H1 —> H1.1 t/m 1.5
H2 —> H2.1 en 2.3 en 2.4.1 en 2.6
H3 —> H3.1 t/m 3.4 en 3.6 en 3.11
H5 —> H5.1 t/m 5.3 en 5.7
H6 —> H6.1 t/m 6.8
H7 —> H7.1 en 7.3 en 7.4.1 en 7.5
H8 —> H8.2 en 8.4 en 8.7 en 8.8
, Hoofdstuk 1: 1.1 tot en met 1.5
Politieke problemen= zodra de overheid zich gaat bezighouden met het voorkomen,
verminderen of oplossen van het probleem
Een als ongewenst en veranderbaar beschouwde situatie waarbij de overheid
betrokken is of zou moeten zijn
3 oorzaken die ervoor zorgen dat er onder mensen niet altijd een overeenstemming
is over wat een politiek probleem is:
- Mensen hanteren verschillende normen om de werkelijkheid te beoordelen
- Mensen ervaren de objectieve werkelijkheid verschillend: hun oordeel is
subjectief
- Mensen zijn het er niet over eens welke problemen tot de politiek behoren
Politiek= een situatie waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn
Wat is een probleem? Als het aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Mensen beschouwen de situatie als ongewenst
- Mensen denken de situatie te moeten en te kunnen veranderen
Waarom stappen mensen met hun problemen naar de overheid?
De overheid is als enige bevoegd om wetten en regels te maken
Politiek volgens Hoogerwerf= het overheidsbeleid, alsmede de totstandkoming en
effecten ervan
Politiek volgens Laver= elke mengeling van conflict en samenwerking
Politiek volgens Lasswell= gaat over: wie krijgt wat, wanneer en hoe?
Politiek volgens Easton= de gezaghebbende toedeling van waarden voor een
samenleving
De gezaghebbende toedeling van waarden verwijst naar bindende en als legitiem
erkende regels voor een samenleving.
Bindend= de toedeling van waarden wordt dwingend opgelegd
Waarden: verwijzen naar alles wat mensen belangrijk vinden.
Mensen streven twee soorten waarden na:
- Materiële waarden zoals voedsel en huisvesting
- Immateriële waarden zoals vrijheid en meningsuiting
Verdelingsvraagstuk kern van de politiek
In de politiek worden namelijk besluiten genomen over de vraag hoe de beschikbare
overheidsgelden verdeeld moeten worden zijn politieke afwegingen, omdat de
beschikbare middelen niet onuitputtelijk maar schaars
,
, Collectieve-actieprobleem= dan conflicteert het eigenbelang van elk individu in een
bepaalde mate met het eigenbelang van ieder andere individu
Collectieve resultaat: een situatie waarmee niemands eigenbelang gediend is
Individuele rationaliteit botst met collectieve rationaliteit
Collectieve-actieproblemen kunnen zich voordoen bij vrij toegankelijke goederen
(bvb weiden) en publieke goederen (bvb dijken).
Publieke goederen= ook wel collectieve goederen genoemd. Kenmerkend door
ondeelbaarheid en niet-uitsluitbaarheid
Ondeelbaarheid= de hoeveelheid van een goed kan niet verminderd worden als
iemand het niet consumeert.
Niet-uitsluitbaarheid= dat niemand van de consumptie van het goed kan worden
uitgesloten als het goed eenmaal tot stand is gebracht.
Free-riders= profiteurs
3 manieren om collectieve-actieproblemen op te lossen:
- Overheidsingrijpen
- De verdeling om te ‘free-riden’ verkleinen
- Moraal, normen, waarden en tradities
Instrumenten die de overheid kan inzetten om collectieve-actieproblemen op te
lossen:
- Fysieke instrumenten zelf het publieke goedt te produceren of te kopen
- Juridische en handhavingsinstrumenten te normeren met wetgeving,
regulering en handhaving
- Financieel-economische instrumenten subsidies geven, belastingen en
accijnzen te heffen of boetes op te leggen
- Communicatieve of informatieve instrumenten door burgers of bedrijven te
beïnvloeden en te informeren
Ze werken het best als ze in samenhang worden ingezet
Sociologische benadering van collectieve-actieproblemen= burgers kunnen om
morele redenen vrijwillig samenwerken
De politiek worstelt met dezelfde 7 dilemma’s rondom fundamentele waarden bij het
maken van beleid:
- Publiek versus privaat
- Democratie versus leiding
- Vrijheid versus gelijkheid
- Eenheid versus verscheidenheid
- Idealisme versus realisme
- Doelmatigheid versus aanvaardbaarheid
- Orde versus verandering