Hoorcollege inleiding recht week 1
Wat is recht?
- Wettelijke regels in Nederland
- Huishoudelijk reglement van een studentenvereniging of voetbalvereniging
(verenigingsrecht boek 2 BW)
- De regels van een “primitieve” stam in het Braziliaanse oerwoud
Conclusie: vrijwel alles heeft met het recht te maken, hetzij direct; hetzij indirect.
Omschrijving
Het geheel aan (geschreven/ongeschreven) rechtsregels (normen) om de samenleving
te sturen/ordenen.
Ontstaan
- Regels groeiden spontaan in een samenleving; er was geen regelgever
- Er was geen officiële instantie die het recht toepaste of handhaafde.
- Recht, moraal, gewoonte en godsdienstige voorschriften werden niet
onderscheiden
- Bepaalde gedragsnormen worden geacht altijd te hebben bestaan,
vanzelfsprekend te zijn of van God afkomstig (“natuurrecht”)
Functies en doelen van het recht
- Ordenen van de samenleving
- Handhaving van die ordening en orde
- Bescherming van de zwakkeren (Wet Werk en Bijstand)
- Beslechten van geschillen – rechtspraak onafhankelijk
Onderverdelingen van het recht
- Rechtsgebieden:
o Privaat- en publiekrecht
o Formeel- en materieelrecht
o Objectief- en subjectiefrecht
- Rechtsgebieden:
o Staatsrecht
o Bestuursrecht
o Strafrecht
o Burgerlijk recht (= civiel recht = privaatrecht)
- Rol/taak van de overheid bij publiekrecht (Verticale werking Overheid-Burger)
- Bij privaatrecht geen specifieke overheidstaak (Horizontale werking Burger-
Burger)
Materieel recht: beschrijft de rechten en plichten van mensen en organisaties
Formeel recht: beschrijft hoe het materieel recht wordt gehandhaafd.
,Gerechten
EU (Europese rechters)
HR (Hoge Raad)
G’hof (Gerechtshof)
Ktr. (Rb) (Kantonrechter rechtbank)
Objectief: alle regels en plichten die gelden op dit moment
Subjectief: afgeleid uit het objectieve recht
- Onrechtmatige daad: art. 6:162 BW
- Rechtmatige daad: zaakwaarneming
- Meerzijdige rechtshandelingen: 2 personen moeten iets overeenkomen
, Hoorcollege inleiding recht week 2
Rechtsbronnen/vindplaatsen van het recht
- Internationaal verdrag/Europees recht
- Grondwet in formele zin, in materiële zin
- Jurisprudentie
- Gewoonte
Rangorde is van belang: hogere regels gaan voor lagere!
In Nederland:
- Grondwet (hoogste)
- Nationale wetten: formele/materiële zin
Afkomstig van de nationale wetgever
Rechtsfeitenschema
Rechtsfeit: elk feit waaraan het recht een rechtsgevolg verbindt.
1. Handelingen: rechtsfeiten waaraan het handelen van een rechtssubject ten
grondslag ligt.
2. Blote rechtsfeiten: feiten waaraan rechtsgevolgen verbonden zijn, zonder verder
menselijk handelen. Het enkele feit betekend automatisch het rechtsgevolg
(geboorte of overlijden mens)
3. Rechtshandelingen: handeling van rechtssubjecten (natuurlijk of rechtspersoon)
waarmee bepaald rechtsgevolg wordt beoogd (bedoeld). Men verricht handeling
juist op het in leven roepen van een bepaald rechtsgevolg. Bijv. Aangaan
arbeidscontract, overeenkomst.
4. Feitelijke handelingen: handelingen die niet gericht zijn op het in het leven
roepen van een rechtsgevolg, maar wel een rechtsgevolg hebben.
5. Eenzijdige rechtshandeling: komt tot stand door de wil en verklaring van slechts
één rechtssubject. Bijv. Het maken van een testament.
6. Meerzijdige rechtshandelingen: komt tot stand door wil en verklaring van
minstens twee rechtssubjecten. Bijv. Overeenkomsten
7. Onrechtmatige daad: handeling die volgens ons recht niet mag. Recht kan hieraan
consequenties tot bijv. Schadevergoeding koppelen. Handeling was niet op dit
rechtsgevolg gericht. Een ongeluk krijgen/veroorzaken.
8. Rechtmatige daad: handeling die ook geen rechtshandeling is. Niet gericht op
bepaald rechtsgevolg, maar niet onrechtmatig is. Drie gevallen: zaakwaarneming
(art. 6:198 BW), onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW) en
ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW). Bijv. Een brand proberen te
blussen bij de buren, de voordeur beschadigd, kosten voor de schade kunnen niet
verhaald worden op jou, maar moeten door de buren zelf betaald worden.
