Hoofdstuk 1:
(Belang van) een onderzoekende beroepshouding
De beroepspraktijk vraagt om professionals met een onderzoekende
beroepshouding die samen met belanghebbenden vraagstukken vanuit
verschillende perspectieven kunnen en willen bekijken, kennis uit
onderzoek van anderen kunnen toepassen en zelf onderzoek kunnen doen.
Dit kader= reflectieve professional
De onderzoekende houding vormt de basis voor je beroepsuitoefening
helpt je om impliciete kennis en onderliggende denk- en
besluitvormingsprocessen van zowel jezelf als je collega’s te expliceren.
Een onderzoekende beroepshouding= (visies)
- Open houding: voor nieuwe indrukken, bereid tot perspectiefwisseling, wil
begrijpen, wil delen
- Kritische houding: willen nagaan of iets klopt, willen onderbouwen, willen
verantwoorden
- Creatieve houding: gericht op vernieuwing, wil voortbouwen, wil toevoegen
Hoofdoelen van onderzoek
- Je wilt theorieën ontwikkelen of toetsen,
Levert op: kennis die generaliseerbaar is.
Theorie= geheel van logisch samenhangende uitspraken die samen
een deel van de werkelijkheid proberen te verklaren
- Kennis toepasbaar willen maken in een brede beroepscontext,
Levert op: oplossingen voor generieke problemen
- Op zoek willen gaan naar antwoorden op vragen in een specifieke
beroepssituatie, met als doel deze situatie beter te begrijpen en
waar nodig te verbeteren.
Levert op: kennis die in eerste instantie alleen van toepassing is op
specifieke beroepscontext
Fundamenteel onderzoek= het accent ligt op de ontwikkeling en
toetsing van theorie
(Kennis is generaliseerbaar)
Toegepast onderzoek= het accent ligt op kennis die tot de oplossing
van generieke problemen wil bijdrage, dit levert nieuwe kennis op, zodat
er effectiever gehandeld kan worden.
(Kennis is probleem gebonden)
,Praktijkonderzoek= professionals in hun eigen beroepspraktijk
onderzoek doen, met als doel deze praktijk beter te leren begrijpen of te
verbeteren.
(Kennis is probleem gebonden in een specifieke context)
Onderzoek benaderingen
Onderzoeksbenaderingen= de verschillende opvattingen over wat goed
onderzoek is
Paradigma’s= opvattingen die gebaseerd zijn op hoe we denken over
sociale werkelijkheid en over hoe kennis verworven wordt
3 belangrijke Onderzoeksbenaderingen:
- De positivistische onderzoeksbenadering= kennis is gebaseerd op
dat wat direct waarneembaar is; er is 1 bestaande werkelijkheid
- De constructivistische of interpretatieve onderzoeksbenadering= er
kunnen meerdere interpretaties van de werkelijkheid naast elkaar
bestaan.
- De kritisch-emancipatorische onderzoeksbenadering= kennis is niet
waardevrij en dat deze bepaald wordt door de mensen met de
macht. Onderzoek moet bijdragen aan processen die emancipatie
van bepaalde groepen bevorderen en mensen in staat stellen hun
eigen omgeving te veranderen.
Evidence- based practice (EBP) & Practice-based
evidence (PBE)
Evidence-based practice= zorgvuldig gebruikmaken van het huidige,
beste bewijsmateriaal om beslissingen te nemen met individuele cliënten
om de zorg- en/of dienstverlening te verbeteren.
Kanttekening van de Raad voor Volksgezondheid: het benutten van extern
bewijs in lokale situatie meer is dan alleen implementatie
Practice-based evidence= gaat uit van het idee dat kennis over het
handelen van een professional ontstaat in de specifieke context ban de
beroepspraktijk en dat die kennis evolueert door de interactie tussen de
personen die in deze context een belangrijke rol spelen.
Verschil EBP & PBE= evidence bij EBP onder wetenschappelijke
condities verkregen wordt en dan vertaald wordt naar de praktijk, terwijl
PBE evidence onder realistische condities verkregen wordt en dan
eventueel in een volgende stap verder onderzocht kan worden.
