod tot vissen in
openbaar water binnen de gemeente dan wel in water dat vanaf of vanuit openbare
land- of waterwegen zichtbaar is, zou wel kunnen worden aangenomen dat er sprake