Hoofdstuk 2: Collectieve aspecten van sociaal werk
Professionaliteit kent 2 dimensies:
- Collectieve dimensie van een beroepsgroep als geheel
Alle beroepsbeoefenaren samen vormen een gemeenschap met een
gemeenschappelijke missie en gedeelde opvattingen over ‘goed werk’
- Individuele dimensie
Het handelen in specifieke casuïstiek waarin de professional binnen de
discretionaire ruimte analyseert, weegt, handelt, beargumenteert en
verantwoordt.
Verschillende aspecten van professionaliteit in de individuele en de collectieve
dimensie:
- Aspecten met een individuele dimensie of uitwerking
Gaat over hoe de professional bijvoorbeeld het aspect ‘deskundigheid’
in het dagelijks handelen tot uiting brengt
- Aspecten die aansluiten bij de collectieve aspecten
De ‘producten’, zoals de beroepscode
Beroepsprofiel= hierin beschrijft een beroepsgroep wat de missie van een beroep
is, de kerntaken, de kennisbasis en de competenties waarop het beroep rust
Eerste beroepsprofiel in NL 1987
1899 eerste opleiding voor socialen arbeid in Amsterdam
Opleidingsprofiel= hierin staat beschreven welke kennis en bouwstenen worden
aangereikt op de opleiding
Beroepsvereniging= (BPSW) ambieert de belangen van alle professionals in
sociaal werk, in meerdere sectoren en disciplines te behartigen
- Voert het tuchtrecht uit van de registers en leden met uitzondering van de
SKJ-geregistreerde
- Behartigt de belangen van haar leden: door de overheid en werkgevers te
wijzen op de autonomie van de professionals en de discretionaire ruimte
Beroepscode= het creëert geen normen, maar formuleert deze.
Gaat om het vastleggen dat er in de praktijk al een handelingsnorm is
Beroepsregister= professionals die met jeugdigen en gezinnen werken moeten
zich registeren bij stichting kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Het is een manier om
aan te tonen dat een professional beschikt over de juiste kennis en competenties
De professionele standaard= het geheel van algemeen aanvaarde normen van
de beroepsgroep. Onder andere die beroepscode, richtlijnen en veldnormen
- Ook wel concretisering van ‘goed hulpverlenerschap’ genoemd
- In de wet vooral de functie om te erkennen dat een professional beschikt
over enige discretionaire ruimte en om te wijzen op de
verantwoordelijkheid van de professional om zorgvuldig met die ruimte om
te gaan
,Professionele toetsing= een regulerend systeem voor en door leden van een
beroepsgroep
Tuchtrecht, gelijktijdig met de beroepscode in 1962 ingevoerd
Tuchtcollege= hierin nemen beroepsgenoten (professionals) die zelf ook in de
praktijk werken een belangrijke plek in bij het beoordelen van het handelen.
Belanghebbenden= door hen kunnen klachten worden ingediend bij het
tuchtrecht
Professioneel statuut= hierin staat beschreven welke afspraken de organisatie en
professional maken om de gezamenlijke ambitie te realiseren
, Hoofdstuk 3: Discretionaire ruimte
Discretionaire ruimte=
Discretionair, betekend onderscheiden
2 kernaspecten, die in verschillende termen en gradaties worden aangeduid:
- Het recht of de vrijheid of de vaardigheid van de actor
- (Die deze) gebruikt om te onderscheiden, te beoordelen, te beslissen of te
kiezen
Dat sluit aan bij hoe wij discretionaire ruimte of bevoegdheid gebruiken
Definitie op woorden.org= de vrijheid om zelfstandig te oordelen of te handelen
Discretionaire ruimte, gaat over de ruimte die je hebt om een eigen afweging te
maken of zelfstandig een oordeel te vormen
Essentieel discretionaire ruimte is meer behelst dan alleen het handelen als
uitkomst van voorliggende (denk) processen.
