NE2V23002 De Nederlandse
taal: systeem en variatie
Week 1: samenvatting:
Les 1:
Plato’s probleem: mensen zijn in staat vaardigheden ondanks gebrek aan
ervaring.
Het leerproces bij, en resultaat van primaire taalverwerving is bijzonder, en de
moeite waard om te onderzoeken, stelt Chomsky.
Competence= kennis waar moedertaalsprekers over beschikken.
Resultaat van het proces genaamd taalverwerving en deze kennis is uniform
over de populatie.
Een normaal leerproces kent grote variatie in resultaten over de populatie
door psychologische factoren als aanleg, intelligentie, geheugen, concentratie,
motivatie en de leraar.
Tegenwerping critici: een taal is erg gemakkelijk, echter, Chomsky stelt dat taal
een complex systeem is.
Enkele uitzonderingen op uniformiteit van competence-verwerving:
woordenschat, spelling, esthetiek, taalfouten. Dit behoort niet tot de
competence.
De resultaten van het leerproces zijn zo bijzonder dat onderzoekers zich
afvragen of het wel een leerproces is of eerder een ‘groeiproces’, ook voor
groeiprocessen van ledematen geldt immers dat het resultaat ervan hogelijk
uniform is over de populatie.
Echter, er is wel instructie voor nodig. Kinderen die geen taalinput krijgen,
leren geen taal aan.
Tevens is er wél onderwijs nodig voor spelling, lezen en schrijven etc., dat
hoorde ook niet bij de talige competence.
Bijzonder is dat ouders nooit expliciet aan hun kinderen de regels van de taal
uit hoeven te leggen.
Daarbij beschikken kinderen over meer kennis van hun moedertaal dan de
input die door hun ouders wordt gevormd. Kinderen krijgen alleen maar
positieve feedback. Zo weten ze alleen welke zinnen welgevormd zijn.
Onwelgevormde zinnen worden nooit uitgesproken dus horen ze nooit, ze
krijgen geen negatieve evidentie.
Prototypetheorie: concepten worden niet gedefinieerd maar ze groeperen zich rond
centrale prototypische voorbeelden.
taal: systeem en variatie
Week 1: samenvatting:
Les 1:
Plato’s probleem: mensen zijn in staat vaardigheden ondanks gebrek aan
ervaring.
Het leerproces bij, en resultaat van primaire taalverwerving is bijzonder, en de
moeite waard om te onderzoeken, stelt Chomsky.
Competence= kennis waar moedertaalsprekers over beschikken.
Resultaat van het proces genaamd taalverwerving en deze kennis is uniform
over de populatie.
Een normaal leerproces kent grote variatie in resultaten over de populatie
door psychologische factoren als aanleg, intelligentie, geheugen, concentratie,
motivatie en de leraar.
Tegenwerping critici: een taal is erg gemakkelijk, echter, Chomsky stelt dat taal
een complex systeem is.
Enkele uitzonderingen op uniformiteit van competence-verwerving:
woordenschat, spelling, esthetiek, taalfouten. Dit behoort niet tot de
competence.
De resultaten van het leerproces zijn zo bijzonder dat onderzoekers zich
afvragen of het wel een leerproces is of eerder een ‘groeiproces’, ook voor
groeiprocessen van ledematen geldt immers dat het resultaat ervan hogelijk
uniform is over de populatie.
Echter, er is wel instructie voor nodig. Kinderen die geen taalinput krijgen,
leren geen taal aan.
Tevens is er wél onderwijs nodig voor spelling, lezen en schrijven etc., dat
hoorde ook niet bij de talige competence.
Bijzonder is dat ouders nooit expliciet aan hun kinderen de regels van de taal
uit hoeven te leggen.
Daarbij beschikken kinderen over meer kennis van hun moedertaal dan de
input die door hun ouders wordt gevormd. Kinderen krijgen alleen maar
positieve feedback. Zo weten ze alleen welke zinnen welgevormd zijn.
Onwelgevormde zinnen worden nooit uitgesproken dus horen ze nooit, ze
krijgen geen negatieve evidentie.
Prototypetheorie: concepten worden niet gedefinieerd maar ze groeperen zich rond
centrale prototypische voorbeelden.