SAMENVATTING RECHT, VAARDIG & ZEKER – Jaap Hage
HOOFDSTUK II: De wereld van het recht
gewoonterecht = recht ontstaan d.m.v. rechterlijke uitspraken = ongeschreven recht
recht = manier om wederzijdse gedragsafstemming tot stand te brengen / gedrag sturen
psychologische conditionering = aangeleerd gedrag
sturing door fysieke/psychologische noodzakelijkheid is anders dan gewone sturing omdat deze niet
via de wil van gestuurde persoon plaatsvinden
meeste vormen van sturing via wil
- Sturing dmv beloning/straf
- Sturing dmv normen
sturing dmv normen = wat moet/wat mag niet >> sancties aan verbonden
sanctie is geen primair middel van sturing maar stok achter de deur: we verwachten dat mensen
elkaar niet doden omdat het niet mag
sociale normen = gedragsnormen / ontstaan zonder wetgever / gehandhaafd door sociale pressie
nadelen van samenleving met enkel sociale normen:
- geen regelgever die normen kan maken/veranderen/afschaffen >> niet alle onderwerpen
worden geregeld
- geen wetgever om normen te veranderen >> inefficiënt en langzaam
- geen duidelijk antwoord op bepaalde vragen, onduidelijkheid
- regelgever kan nu ook aan machtige instellingen regels afdwingen, dat kan dan niet
rechtszekerheid = duidelijkheid die recht biedt & vertrouwen dat rechten worden
gerespecteerd/afgedwongen
prudentie = eigenbelang
moraal = ook rekening met belangen medemensen
positieve moraal = sociale norm = wat achten we als normaal gedrag >> afwijkend gedrag krijgt
kritiek/informele sancties
kritische moraal = kritische vragen over de moraal: is fout wel echt fout?
verschil rechtsnormen/morele normen = wijze ontstaan & gevolgen normschendingen
- bij morele normen geen sancties van overheidswege en bij rechtsnormen wel
- rechtsnormen gemaakt door wetgever (= positief recht = ‘neergelegd recht’ van Latijnse
positus) en morele normen niet
AANTEKENINGEN WERKGROEP
codificatie >> modificatie = regels >> toepassing
wet met terugwerkende kracht = verboden
onbillijk = onrechtvaardig, onredelijk
B Rechtsregels, rechtsfeiten en rechtshandelingen
, 5 Rechtsregels
wereld van recht = immateriële dingen: rechten, plichten, bevoegdheden, juridische posities =
bestaat niet op gewone, fysieke manier
rechtsregel legt verband tussen feit dat er een serieuze verdenking bestaat over iemand & feit dat
deze persoon geldt als een ‘verdachte’
(ongeschreven) rechtsregel maakt dat als wetgever wet maakt, dat ie in werking treedt en er dan
nieuwe regels gelden
6 Rechtsfeiten
rechtsfeiten = gebeurtenissen waaraan door rechtsregels gevolgen aan verbonden zijn
(=rechtsgevolgen)
7 Rechtshandelingen
rechtshandeling = gedraging van rechtssubject waarmee die beoogt rechtsgevolgen in leven te
roepen, expres
Alle rechtshandelingen zijn rechtsfeiten, maar alle rechtsfeiten zijn niet perse rechtshandelingen.
7.1 Rechtssubjecten
rechtssubject = mens die rol speelt in wereld van recht = rechtsbevoegd
- natuurlijke personen = mensen
- rechtspersonen = organisaties die analoog aan mensen worden behandeld
>> regelt artikel 1-3 Boek 2 BW
objectief recht = law
subjectief recht = right
studiefinanciering is objectief recht, want het is voor iedereen
het is een subjectief recht als je een lening hebt erbij, want dan ben je een uitzondering
objectief recht is voor iedereen, ieder verbindend recht (huurrecht)
zodra je een huurovereenkomst aan gaat – er rechten aan gaat ontlenen – wordt het een subjectief
recht (DUS als je er zelf recht aan gaat ontlenen wordt het subjectief)
_________________________________________________________________________________
absoluut recht = kun je tegen iedereen handhaven
meest absolute recht wat er is, rust op een goed dus eigendomsrecht
relatief recht rust op een prestatie, er staat geld tegenover, dus bijv. salaris
7.2 Voorbeelden van rechtshandelingen
rechtshandelingen = opzettelijk teweegbrengen van veranderingen in wereld van recht
- maken regels door overheid
- sluiten overeenkomsten/contracten
- testament
- beschikking = permissie in de zin van een uitzondering op een algemeen verbod bijv.
