Hoorcolleges bouwtechniek
Hoorcollege week 1
Galerijflat en portiekwoning
1. 1870 – 1916: gebouwen op traditionele manier, zoals in Europese steden in de 19e
eeuw.
2. 1916 – 1940: traditionele Nederlandse boven-benedenwoning, twee appartementen
boven elkaar met ieder een eigen voordeur.
3. 1945 – 1965: naoorlogse portiekwoningen, gebouwd met een mix van traditionele
bouw (bakstenen, gevels) en geprefabriceerde onderdelen (funderingen, vloeren,
trappen).
4. 1965 en verder: portiekwoningen gebouwd met constructiesystemen → droge
assemblage met geprefabriceerde onderdelen.
1970 en verder
• Meer mobiliteit en satellietsteden.
• Leegloop van steden, auto’s uit de stad geweerd.
• Voetgangers en fietsers worden belangrijker.
• Veel mensen zoeken woningen → nieuwe steden nodig (herbergzame steden).
• Snel bouwen wordt belangrijk.
• Nieuwe bouwmethoden komen.
• Nu (50 jaar later): verduurzaming en renovatie → 800.000 woningen in NL.
Typologieën
• Massieve structuren
• Schijven structuren
• Kolomstructuren
, • Moderne massieve structuren
Dragen en scheiden
• Dragen = wat het gewicht/draagkracht van een gebouw opvangt.
• Scheiden = wat de ruimtes afsluit en verdeelt (zoals wanden).
Draagstructuur
• Massieve structuren: plattegrond in twee richtingen vast.
• Schijvenstructuren: plattegrond in één richting vast.
• Kolomstructuren: plattegrond in twee richtingen vrij.
Massieve structuren
• Stapelbouw → handmatig, flexibel, maar duur, weinig voorbereiding.
• Materialen vaak uit de directe omgeving.
• Onderscheid:
1. Traditioneel metselwerk
2. Lijmwerk
, 3. Hout skeletbouw (HSB)
Schijvenstructuur
• Gietbouw: tunnelbouw, woningbouw.
• Montagebouw: prefab vloeren, dragende gevelelementen.
• Tegenwoordig bij kantoren/zorgcomplexen, in de jaren 70 ook woningen.
• Ook mogelijk met houten elementen.
Kolomstructuren
• Maximale vrijheid in plattegrond.
• Veel gebruikt in utiliteitsbouw.
• Zowel in hout, beton als staal.
, Scheiden
• Lichte wanden van hout of metaal, afgewerkt met gipsplaten.
Bouwmethoden
• Stapelbouw
• Gietbouw
• Montagebouw
• Montagebouw hout skeletbouw
• Na 1970 is het herkennen van bouwsystemen lastig.
Stapelbouw
• Bestaat uit opgestapelde stenen, blokken of elementen die gemetseld of gelijmd zijn.
Gietbouw
• Beton wordt op de bouwplaats gegoten in bekisting.
Bekisting
• Wandbekisting = tijdelijke mal om betonwanden te storten.
• Vloerbekisting = tijdelijke mal om vloeren te storten.
• Tunnel = betonwanden en vloeren tegelijk gestort in een tunnelvorm.
• Halve tunnel = zelfde principe maar in delen.