Focushet denkproces voorafgaand aan het handelen
Voorbeeld: Jij merkt dat een student zich terugtrekt. Je denkt na: heeft hij ruimte
nodig of juist een gesprek? Je maakt een afweging en besluit hem later rustig aan
te spreken. Dat hele denkproces valt onder jouw discretionaire ruimte.
Handelingsruimte=
Gebruikelijker om zo de discretionaire ruimte aan te duiden, maar het gaat niet
alleen over het handelen. Maar ook over oordelen en beslissen.
Handelingsruimte, gaat over de ruimte waarin je als professional het eigen
handelen kiest en vormgeeft.
Maar aan dat handelen gaan dus waarnemen, beoordelen, afwegen en beslissen
vooraf, (dit is dan dus de discretionaire ruimte?)
Focus het doen zelf, actie
Voorbeeld: Nadat je beslist om het gesprek aan te gaan, voer je het
daadwerkelijk. De manier waarop je dat doet (inhoud, timing, locatie) valt onder
jouw handelingsruimte.
Negatieve vrijheid= afwezigheid van externe dwang
Geen obstakels, beperkingen of dwang die verhinderen dat iemand vrij beslist
Bvb. Je bent geen slaaf van een ander
Positieve vrijheid= mogelijkheid op zo te handelen, dat daardoor je fundamentele
waarden of doelen gerealiseerd worden
Welbewust besluiten om iets te doen of te laten
Bvb. Dat je je eigen meester bent
Autonomie= zelfwetgeving je wilt iets realiseren (zelfbepaling) en dat
verlangen stuurt je handelen. Autonomie gaat over gekaderde vrijheid
, Autonoom/ absoluut vrij (volgens Kant) = de wil als redelijke wil is zelfbepalend
en laat zich hierbij niet beïnvloeden door innerlijke neigingen of verlangens of
door dwang van buitenaf.
Professionele autonomie= vrijheid voor degene die een bepaald beroep uitoefent
om te beoordelen doe hij binnen de kaders zijn professionele standaard in een
bepaalde situatie zal handelen
Denkers over discretionaire ruimte: Michael Lipsky, Ronald Dworkin, Bernardo
Zacka
Michael Lipsky= publiceerde in 1980 een boek dat van grote invloed is geweest
op het denken over de handelingsruimte, van wat hij ‘street-level bureaucrats’
noemde
Street-level bureaucrats= de werkers die bij de uitvoering van hun werk in direct
contact staan met de burgers en die een behoorlijke handelingsruimte hebben
Ronald Dworkin= Maakt vergelijking van de discretionaire ruimte met een donut
De ruimte wordt omvat door het deeg van de donut: regels en beleid die de vrije
handelingsruimte begrenzen
Volgens Dworkin: handelingsruimte een relatief concept afhankelijk, niet op
zichzelf
Hij maakt onderscheid tussen zwakke en sterke discretionaire
ruimte/beslissingsbevoegdheid
Zwakke bevoegdheid= beslissingen waar een menselijke beslisser aan te pas
moeten komen om het besluit te nemen. Maar weinig ruimte om af te wijken van
regels en beleid. Dus het is een menselijk besluit in lijn met de regel.
Sterke vorm van beslissingsbevoegdheid= iemand is zelfstandig en onafhankelijk
van de gestelde kaders om een besluit kan nemen (bestuursorganen)
Bernardo Zacka= beschrijft dat de regels en het beleid aanvankelijk heel duidelijk
en overzichtelijk leken, maar dat er zich steeds situaties voordeden waarbij het
beleid en de richtlijnen tekortschieten.