Overeenkomsten EBP & PBE= beide gaan uit van een onderzoekende
professional die onderzoeksvaardig is en reflecteert op zijn dagelijks
handelen, ontwikkelingen kritisch volgt, beroepskennis en vaardigheden
,actief onderhoudt en bijdrage levert aan de kennisbasis van de
beroepsgroep, om uiteindelijk de cliënt beter van dienst te kunnen zijn.
(Definitie) praktijkonderzoek
Praktijkonderzoek= onderzoek dat richt op het beter leren begrijpen
en/of verbeteren van de eigen praktijk
Definitie die word gehanteerd in het boek= praktijkonderzoek in zorg en
welzijn is onderzoek dat wordt uitgevoerd door zorg- en dienstverleners,
waarbij op systematische wijze in interactie met de omgeving antwoorden
verkregen worden op vragen die ontstaan in de eigen beroepspraktijk en
gericht zijn op verbetering van deze praktijk.
Kernactiviteiten van praktijkonderzoek
De cyclus voor praktijkonderzoek omvat 6 kernactiviteiten, deze zijn met
elkaar verbonden en volgen elkaar op. Je start je praktijkonderzoek met
een analyse van je praktijkprobleem en zoomt steeds meer in op dat wat
je echt wilt weten.
Cyclisch karakter= (dat heeft het onderzoeksproces). Hiermee wordt
bedoeld dat je de cyclus van praktijkonderzoek en/of de innovatiecyclus
meerdere keren kunt doorlopen
Iteratief= (is ook het onderzoeksproces van aard) hiermee word
herhalend bedoeld.
De kernactiviteiten:
- Oriënteren: in beeld brengen welke praktijkproblemen er zijn
- Richten: inzoomen en het praktijkprobleem probeert af te bakenen
om tot een duidelijke onderzoeksvraag te komen. Leidt tot een
probleemstelling= bestaat uit een beschrijving van het
praktijkprobleem, de literatuurstudie, het doel van het onderzoek en
de onderzoeksvraag
- Plannen: verkent veel verschillende manieren van dataverzameling
en maakt op basis hiervan keuzes voor de vormgeving van je
onderzoeksproces
- Verzamelen: voert de geplande onderzoeksactiviteiten uit en
verzamelt data die je nodig hebt om je vraag te kunnen
beantwoorden
, - Analyseren en concluderen: je analyseert de verzamelde data.
Op basis van je analyseresultaten formuleer je concrete antwoorden
op je onderzoeksvraag in de vorm van conclusies
- Ontwerpen: (voer je alleen uit als je een ontwerpvraag hebt)
- Rapporteren en presenteren: hiervoor moet je een passend
communicatiestrategie kiezen.
Onderzoeksfuncties
Onderzoeksfunctie= maakt duidelijk wat je met je onderzoek beoogt
Verschillende onderzoeksfuncties voor een praktijkonderzoek:
- Definiërend: je probeert de verschillen en overeenkomsten in
denkbeelden van mensen over bepaalde begrippen in kaart te
brengen
- Beschrijvend: het in kaart brengen van een thema of
praktijksituatie. Je gaat op zoek naar hoe iets in elkaar zit
- Vergelijkend: de overeenkomsten en verschillen te bepalen tussen
2 of meer praktijken of tussen theorie en praktijk
- Evaluerend: systematische beoordeling op basis waarvan nieuwe
beslissingen kunnen worden genomen. De waarde van iets wordt
vastgesteld.
- Verklarend: onderzoeken of zaken daadwerkelijk met elkaar
verband houden
- Ontwerpen: direct werken aan verbetering van je eigen
beroepspraktijk door doelbewust een ontwerp in te voeren en te
testen
Kenmerken van praktijkonderzoek
- Praktijkonderzoek is een professionele leerstrategie
Het ervaringsleren is een belangrijk uitgangspunt. Om de relatie tussen
het uitvoeren van praktijkonderzoek en ervaringsleren duidelijk te maken
is er een leercyclus van Kolb: 4 stappen
1. Concrete ervaringen opdoen
2. Observeren van en reflecteren op opgedane ervaringen
3. Ervaringen waarover is nagedacht in een theoretisch kader plaatsen
en integreren, en van daaruit conclusies trekken voor het eigen
handelen
4. De conclusies actief omzetten in nieuwe gedrag en experimenteren
in nieuwe situaties