★ KC Identiteit: het beeld dat iemand van zichzelf heeft, hij uitdraagt en andere
voorhoudt en als kenmerkend en blijvend beschouwd voor zijn eigen persoon. Het is
afgeleid van zijn perceptie over de groepen waar iemand wel of juist geen deel van
uitmaakt.
- Referentiekader: het geheel van kennis, ideeën, ervaringen en overtuigingen van
waaruit iemand denkt en handelt.
→ Maakt hoe iemand naar de wereld kijkt.
→ Iemands kijk op wereld kan verschillen obv ervaringen.
Drie aspecten van identiteit:
- Persoonlijke identiteit: het beeld dat iemand van zichzelf heeft, zelfbeeld.
● Antwoord op; Wie ben ik? Hoe zien anderen mij?
● Hoe je jezelf uitdraagt bepaalt mede hoe andere over jou denken, je draagt
een eigenschap dus uit, anderen nemen dit waar en vormen mening over jou.
- Sociale identiteit: beeld dat iemand van zichzelf heeft in bepaalde groepen waar hij
deel van uitmaakt.
● Antwoord op; Bij wie hoor ik?
● sociale identiteit kan persoonlijke identiteit versterken.
- Collectieve identiteit: het bepaalde beeld van een groep.
● Antwoord op; Welke beelden bestaan er van een groep?
● Dit kan het beeld van een groep zijn waar je zelf deel van uitmaakt, maar dat
hoeft niet.
→ Externe collectieve identiteit: beeld van een groep die als blijvend en
kenmerkend wordt beschouwd voor die groep.
● Mensen hebben verwachtingen over het gedrag van anderen met
bepaalde identiteit, ook van landen.
_
- Loyaliteitsconflict: wanneer er sprake is van spanningen tussen de persoonlijke en
externe collectieve identiteit.
→ Voorbeeld: wanneer je hoort bij een bepaalde groep, maar die groep een slechte
naam krijgt → wil je nog wel met deze groep geassocieerd worden?