Benadrukt de morele dimensie van eht (beslissen over het) handelen
Er moeten dus een beslissing worden genomen in lijn met de regels, zonder dat
het tot in detail is voorgeschreven (zwakke bevoegdheid volgens Dworkin)
Overwegingen die gemaakt moeten worden voor een besluit, waarbij je
aanvullende overwegingen nodig hebt, omdat het detail van de regel ontbreekt
zijn volgens Zacka moreel van aard
Professionaliteit kent 2 dimensies:
- Collectieve dimensie van een beroepsgroep als geheel
Alle beroepsbeoefenaren samen vormen een gemeenschap met een
gemeenschappelijke missie en gedeelde opvattingen over ‘goed werk’
- Individuele dimensie
Het handelen in specifieke casuïstiek waarin de professional binnen de
discretionaire ruimte analyseert, weegt, handelt, beargumenteert en
verantwoordt.
Verschillende aspecten van professionaliteit in de individuele en de collectieve
dimensie:
- Aspecten met een individuele dimensie of uitwerking
Gaat over hoe de professional bijvoorbeeld het aspect ‘deskundigheid’
in het dagelijks handelen tot uiting brengt
- Aspecten die aansluiten bij de collectieve aspecten
De ‘producten’, zoals de beroepscode
Beroepsprofiel= hierin beschrijft een beroepsgroep wat de missie van een beroep
is, de kerntaken, de kennisbasis en de competenties waarop het beroep rust
Eerste beroepsprofiel in NL 1987
1899 eerste opleiding voor socialen arbeid in Amsterdam
Opleidingsprofiel= hierin staat beschreven welke kennis en bouwstenen worden
aangereikt op de opleiding
Beroepsvereniging= (BPSW) ambieert de belangen van alle professionals in
sociaal werk, in meerdere sectoren en disciplines te behartigen
- Voert het tuchtrecht uit van de registers en leden met uitzondering van de
SKJ-geregistreerde
- Behartigt de belangen van haar leden: door de overheid en werkgevers te
wijzen op de autonomie van de professionals en de discretionaire ruimte
Beroepscode= het creëert geen normen, maar formuleert deze.
Gaat om het vastleggen dat er in de praktijk al een handelingsnorm is
Beroepsregister= professionals die met jeugdigen en gezinnen werken moeten
zich registeren bij stichting kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Het is een manier om
aan te tonen dat een professional beschikt over de juiste kennis en competenties
De professionele standaard= het geheel van algemeen aanvaarde normen van
de beroepsgroep. Onder andere die beroepscode, richtlijnen en veldnormen
- Ook wel concretisering van ‘goed hulpverlenerschap’ genoemd
- In de wet vooral de functie om te erkennen dat een professional beschikt
over enige discretionaire ruimte en om te wijzen op de
verantwoordelijkheid van de professional om zorgvuldig met die ruimte om
te gaan
,Professionele toetsing= een regulerend systeem voor en door leden van een
beroepsgroep
Tuchtrecht, gelijktijdig met de beroepscode in 1962 ingevoerd
Tuchtcollege= hierin nemen beroepsgenoten (professionals) die zelf ook in de
praktijk werken een belangrijke plek in bij het beoordelen van het handelen.
Belanghebbenden= door hen kunnen klachten worden ingediend bij het
tuchtrecht
Professioneel statuut= hierin staat beschreven welke afspraken de organisatie en
professional maken om de gezamenlijke ambitie te realiseren
, Hoofdstuk 3: Discretionaire ruimte
Discretionaire ruimte=
Discretionair, betekend onderscheiden
2 kernaspecten, die in verschillende termen en gradaties worden aangeduid:
- Het recht of de vrijheid of de vaardigheid van de actor
- (Die deze) gebruikt om te onderscheiden, te beoordelen, te beslissen of te
kiezen
Dat sluit aan bij hoe wij discretionaire ruimte of bevoegdheid gebruiken
Definitie op woorden.org= de vrijheid om zelfstandig te oordelen of te handelen
Discretionaire ruimte, gaat over de ruimte die je hebt om een eigen afweging te
maken of zelfstandig een oordeel te vormen
Essentieel discretionaire ruimte is meer behelst dan alleen het handelen als
uitkomst van voorliggende (denk) processen.
