Moerputten
Onderzoeksverslag
Geldermalsen, (datum)
Bron afbeelding: Silvia Reiche, 2016
Een verslag in het kader van IBS 2.1 Rewilding
(Naam)
Docent Yuverta MBO: Robert Knops
Periode 1 - Jaar 2 – Eco & Wildlife
Yuverta MBO Geldermalsen
,Voorwoord
In dit document gaat u lezen over of het mogelijk is om het donker pimpernelblauwtje
succesvol te herintroduceren in de Moerputten. Deze opdracht is vanuit Yuverta MBO
Geldermalsen gekomen in het kader van Rewilding. In de periode van augustus tot oktober
ben ik bezig geweest met dit project.
Door de fijne begeleiding en feedback van Robert Knops heb ik met plezier aan dit
onderzoeksverslag gewerkt. Daarnaast wil ik Irma Wynhoff bedanken voor het meedenken
en aanleveren van informatie.
(Naam)
Geldermalsen, (Datum)
, Samenvatting
Het donker pimpernelblauwtje (Phengaris nausithous) is verdwenen uit Nederland.
Herintroductie is de enige oplossing om de soort terug te krijgen. In dit onderzoek wordt de
haalbaarheid van een herintroductie in de Moerputten onderzocht aan de hand van literatuur-
en veldonderzoek. De vereisten van de vlinder worden vergeleken met de huidige staat en
beheer van de Moerputten.
De eerste deelvraag richt zich op de kenmerken van het donker pimpernelblauwtje en de
specifieke voorwaarden en risico's van herintroductie. De vlinder is afhankelijk van de grote
pimpernel (Sanguisorba officinalis) en de gewone steekmier (Myrmica rubra) voor
voortplanting. De vlinder verdween uit Nederland in de jaren 70 door habitatverlies. Een
eerder herintroductieprogramma in de Moerputten was succesvol, maar door verkeerd
beheer en verdroging is de soort opnieuw uitgestorven. Het leefgebied van de vlinder bestaat
uit vochtige graslanden met voldoende grote pimpernel en nesten van de gewone steekmier.
Randvoorwaarden voor een herintroductie zijn het oplossen van uitstervingsfactoren,
voldoende kennis over de soort en een geschikt habitat. Verkeerd beheer, zoals droogte of
onjuist maaien, vormt een risico.
De tweede deelvraag onderzoekt de kenmerken van de Moerputten, inclusief het huidige
beheer en de geschiktheid voor een herintroductie. De Moerputten is een deelgebied van het
Natura 2000 gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche broek. Binnen de Moerputten
komen veel Rode Lijst-soorten voor en bijzondere planten. Habittattypen die voorkomen zijn
blauwgraslanden, heischraal grasland, ruigten en zomen en glanshaver- en
vossenstaarthooilanden. Het gebied kent klei- en veenlagen en stond vroeger vaak onder
water. Tegenwoordig is er een aangepast waterpeil en zijn er wateronttrekking. Sindsdien
heeft het gebied last van verdroging. Dit heeft negatieve gevolgen voor de grote pimpernel.
De laatste deelvraag gaat over welke beheers- en inrichtingsmaatregelen nodig zijn voor een
succesvolle herintroductie. Het aanleggen van stuwen kan helpen om de aanvoer van
basenrijk kwelwater te bevorderen en verdroging tegen te gaan. De waardplant is
onvoldoende aanwezig om een gezonde metapopulatie te krijgen. Door deze op geschikte
locaties in het zuidelijke deel van het gebied aan te planten, kan er meer leefgebied voor de
vlinder worden gecreëerd. Daarnaast is aangepast maaibeheer noodzakelijk om de
ontwikkeling van de grote pimpernel en de gewone steekmier te ondersteunen.
Nader onderzoek naar de nestdichtheid van de waardmier en de verdroging in het gebied is
van groot belang. Alleen dan, en met de eerder benoemde maatregelen is het mogelijk om
een succesvolle herintroductie van het donker pimpernelblauwtje in de Moerputten te
garanderen.
Inhoudsopgave
Voorwoord....................................................................................................3
Samenvatting...............................................................................................4
1. Inleiding...................................................................................................7