hoorcollege 7
einde eiwit N terminus
en carboxy terminus
recap k cat en km en
k cat bepaald
efficiency van enzym
Bacteriën / prokaryoten:
● Geen introns aanwezig.
● Eén mRNA kan vaak meerdere open reading frames
(ORFs) bevatten, waardoor meerdere eiwitten per
mRNA worden geproduceerd (polycistronisch mRNA).
Eukaryoten:
● Genen bevatten introns en exons.
● Het primaire transcript (pre-mRNA) wordt gecapped,
gespliced (introns worden verwijderd, exons
verbonden) en gepoyaden (poly(A)-staart
toegevoegd).
● Het volledig (mature mRNA met 5’-cap en poly(A)-
staart wordt vervolgens naar het cytosol geëxporteerd, waar het wordt getransleerd tot
eiwitten.
3 nucleotide maakt aminozuur (triplet)
start: meth (AUG)
stop: UAG, UGA, UAA
er zijn 20 aminozuren 64 mogelijkheden
● mark= 1 x 4 x 6 x 2= 48
gebruiken transfer RNA, tRNA, om codon
tripletten te coderen: aan 3’ van trna zit
aminozuur gebonden
anticodon omgekeerde van wat je wil en bindt
aan codon
, RNA kan zich opvouwen als er complementaire
regionen zijn.
● RNA enkelstrengs maar lijkt dubbel
doordat complementaire strengen bij
elkaar plakken
tRNA wordt ook getransleerd uit mRNA,
wobble base (los van tRNA), 2 codons worden
herkend door 1 tRNA.
I is een gedeamineerde
A verwijderen van een
aminogroep (-NH₂)
we hebben tRNA en nu moet er een aminozuur aan vast:
ATP gebruikt om aminozuur te activeren:
● ATP wordt omgezet in (2 vrije fosfaten) AMP +
pyrofosfaat (PPi).
● Hierdoor ontstaat een aminoacyl-adenylaat (het
aminozuur gebonden aan AMP).
geactiveerde aminozuur gaat reageren met OH van
tRNA. Dus het AMP wordt losgelaten en het aminozuur
zit nu covalent gebonden aan het tRNA → aminoacyl-tRNA.
je hebt nog een editing, site hiermee wordt gecheckt
of het goede aminozuur gekoppeld is aan het goede
tRNA (gebeurd voordat het trna een codon gaat
koppelen), niet goed wordt het verwijderd.
einde eiwit N terminus
en carboxy terminus
recap k cat en km en
k cat bepaald
efficiency van enzym
Bacteriën / prokaryoten:
● Geen introns aanwezig.
● Eén mRNA kan vaak meerdere open reading frames
(ORFs) bevatten, waardoor meerdere eiwitten per
mRNA worden geproduceerd (polycistronisch mRNA).
Eukaryoten:
● Genen bevatten introns en exons.
● Het primaire transcript (pre-mRNA) wordt gecapped,
gespliced (introns worden verwijderd, exons
verbonden) en gepoyaden (poly(A)-staart
toegevoegd).
● Het volledig (mature mRNA met 5’-cap en poly(A)-
staart wordt vervolgens naar het cytosol geëxporteerd, waar het wordt getransleerd tot
eiwitten.
3 nucleotide maakt aminozuur (triplet)
start: meth (AUG)
stop: UAG, UGA, UAA
er zijn 20 aminozuren 64 mogelijkheden
● mark= 1 x 4 x 6 x 2= 48
gebruiken transfer RNA, tRNA, om codon
tripletten te coderen: aan 3’ van trna zit
aminozuur gebonden
anticodon omgekeerde van wat je wil en bindt
aan codon
, RNA kan zich opvouwen als er complementaire
regionen zijn.
● RNA enkelstrengs maar lijkt dubbel
doordat complementaire strengen bij
elkaar plakken
tRNA wordt ook getransleerd uit mRNA,
wobble base (los van tRNA), 2 codons worden
herkend door 1 tRNA.
I is een gedeamineerde
A verwijderen van een
aminogroep (-NH₂)
we hebben tRNA en nu moet er een aminozuur aan vast:
ATP gebruikt om aminozuur te activeren:
● ATP wordt omgezet in (2 vrije fosfaten) AMP +
pyrofosfaat (PPi).
● Hierdoor ontstaat een aminoacyl-adenylaat (het
aminozuur gebonden aan AMP).
geactiveerde aminozuur gaat reageren met OH van
tRNA. Dus het AMP wordt losgelaten en het aminozuur
zit nu covalent gebonden aan het tRNA → aminoacyl-tRNA.
je hebt nog een editing, site hiermee wordt gecheckt
of het goede aminozuur gekoppeld is aan het goede
tRNA (gebeurd voordat het trna een codon gaat
koppelen), niet goed wordt het verwijderd.