Autisme ADHD Anti-sociaal gedrag Regulatieproblemen Kindermishandeling & trauma
DSM-5 criteria: A. Tekorten in sociale communicatie en sociale Twee clusers: Antisociaal gedrag = 'leeftijdsinadequate handelingen en Reactive Attachment Disorder Vormen van kindermishandeling:
interactie - Attention-Deficit - aandachtsproblemen houdingen die anderen schaden en de normen van anderen - teruggetrokken, emotioneel beperkt - Fysiek geweld (vb. slaan)
- Tekorten in sociaal-emotionele wederkerigheid (ongeorganiseerd, korte spanningsboog) ookwel, of de maatschappij schenden’ - weinig tot geen hechting - Psychisch geweld (vb. kleineren)
- Tekorten in non-verbale communicatieve ADD -> problemen met zelfcontrole & emoties - vermijding en geremd gedrag - Seksueel misbruik (vb. seksuele handelingen bij
gedragingen die gebruikt worden voor sociale - Hyperactivity Disorder - impulsiviteit kind, uitkleden voor webcam)
interactie (bewegingsonrust, snel praten, reageren voor denken) Disruptieve, impulsbeheersings- en andere Disinhibited Social Engagement Disorder - Verschillende vormen van verwaarlozing (vb. niet
- Tekorten in het ontwikkelen, onderhouden en gedragsproblemen: (ontremd-sociaalcontactstoornis) wassen):
begrijpen van relaties Oorzaken: - Oppositionele-opstandige stoornis (ODD) - te open, ongepast sociaal gedrag - fysieke verwaarlozing, vb. tekort aan eten
Erfelijke factoren, omgevingsfactoren en gen- - Norm overschrijdend-gedragstoornis (CD) - vaak nog gehecht, maar geen selectiviteit naar - emotionele verwaarlozing, vb. geen tijd voor
B. Beperkte, repetitieve patronen van gedrag, omgeving interacties spelen een grotere rol bij bij volwassenen: Antisociale Persoonlijkheidsstoornis verzorgers aandacht
interesses of activiteiten (minstens twee): complexe stoornissen zoals ADHD (ASPS) - opdringerig en overdreven sociaal gedrag - verwaarlozing op het gebied van onderwijs
- Stereotiepe of repetitieve motorische Omgevingsfactoren die kans op ADHD vergroten:
bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak - prenatale risicofactoren (alcohol, roken en stress) Diagnostiek bij ODD Twee type trauma’s:
- Aandringen op gelijkheid, inflexibele - complicaties bij geboorte zoals vroeg geboorte / laag - Patroon van argumentatief en uitdagend gedrag of Type 1 trauma = eenmalige blootstelling aan
vasthoudendheid aan routines, of geritualiseerde gewicht wraakzucht icm boze/prikkelbare stemming traumatische gebeurtenis
patronen van verbaal of non-verbaal gedrag - blootstelling aan zware metalen - Minimaal 6 maanden minstens 4 symptomen, waarvan > Type 2 trauma / complex trauma = herhaaldelijke
- Sterk beperkte, gefixeerde interesses die - ernstige vroege verwaarlozing 1 met nonsibling blootstelling aan traumatische gebeurtenissen /
abnormaal zijn in intensiteit of focus vormen van huiselijk geweld / kindermishandeling
- Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke Diagnostiek bij CD: Type 2 trauma leidt minder snel tot klassiek PTSS
prikkels (overgevoeligheid of ondergevoeligheid) - Patroon van agressief en normoverschrijdend gedrag beeld (zie Jonkman), je ziet meer complex PTSS
- min. 1 jaar 3 symptomen, 1 laatste 6 maanden
- begin kindertijd (<10) begin adolescentie PTSS criteria bij kinderen (<7 jaar) zelfde als
volwassenen:
A. Blootstelling aan een feitelijke of dreigende
dood, ernstige verwonding of seksueel geweld als
schaltoffer, getuige of vernemen van
ouder/verzorger
B. Intrusieve symptomen (vb. nachtmerries,
flashbacks)
C. Vermijding van traumagerelateerde stimuli /
negatieve verandering in stemming/cognitie
D. Verandering in arousal en reactiviteit (vb.
prikkelbaar gedrag, hyperalert, overdreven
schrikreactie, concentratieproblemen,
slaapproblemen)