Focushet denkproces voorafgaand aan het handelen
Voorbeeld: Jij merkt dat een student zich terugtrekt. Je denkt na: heeft hij ruimte
nodig of juist een gesprek? Je maakt een afweging en besluit hem later rustig aan
te spreken. Dat hele denkproces valt onder jouw discretionaire ruimte.
Handelingsruimte=
Gebruikelijker om zo de discretionaire ruimte aan te duiden, maar het gaat niet
alleen over het handelen. Maar ook over oordelen en beslissen.
Handelingsruimte, gaat over de ruimte waarin je als professional het eigen
handelen kiest en vormgeeft.
Maar aan dat handelen gaan dus waarnemen, beoordelen, afwegen en beslissen
vooraf, (dit is dan dus de discretionaire ruimte?)
Focus het doen zelf, actie
Voorbeeld: Nadat je beslist om het gesprek aan te gaan, voer je het
daadwerkelijk. De manier waarop je dat doet (inhoud, timing, locatie) valt onder
jouw handelingsruimte.
Negatieve vrijheid= afwezigheid van externe dwang
Geen obstakels, beperkingen of dwang die verhinderen dat iemand vrij beslist
Bvb. Je bent geen slaaf van een ander
Positieve vrijheid= mogelijkheid op zo te handelen, dat daardoor je fundamentele
waarden of doelen gerealiseerd worden
Welbewust besluiten om iets te doen of te laten
Bvb. Dat je je eigen meester bent
Autonomie= zelfwetgeving je wilt iets realiseren (zelfbepaling) en dat
verlangen stuurt je handelen. Autonomie gaat over gekaderde vrijheid
, Autonoom/ absoluut vrij (volgens Kant) = de wil als redelijke wil is zelfbepalend
en laat zich hierbij niet beïnvloeden door innerlijke neigingen of verlangens of
door dwang van buitenaf.
Professionele autonomie= vrijheid voor degene die een bepaald beroep uitoefent
om te beoordelen doe hij binnen de kaders zijn professionele standaard in een
bepaalde situatie zal handelen
Denkers over discretionaire ruimte: Michael Lipsky, Ronald Dworkin, Bernardo
Zacka
Michael Lipsky= publiceerde in 1980 een boek dat van grote invloed is geweest
op het denken over de handelingsruimte, van wat hij ‘street-level bureaucrats’
noemde
Street-level bureaucrats= de werkers die bij de uitvoering van hun werk in direct
contact staan met de burgers en die een behoorlijke handelingsruimte hebben
Ronald Dworkin= Maakt vergelijking van de discretionaire ruimte met een donut
De ruimte wordt omvat door het deeg van de donut: regels en beleid die de vrije
handelingsruimte begrenzen
Volgens Dworkin: handelingsruimte een relatief concept afhankelijk, niet op
zichzelf
Hij maakt onderscheid tussen zwakke en sterke discretionaire
ruimte/beslissingsbevoegdheid
Zwakke bevoegdheid= beslissingen waar een menselijke beslisser aan te pas
moeten komen om het besluit te nemen. Maar weinig ruimte om af te wijken van
regels en beleid. Dus het is een menselijk besluit in lijn met de regel.
Sterke vorm van beslissingsbevoegdheid= iemand is zelfstandig en onafhankelijk
van de gestelde kaders om een besluit kan nemen (bestuursorganen)
Bernardo Zacka= beschrijft dat de regels en het beleid aanvankelijk heel duidelijk
en overzichtelijk leken, maar dat er zich steeds situaties voordeden waarbij het
beleid en de richtlijnen tekortschieten.
Benadrukt de morele dimensie van eht (beslissen over het) handelen
Er moeten dus een beslissing worden genomen in lijn met de regels, zonder dat
het tot in detail is voorgeschreven (zwakke bevoegdheid volgens Dworkin)
Overwegingen die gemaakt moeten worden voor een besluit, waarbij je
aanvullende overwegingen nodig hebt, omdat het detail van de regel ontbreekt
zijn volgens Zacka moreel van aard