Wat is recht?
- Wettelijke regels in Nederland
- Huishoudelijk reglement van een studentenvereniging of voetbalvereniging
(verenigingsrecht boek 2 BW)
- De regels van een “primitieve” stam in het Braziliaanse oerwoud
Conclusie: vrijwel alles heeft met het recht te maken, hetzij direct; hetzij indirect.
Omschrijving
Het geheel aan (geschreven/ongeschreven) rechtsregels (normen) om de samenleving
te sturen/ordenen.
Ontstaan
- Regels groeiden spontaan in een samenleving; er was geen regelgever
- Er was geen officiële instantie die het recht toepaste of handhaafde.
- Recht, moraal, gewoonte en godsdienstige voorschriften werden niet
onderscheiden
- Bepaalde gedragsnormen worden geacht altijd te hebben bestaan,
vanzelfsprekend te zijn of van God afkomstig (“natuurrecht”)
Functies en doelen van het recht
- Ordenen van de samenleving
- Handhaving van die ordening en orde
- Bescherming van de zwakkeren (Wet Werk en Bijstand)
- Beslechten van geschillen – rechtspraak onafhankelijk
Onderverdelingen van het recht
- Rechtsgebieden:
o Privaat- en publiekrecht
o Formeel- en materieelrecht
o Objectief- en subjectiefrecht
- Rechtsgebieden:
o Staatsrecht
o Bestuursrecht
o Strafrecht
o Burgerlijk recht (= civiel recht = privaatrecht)
- Rol/taak van de overheid bij publiekrecht (Verticale werking Overheid-Burger)
- Bij privaatrecht geen specifieke overheidstaak (Horizontale werking Burger-
Burger)
Materieel recht: beschrijft de rechten en plichten van mensen en organisaties
Formeel recht: beschrijft hoe het materieel recht wordt gehandhaafd.
,Gerechten
EU (Europese rechters)
HR (Hoge Raad)
G’hof (Gerechtshof)
Ktr. (Rb) (Kantonrechter rechtbank)
Objectief: alle regels en plichten die gelden op dit moment
Subjectief: afgeleid uit het objectieve recht
- Onrechtmatige daad: art. 6:162 BW
- Rechtmatige daad: zaakwaarneming
- Meerzijdige rechtshandelingen: 2 personen moeten iets overeenkomen
, Hoorcollege inleiding recht week 2
Rechtsbronnen/vindplaatsen van het recht
- Internationaal verdrag/Europees recht
- Grondwet in formele zin, in materiële zin
- Jurisprudentie
- Gewoonte
Rangorde is van belang: hogere regels gaan voor lagere!
In Nederland:
- Grondwet (hoogste)
- Nationale wetten: formele/materiële zin
Afkomstig van de nationale wetgever
Rechtsfeitenschema
Rechtsfeit: elk feit waaraan het recht een rechtsgevolg verbindt.
1. Handelingen: rechtsfeiten waaraan het handelen van een rechtssubject ten
grondslag ligt.
2. Blote rechtsfeiten: feiten waaraan rechtsgevolgen verbonden zijn, zonder verder
menselijk handelen. Het enkele feit betekend automatisch het rechtsgevolg
(geboorte of overlijden mens)
3. Rechtshandelingen: handeling van rechtssubjecten (natuurlijk of rechtspersoon)
waarmee bepaald rechtsgevolg wordt beoogd (bedoeld). Men verricht handeling
juist op het in leven roepen van een bepaald rechtsgevolg. Bijv. Aangaan
arbeidscontract, overeenkomst.
4. Feitelijke handelingen: handelingen die niet gericht zijn op het in het leven
roepen van een rechtsgevolg, maar wel een rechtsgevolg hebben.
5. Eenzijdige rechtshandeling: komt tot stand door de wil en verklaring van slechts
één rechtssubject. Bijv. Het maken van een testament.
6. Meerzijdige rechtshandelingen: komt tot stand door wil en verklaring van
minstens twee rechtssubjecten. Bijv. Overeenkomsten
7. Onrechtmatige daad: handeling die volgens ons recht niet mag. Recht kan hieraan
consequenties tot bijv. Schadevergoeding koppelen. Handeling was niet op dit
rechtsgevolg gericht. Een ongeluk krijgen/veroorzaken.
8. Rechtmatige daad: handeling die ook geen rechtshandeling is. Niet gericht op
bepaald rechtsgevolg, maar niet onrechtmatig is. Drie gevallen: zaakwaarneming
(art. 6:198 BW), onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW) en
ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW). Bijv. Een brand proberen te
blussen bij de buren, de voordeur beschadigd, kosten voor de schade kunnen niet
verhaald worden op jou, maar moeten door de buren zelf betaald worden.