- kan een definitie geven van het begrip bestuursrecht
- Wat is de definitie van bestuursrecht:
- Bestuursrecht heeft betrekking op de relatie tussen de overheid
(bestuursorganen) en
- burgers (belanghebbenden)
- Wat is de definitie van bestuursrecht:
- Bestuursrecht heeft betrekking op de relatie tussen de overheid
(bestuursorganen) en
- burgers (belanghebbenden)
Bestuursrecht heeft betrekking op de relatie tussen de overheid (bestuursorgaan)
en burgers (belanghebbende)
- kan de verschillende bronnen van het bestuursrecht benoemen
1. Internationaal recht: Verdragen en internationale afspraken die invloed
hebben op het nationale bestuursrecht.
2. Nationale wetgeving: De Algemene wet bestuursrecht (Awb) en
specifieke wetten die regels stellen voor het handelen van
bestuursorganen.
3. Jurisprudentie: Uitspraken van rechters die bijdragen aan de interpretatie
en ontwikkeling van het bestuursrecht.
4. Ongeschreven bestuursrecht: Algemene rechtsbeginselen en andere
normen die niet in de wet zijn vastgelegd, maar wel van belang zijn voor
het bestuursrecht.
- kent het onderscheid tussen het algemeen en bijzonder
bestuursrecht en kan dit uitleggen
Algemeen bestuursrecht: zijn algemene regels die van toepassing zijn op alle
bijzondere terreinen van het bestuursrecht, dus ook het bijzonder bestuursrecht.
Deze regels vind je in het Awb.
Bijzonder bestuursrecht: richt zich op een bepaalde onderdeel van het
bestuursrecht.
Bijvoorbeeld: overheidszorg (Wmo 2015), onderwijs en sociale zekerheid. Deze
onderwerpen worden in speciale (bijzondere) wetten geregeld.
- kent het onderscheid tussen het formeel en materieel
bestuursrecht en kan dit uitleggen
Materieel bestuursrecht: Regelt wat het bestuur mag en moet doen. Denk
aan rechten en plichten. Bijvoorbeeld recht op een uitkering of vergunning.
Formeel bestuursrecht: Regelt hoe die rechten en plichten worden uitgevoerd.
Denk aan procedures, zoals hoe je een vergunning aanvraagt of bezwaar
maakt tegen een besluit.
Materieel = inhoud (wat)
Formeel = proces (hoe)
, - kan uitleggen welke doelstellingen ten grondslag liggen aan de
totstandkoming van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en hoe
deze is opgebouwd
De Awb heeft vier belangrijke doelstellingen:
1. Eenheid in het bestuursrecht
- Vóór de Awb waren er veel verschillende regels voor verschillende soorten
bestuursrecht (bijv. omgevingsrecht, sociaal zekerheidsrecht).
- De Awb zorgt voor algemene regels die voor alle bestuursorganen
gelden.
2. Vereenvoudiging en toegankelijkheid
- De Awb maakt de regels overzichtelijk en begrijpelijker voor burgers en
bestuursorganen.
- Dit voorkomt bureaucratie en versnelt procedures.
3. Verbetering van rechtsbescherming
- Burgers moeten zich kunnen verdedigen tegen de overheid.
- De Awb regelt bezwaar- en beroepsprocedures, zodat besluiten van
bestuursorganen getoetst kunnen worden.
4. Standaardisering van bestuur procedures
- De Awb legt algemene procedures vast voor besluiten, bezwaar, beroep
en handhaving.
- Dit zorgt voor eerlijke en voorspelbare behandeling.
Hoe is de Awb opgebouwd?
De Awb is opgebouwd uit vier tranches die in verschillende fases zijn ingevoerd.
De wet is verdeeld in hoofdstukken die elk een ander aspect van bestuursrecht
regelen.
Hoofdstukken van de Awb
Hoofdstuk Inhoud Voorbeeld
Hoofdstuk
Algemene bepalingen Definities, wie is een bestuursorgaan?
1
Hoofdstuk Regels voor
Zorgvuldigheid, fair play (art. 2:4 Awb)
2 bestuursorganen
Hoofdstuk Algemene regels voor Evenredigheid (art. 3:4 Awb), motivering
3 besluiten (art. 3:46 Awb)
Hoofdstuk Beleidsregels en Wanneer mag een subsidie worden
4 subsidies verstrekt of ingetrokken?
Hoofdstuk
Handhaving en sancties Hoe kan een bestuursorgaan handhaven?