bouwvergunning
7.3 De bedoeling om rechtsgevolgen in het leven te roepen
centrale voorwaarde voor rechtshandeling = bedoeling om rechtsgevolgen te bewerkstelligen +
bedoeling moet blijken uit gedrag van rechtssubject (gedraging / wilsverklaring art. 3:33 BW)
HOOFDSTUK II: De wereld van het recht
gewoonterecht = recht ontstaan d.m.v. rechterlijke uitspraken = ongeschreven recht
recht = manier om wederzijdse gedragsafstemming tot stand te brengen / gedrag sturen
psychologische conditionering = aangeleerd gedrag
sturing door fysieke/psychologische noodzakelijkheid is anders dan gewone sturing omdat deze niet
via de wil van gestuurde persoon plaatsvinden
meeste vormen van sturing via wil
- Sturing dmv beloning/straf
- Sturing dmv normen
sturing dmv normen = wat moet/wat mag niet >> sancties aan verbonden
sanctie is geen primair middel van sturing maar stok achter de deur: we verwachten dat mensen
elkaar niet doden omdat het niet mag
sociale normen = gedragsnormen / ontstaan zonder wetgever / gehandhaafd door sociale pressie
nadelen van samenleving met enkel sociale normen:
- geen regelgever die normen kan maken/veranderen/afschaffen >> niet alle onderwerpen
worden geregeld
- geen wetgever om normen te veranderen >> inefficiënt en langzaam
- geen duidelijk antwoord op bepaalde vragen, onduidelijkheid
- regelgever kan nu ook aan machtige instellingen regels afdwingen, dat kan dan niet
rechtszekerheid = duidelijkheid die recht biedt & vertrouwen dat rechten worden
gerespecteerd/afgedwongen
prudentie = eigenbelang
moraal = ook rekening met belangen medemensen
positieve moraal = sociale norm = wat achten we als normaal gedrag >> afwijkend gedrag krijgt
kritiek/informele sancties
kritische moraal = kritische vragen over de moraal: is fout wel echt fout?
verschil rechtsnormen/morele normen = wijze ontstaan & gevolgen normschendingen
- bij morele normen geen sancties van overheidswege en bij rechtsnormen wel
- rechtsnormen gemaakt door wetgever (= positief recht = ‘neergelegd recht’ van Latijnse
positus) en morele normen niet
AANTEKENINGEN WERKGROEP
codificatie >> modificatie = regels >> toepassing
wet met terugwerkende kracht = verboden
onbillijk = onrechtvaardig, onredelijk
B Rechtsregels, rechtsfeiten en rechtshandelingen
, 5 Rechtsregels
wereld van recht = immateriële dingen: rechten, plichten, bevoegdheden, juridische posities =
bestaat niet op gewone, fysieke manier
rechtsregel legt verband tussen feit dat er een serieuze verdenking bestaat over iemand & feit dat
deze persoon geldt als een ‘verdachte’
(ongeschreven) rechtsregel maakt dat als wetgever wet maakt, dat ie in werking treedt en er dan
nieuwe regels gelden
6 Rechtsfeiten
rechtsfeiten = gebeurtenissen waaraan door rechtsregels gevolgen aan verbonden zijn
(=rechtsgevolgen)
7 Rechtshandelingen
rechtshandeling = gedraging van rechtssubject waarmee die beoogt rechtsgevolgen in leven te
roepen, expres
Alle rechtshandelingen zijn rechtsfeiten, maar alle rechtsfeiten zijn niet perse rechtshandelingen.
7.1 Rechtssubjecten
rechtssubject = mens die rol speelt in wereld van recht = rechtsbevoegd
- natuurlijke personen = mensen
- rechtspersonen = organisaties die analoog aan mensen worden behandeld
>> regelt artikel 1-3 Boek 2 BW
objectief recht = law
subjectief recht = right
studiefinanciering is objectief recht, want het is voor iedereen
het is een subjectief recht als je een lening hebt erbij, want dan ben je een uitzondering
objectief recht is voor iedereen, ieder verbindend recht (huurrecht)
zodra je een huurovereenkomst aan gaat – er rechten aan gaat ontlenen – wordt het een subjectief
recht (DUS als je er zelf recht aan gaat ontlenen wordt het subjectief)
_________________________________________________________________________________
absoluut recht = kun je tegen iedereen handhaven
meest absolute recht wat er is, rust op een goed dus eigendomsrecht
relatief recht rust op een prestatie, er staat geld tegenover, dus bijv. salaris
7.2 Voorbeelden van rechtshandelingen
rechtshandelingen = opzettelijk teweegbrengen van veranderingen in wereld van recht
- maken regels door overheid
- sluiten overeenkomsten/contracten
- testament
- beschikking = permissie in de zin van een uitzondering op een algemeen verbod bijv.
bouwvergunning
7.3 De bedoeling om rechtsgevolgen in het leven te roepen
centrale voorwaarde voor rechtshandeling = bedoeling om rechtsgevolgen te bewerkstelligen +
bedoeling moet blijken uit gedrag van rechtssubject (gedraging / wilsverklaring art. 3:33 BW)