★ KC Groepsvorming: het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee
personen die elkaar beïnvloeden en samen gemeenschappelijke normen en waarden
ontwikkelen.
Vormen van sociale bindingen:
- Affectieve bindingen: emotionele bindingen.
- Cognitieve bindingen: kennis en vaardigheden
- Economische bindingen: werk en goederen die nodig zijn voor het bestaan.
- Politieke bindingen: zaken in samenleving die gezamenlijk geregeld moeten worden.
_
- Informele sociale controle: als groepsleden elkaar wijzen op de waarden en normen
van de groep.
- Formele sociale controle: mensen die vanuit hun beroep of functie anderen op de
regels wijzen.
- Insluiting/ingroup: de mensen die bij de groep horen, daar is binding mee.
- Uitsluiting/outgroup: de mensen die niet bij de groep horen.
→ Meestal gebaseerd op stereotypen en vooroordelen.
- Informele groep: mensen kennen elkaar en voelen zich emotioneel met elkaar
verbonden, geen afspraken die officieel vastliggen, rollenstructuur is flexibel.
→ voorbeeld: vriendengroepen.
- Formele groep: groepen met vastgestelde regels of regels die door anderen
gemakkelijk te herkennen zijn, sprake van hiërarchie die vastgesteld is in taken en
rollen. Vaak zijn doelen en normen binnen groep vastgesteld.
→ voorbeeld; sportteam, bedrijfsafdeling.
Binnen een formele groep kan een informele groep ontstaan: een bedrijfsafdeling die
iedere week vrijdagmiddag borrel bezoekt.
★ KC Sociale cohesie: het aantal en de kwaliteit van bindingen die mensen in een
ruimer socialer kader met elkaar delen, het gevoel een groep te zijn, lid te zijn van
een gemeenschap, de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn en de
mate waarin anderen daar ook een beroep op kunnen doen.
Wat houdt de samenleving bijeen en hoe kunnen er sterke bindingen ontstaan tussen
mensen in de maatschappij?
→ door:
- Gedeelde waarden en normen:
● Zorgt voor saamhorigheid.
● We identificeren ons met mensen die op dezelfde manier leven en dezelfde
normen en waarden hebben.