5
Hoofdstuk Hoe kan een burger bezwaar maken tegen
Bezwaar en beroep
6 een besluit?
,Hoofdstuk Inhoud Voorbeeld
Hoofdstuk
Administratief beroep Hoe werken hoger beroepsprocedures?
7
Hoofdstuk Beroep bij de
Wanneer kun je naar de bestuursrechter?
8 bestuursrechter
Hoofdstuk
Klachtenregeling Hoe dien je een klacht in over de overheid?
9
Hoofdstuk Bestuursorganen en
Wie mag welke beslissingen nemen?
10 delegatie
- kan de verschillende soorten bestuursorganen onderscheiden en
dit begrip
toepassen op een casus
In het bestuursrecht is het begrip bestuursorgaan essentieel, omdat het
bepaalt welke instanties onder de werking van de Algemene wet
bestuursrecht (Awb) vallen. Volgens artikel 1:1 van de Awb zijn er twee
hoofdtypen bestuursorganen:
1. A-organen: Dit zijn organen van rechtspersonen die krachtens
publiekrecht zijn ingesteld, zoals de Staat, provincies, gemeenten en
waterschappen. Voorbeelden hiervan zijn de gemeenteraad, het college
van burgemeester en wethouders, en de burgemeester.
2. B-organen: Dit betreft andere personen of colleges met enig openbaar
gezag bekleed. Dit zijn privaatrechtelijke entiteiten die specifieke publieke
taken uitvoeren, zoals het Waarborgfonds Motorverkeer of het Centraal
Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)
leerdoelen les 2 week 1 bestuursrecht
- kan uitleggen wat het legaliteitsbeginsel inhoudt, hoe dit beginsel
zich verhoudt tot het uitoefenen van bestuursbevoegdheden en
kan dit beginsel toepassen op een casus
Legaliteitsbeginsel: het bestuur mag in beginsel niet handelen tenzij de
wetgever dit heeft toegestaan.
Fundamentele rechtsregel: in onze democratische rechtsstaat
Uitgangspunten: het bestuur moet om bestuurshandelingen te kunnen
verrichten, over een op de wet gebaseerde bevoegdheid beschikken.
Waarborgt de vrijheid voor burgers en dient teven de rechtszekerheid en
rechtsgelijkheid. (alleen gebruik maken van macht indien bevoegdheid is
gegeven in wet in formele zin)
, - kan uitleggen wat het specialiteitsbeginsel inhoudt en kan dit
beginsel toepassen op een casus
Specialiteitsbeginsel: houdt in dat een bestuursbevoegdheid alleen mag
worden uitgeoefend in overstemming met de specifieke doelstelling van de
bevoegdheid verlenende wet.
Dus: bij gebruik van bevoegdheid moet het bestuur altijd doelstelling van de
desbetreffende wet in acht nemen.
- kent de verschillende wijzen van bevoegdheidstoekenning en kan
deze kennis toepassen op een casus
1. Bevoegdheidstoekenning:
1. Attributie
- Hierbij wordt een nieuwe bevoegdheid direct door de wet aan een
bestuursorgaan toegekend.
- Voorbeeld: De Gemeentewet kent de burgemeester de bevoegdheid toe
om een noodverordening uit te vaardigen.
2. Delegatie
- Een bestuursorgaan draagt een bestaande bevoegdheid over aan een
ander bestuursorgaan, dat deze zelfstandig gaat uitoefenen.
- Voorbeeld: De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid voor
subsidieaanvragen aan het college van burgemeester en wethouders
(B&W).
- Let op: delegatie is slechts toegestaan indien dit bij wettelijke
voorschriften mogelijk is gemaakt.
3. Mandaat
- Het bestuursorgaan laat iemand anders (bijvoorbeeld een ambtenaar)
namens hem de bevoegdheid uitvoeren, maar het bestuursorgaan blijft
zelf verantwoordelijk.
- Voorbeeld: De wethouder geeft een ambtenaar mandaat om
vergunningen te verlenen.
2. Toepassing op een casus
Casusvoorbeeld:
Stel, de burgemeester van een gemeente besluit dat alle horeca om 22:00 uur
moet sluiten vanwege overlast.
Attributie: De burgemeester krijgt deze bevoegdheid rechtstreeks uit de
Gemeentewet of de Wet openbare orde.
Delegatie: Stel dat de gemeenteraad deze bevoegdheid eerder heeft
overgedragen aan het college van B&W. Dan mag de burgemeester dit niet
alleen beslissen.