Wat is er samengevat? alle tentamenstof
cStromen in het Nederlandse onderwijs......................................................................2
Onderwijsvrijheid en Overheidszorg: spanning in Artikel 23.........................................3
De staat van het onderwijs 2025 – hoofdlijnen aan het begin van het rapport...............6
Onderwijsraad: de leerling centraal?.........................................................................17
Zelfregulerend leren gaat niet vanzelf, maar hoe dan wel? (Openbare les) – Patrick Sins
............................................................................................................................... 23
Thematic review of approaches to design group learning activities in higher education:
The development of a comprehensive framework......................................................27
Curriculum in development – SLO..............................................................................30
Opschaling van inductie en het pedagogisch-didactisch handelen van beginnende
docenten in het voortgezet onderwijs.......................................................................34
Leidraad: Onderwijs vanuit hoge verwachtingen........................................................38
Teacher Expectations and Self-Determination Theory: Considering Convergence and
Divergence of Theories............................................................................................. 41
Promoting inclusive education for diverse societies: a conceptual framework (OESD)..44
Comparing Critical Features from an Instructional Design Perspective........................48
Evaluatie passend onderwijs: sectorrapport speciaal onderwijs..................................52
,cStromen in het Nederlandse onderwijs
De meeste kinderen beginnen op de basisschool. 94% gaat door naar het regulier
voortgezet onderwijs. Na de eerste jaren stroomt bijna de helft door naar havo of vwo,
een klein deel stopt zonder diploma en de rest stroomt door naar vmbo. Een kleine groep
gaat naar voortgezet speciaal onderwijs / praktijkonderwijs, een deel daarvan stroomt wel
door naar mbo. Het stapelen van opleidingen (na mbo, hbo doen) is niet meegenomen.
,Onderwijsvrijheid en Overheidszorg: spanning in Artikel 23
Hoofdstuk 3 – Artikel 23 uitgelegd (= p. 21 t/m 44; tentamenstof)
Artikel 23 gaat over de balans tussen de overheidszorg vanuit publiek belang en de
vrijheid van onderwijs. Hierin gaat het om: sociaal grondrecht (overheidszorg) en
klassiek vrijheidsrecht (vrijheid van onderwijs; de overheid moet zich hier niet in
mengen).
Artikel 23 in de grondwet draait om evenwicht: scholen en schoolbesturen komt
autonomie toe binnen de kaders die de overheid stelt.
3.1 – Een duaal bestel
Pluriform onderwijsbestel: openbaar en
bijzonder onderwijs. beiden worden bekostigd
door de overheid.
Openbaar onderwijs:
- Wordt van overheidswege gegeven;
overheid is verantwoordelijk.
- Levensbeschouwelijk neutraal;
betekent niet dat godsdienst wordt
voorkomen, maar er wordt aandacht
besteed aan verschillende
levensbeschouwingen, i.p.v. één
overtuiging.
- PO en VO beheerd door gemeenten, via stichtingen.
Bijzonder onderwijs:
- Particulier opgericht; bestuurd door stichting of vereniging.
- Onderwijs vanuit een specifieke godsdienst, levensbeschouwing of
pedagogisch idee;
- Vrijheid van richting en inrichting van onderwijs (binnen de wet).
- Bijv. katholieke, protestantse, islamitische, joodse en algemeen bijzondere scholen.
Zowel openbaar als bijzonder onderwijs kent veel varianten qua pedagogische ideeën:
o.a. montessori, dalton, jenaplan, tweetalig onderwijs. Het zijn dus geen twee blokken
naast elkaar, er is onderling veel verschil.
Verhouding verschilt per regio, maar landelijk gezien zijn er veel meer bijzondere dan
openbare scholen (70:30 in het PO; 75:25 in het VO).
3.2 – Overheidszorg voor onderwijs
Stelselverantwoordelijkheid: een verantwoordelijkheid voor de inrichting en het
functioneren van het stelsel van onderwijsvoorzieningen.
In artikel 23 staat dat het onderwijs ‘een voorwerp van de aanhoudende zorg der
regering’ is:
- Taken van de centrale overheid:
, bekostigen van het initiële onderwijs;
uitvaardigen van regels voor de bekwaamheid van onderwijsgevenden;
waarborgen van de kwaliteit van het initiële onderwijs;
waarborgen van de toegankelijkheid van het onderwijs;
waarborgen van de vrijheid van onderwijs;
waarborgen van de samenhang in het onderwijsbestel;
bewaken van het civiele effect van diploma’s;
bewaken van doelmatige en rechtvaardige besteding van
overheidsmiddelen;
nakomen van verplichtingen uit internationale verdragen en
afstemmen van het nationale onderwijsbeleid op relevante
internationale ontwikkelingen.
Instrumenten van de overheid:
- Bekostiging; wie bekostiging wil ontvangen, moet voldoen aan de eisen.
- Wettelijke eisen (deugdelijkheidseisen); randvoorwaarden en inhoudelijke
kaders.
- Toezicht;
Het artikel zelf is nauwelijks veranderd over de jaren heen, maar de invulling van de
overheidszorg wel.
Garantiefunctie van het openbaar onderwijs: moet voor elk kind in ons land
toegankelijk zijn, zodat verzekerd is dat elk kind zijn recht op onderwijs kan uitoefenen.
Niemand mag worden gedwongen om onderwijs te volgen of zijn kinderen onderwijs te
laten volgen dat uitgaat van een bepaalde overtuiging.
3.3 – Vrijheid van onderwijs
- Vrijheid van stichting: iedereen mag een school oprichten, als deze voldoet aan
de eisen.
- Vrijheid van richting: een school mag gebaseerd zijn op een bepaalde
godsdienst, levensbeschouwing of een pedagogisch idee.
- Vrijheid van inrichting: binnen wettelijke kaders mogen scholen de volgende
dingen zelf bepalen.
Onderwijsmethoden
Leermiddelen
Organisatie van het onderwijs
Pedagogische aanpak
word wel altijd begrensd door: eisen, toezicht en publieke belangen.
Deze vrijheden kunnen spanningen met zich meebrengen. wanneer is een
overheidsmaatregel nodig voor kwaliteitsbehoud en wanneer tast dit de vrijheden in het
onderwijs aan?
3.4 – Financiële gelijkstelling en volledige bekostiging
Bijzondere scholen krijgen dezelfde bekostiging als openbare scholen. komt voort uit
de schoolstrijd, die leidde tot de Pacificatie (1917). er zijn wel voorwaarden:
- Ze moeten voldoen aan de wettelijke eisen en stichtingsnormen;
- Er mag geen winstoogmerk zijn;