Radiodiagnostiek samenvatting
5.2 strooistralingrooster
Hoeveelheid strooistraling is afhankelijk van:
Materiaaleigenschappen
de objectdikte
de veldgrootte
gemiddelde fotonenergie
5.2.1 Bouw van het strooistralenrooster
Gericht rooster= Wanneer de lamellen van een rooster gericht worden op het focus en ze dus
evenwijdig staan aan de divergerende stralingsrichting van de primaire bundel.
Ongericht rooster= wanneer de lamellen allemaal evenwijdig aan elkaar staan.
Gekruist rooster= Deze roosters bestaan uit een gekruist patroon van lamellen loodrecht op elkaar.
5.2.2 Werking van strooistralenroosters
Het wegvangen van een deel van de strooistraling en ook een klein deel van de primaire straling
zorgt echter ook voor een afname van de uiteindelijke uittreedosis ter plaatse van de detector. Om
dit dosisverlies te compenseren is een hogere belichtingswaarde en daarmee een verhoging van de
patiëntendosis noodzakelijk. Dit om voldoende signaal over te houden voor een kwalitatief goede
afbeelding.
5.2.3 Ratio
absorptie van straling in een rooster hangt af van:
de dikte van de lamellen
de hoogte van de lamellen
de ruimte tussen twee opvolgende lamellen.
Ratio= absorptievermogen van het strooistralen rooster. De hoogte van de lamel en de ruimte tussen
twee lamellen samen hebben hier invloed op.
Ratio= hoogte : afstand
5.2.4 Indeling van roosters
Hoge ratio= hoge contrastresolutie
, Lage ratio= contrastverbetering gewenst maar dosistoename moet beperkt blijven.
5.2.6 Roosterfactoren
strooistralen rooster absorbeert straling uit de primaire bundel. Hierdoor moet belichtingswaarden
omhoog. De factor waarmee de mAs-waarde moet worden verhoogd, wordt de roosterfactor
genoemd.
De roosterfactor wordt bepaald door twee
factoren:
verzwakking in het rooster van de primaire straling (primaire bundel), resulterend in de
primaire transmissie;
verzwakking in het rooster van de strooistraling, resulterend in de strooistralentransmissie.
Belangrijke factoren die de roosterfactor beïnvloeden:
ratio (vast);
lameldikte en het aantal lamellen per cm (vast);
buisspanning (variabel);
objectdikte (variabel);
veldgrootte (variabel).
5.2.7 Selectiviteit
Selectiviteit= de verhouding tussen het percentage doorgelaten primaire straling en het percentage
doorgelaten strooistraling. Selectiviteit geeft een kwaliteitsindicatie van een rooster.
Factoren die de selectiviteit beïnvloeden:
ratio (vast);
buisspanning (variabel).
5.2.8 Gebruikersfouten
Omgekeerd rooster= wanneer gericht rooster verkeerd om is geplaatst. Hierdoor zal een sterke
onderbelichting aan de randen ontstaan.
5.2 strooistralingrooster
Hoeveelheid strooistraling is afhankelijk van:
Materiaaleigenschappen
de objectdikte
de veldgrootte
gemiddelde fotonenergie
5.2.1 Bouw van het strooistralenrooster
Gericht rooster= Wanneer de lamellen van een rooster gericht worden op het focus en ze dus
evenwijdig staan aan de divergerende stralingsrichting van de primaire bundel.
Ongericht rooster= wanneer de lamellen allemaal evenwijdig aan elkaar staan.
Gekruist rooster= Deze roosters bestaan uit een gekruist patroon van lamellen loodrecht op elkaar.
5.2.2 Werking van strooistralenroosters
Het wegvangen van een deel van de strooistraling en ook een klein deel van de primaire straling
zorgt echter ook voor een afname van de uiteindelijke uittreedosis ter plaatse van de detector. Om
dit dosisverlies te compenseren is een hogere belichtingswaarde en daarmee een verhoging van de
patiëntendosis noodzakelijk. Dit om voldoende signaal over te houden voor een kwalitatief goede
afbeelding.
5.2.3 Ratio
absorptie van straling in een rooster hangt af van:
de dikte van de lamellen
de hoogte van de lamellen
de ruimte tussen twee opvolgende lamellen.
Ratio= absorptievermogen van het strooistralen rooster. De hoogte van de lamel en de ruimte tussen
twee lamellen samen hebben hier invloed op.
Ratio= hoogte : afstand
5.2.4 Indeling van roosters
Hoge ratio= hoge contrastresolutie
, Lage ratio= contrastverbetering gewenst maar dosistoename moet beperkt blijven.
5.2.6 Roosterfactoren
strooistralen rooster absorbeert straling uit de primaire bundel. Hierdoor moet belichtingswaarden
omhoog. De factor waarmee de mAs-waarde moet worden verhoogd, wordt de roosterfactor
genoemd.
De roosterfactor wordt bepaald door twee
factoren:
verzwakking in het rooster van de primaire straling (primaire bundel), resulterend in de
primaire transmissie;
verzwakking in het rooster van de strooistraling, resulterend in de strooistralentransmissie.
Belangrijke factoren die de roosterfactor beïnvloeden:
ratio (vast);
lameldikte en het aantal lamellen per cm (vast);
buisspanning (variabel);
objectdikte (variabel);
veldgrootte (variabel).
5.2.7 Selectiviteit
Selectiviteit= de verhouding tussen het percentage doorgelaten primaire straling en het percentage
doorgelaten strooistraling. Selectiviteit geeft een kwaliteitsindicatie van een rooster.
Factoren die de selectiviteit beïnvloeden:
ratio (vast);
buisspanning (variabel).
5.2.8 Gebruikersfouten
Omgekeerd rooster= wanneer gericht rooster verkeerd om is geplaatst. Hierdoor zal een sterke
onderbelichting aan de randen ontstaan.