De Drie Componenten van Geheugen
Het informatieverwerkingsmodel ziet de geest als een computer met drie opslagplaatsen:
Component Functie Capaciteit Duur
Zintuiglijk geheugen Houdt voor een zeek korte Zeer groot (alle 0,2 – 5 sec.
(Sensorisch) periode alles vast wat input).
zintuigen bedrukt.
Werkgeheugen De informatie is buiten ons Beperkt (5-9 Enkele
(KTM) bewustzijn in het items). seconden.
langetermijngeheugen
aanwezig en verschijnt pas
weer in ons bewustzijn als
deze teruggehaald naar het
kortetermijn- of
werkgeheugen voor actieve
verwerking.
Langetermijn Passieve opslag van Onbeperkt. Een leven
geheuegn (LTM) kennis. lang.
● Aandacht: De "poortwachter" die bepaalt welke info van het zintuiglijk geheugen
naar het werkgeheugen gaat.
● Coderen: Het proces van het werkgeheugen naar het LTM.
● Ophalen (Retrieval): Info uit het LTM terugbrengen naar het werkgeheugen.
Besturingsprocessen
● Automatisch: Kost geen inspanning, kan tegelijk met andere taken (bijv. fietsen,
lezen in moedertaal).
● Niet-automatisch (Inspannend): Vereist bewuste aandacht, verstoort andere
processen (bijv. een moeilijke som, autorijden tijdens de eerste les).
● Stroop-effect: Het blijkt dat de snelheid waarmee je de kleuren kunt noemen
afhankelijk is van het Stroop interferentie effect: de linker is het makkelijkst omdat de
gedrukte kleur overeenkomt met de beschreven kleur, de middelste is het moeilijkst
omdat de kleur niet overeenkomt met de beschreven kleur en de rechter zit er
tussenin omdat het woord auto niets met de kleur te maken heeft.
,Aandacht & Sensorische systemen
● Pre-attentieve verwerking: Tijdens de pre-attentieve verwerking wordt alle
sensorische informatie beoordeeld op relevantie en gevaar.
● Top-down controle: Vanuit de hersenen wordt bepaald welke informatie uiteindelijk
relevant is om doorgelaten te worden vanuit het zintuiglijke geheugen naar het korte
termijn geheugen om te worden verwerkt. De hersenen bepalen dit op basis van
eerder opgeslagen ervaring en kennis.
● Cocktail Party Effect: Je vermogen om één stem te filteren in een luidruchtige
kamer.
● Echoïsch geheugen: Auditief sensorisch geheugen (blijft 8-10 sec hangen).
● Iconisch geheugen: Visueel sensorisch geheugen (blijft <1 sec hangen).
○ Experiment: Gorilla experiment (Inattentional blindness): Je ziet de gorilla niet
omdat je aandacht volledig op de bal ligt.
Het Werkgeheugen-model (Baddeley)
Het werkgeheugen is geen 'bakje', maar een systeem van drie delen:
1. Fonologische lus: Herhalen van woorden/geluid.
2. Visueel-ruimtelijk schetsblok: Vasthouden van beelden/kaarten.
3. Centrale uitvoerder: De "baas" die alles coördineert en info ophaalt uit het LTM.
Structuur van het Langetermijngeheugen (LTM)
Het LTM is onderverdeeld in twee hoofdcategorieën:
A. Expliciet (Declaratief) – Bewust benoembaar
● Episodisch geheugen: Persoonlijke ervaringen (bijv. "Mijn laatste vakantie").
Vluchtiger.
● Semantisch: Feiten en algemene kennis (bijv. "Parijs is de hoofdstad van Frankrijk").
● Impliciet geheugen: Het impliciet geheugen bevat routines die ons gedrag vormen
zonder dat we er bewust de aandacht op vestigen. Sterker nog: bewuste aandacht
kan de uitvoering van deze taken juist verslechteren.
● Expliciet geheugen: Is het soort geheugen dat gemakkelijk teruggebracht kan
worden in ons bewustzijn en dat we verbaal kunnen beschrijven
● Procedureel geheugen: Motorische vaardigheden en gewoonten (bijv. fietsen,
typen). In de leerfase is aandacht nodig, maar bij beheersing wordt het een onbewust
proces.
● Priming: Het (onbewust) sneller herkennen van informatie doordat je kort daarvoor
een gerelateerde prikkel hebt gehad. Dit vormt de brug tussen het impliciete en
expliciete geheugen.
, Geheugenverlies & Neurologie
● Patiënt H.M. (Temporaalkwab verlies): Na verwijdering van de hippocampus kon hij
geen nieuw expliciet LTM meer aanmaken (anterograde amnesie). Zijn impliciet
geheugen bleef intact: hij kon wel nieuwe motorische vaardigheden leren, maar wist
niet dat hij ze geleerd had.
● Infantiele amnesie: Het onvermogen om herinneringen uit de vroege kindertijd op te
slaan.
○ Oorzaak 1: Gebrek aan taalontwikkeling (Simcock & Hayne: herinneringen
worden gecodeerd in de taalvaardigheid van dat moment).
○ Oorzaak 2: Onvoldoende ontwikkeld zelfgevoel (tot ± 4 jaar).
○ Oorzaak 3: De prefrontale cortex is nog niet volgroeid.
Coderen en Onthouden (LTM-strategieën)
Er zijn twee manieren van herhaling (rehearsal):
1. Repeterend onderhouden: Info kortstondig in het werkgeheugen houden.
2. Coderende herhaling: Info overbrengen naar het LTM via: Doormiddel
van Uitegebreide herhaling en begrijpen:
○ Elaboratie (Uitwerken): Nieuwe info koppelen aan bestaande kennis/logica.
○ Organisatie (Chunking): Informatie onderling groeperen in betekenisvolle
eenheden.
○ Hiërarchische structuur: Informatie ordenen van algemeen naar specifiek
(meest effectief).
○ Visualisatie: Gebruik van mentale beelden (bijv. de 'mentale wandeling' of
'Method of Loci').
Consolidatie & Ophalen
● Consolidatie: Het proces waarbij labiele (onstabiele) herinneringen in de
hippocampus worden omgezet in stabiele herinneringen in de cerebrale cortex.
● Als stabiele herinneringen worden opgeroepen, worden ze tijdelijk weer labiel en
kunnen er wijzigingen aan worden gebracht.
○ Slaap: Slapen kort na het leren helpt met informatie opslaan. Vooral als je na
het wakker worden de stof weer opnieuw ophaalt.
● Doormiddel van associaties wordt informatie in het geheugen opgeslagen:
○ Contiguïteit: Twee zaken die tegelijk zijn ervaren (appel → kleur rood).
○ Gelijkenis: Zaken met dezelfde eigenschappen (appel → roos, want beide zijn
rood).
○ Hoe meer associaties hoe makkelijker iets wordt onthouden.
● Context-effect: Informatie is makkelijker op te halen in dezelfde omgeving of geur
waarin het geleerd is.