------------------------ LECTURE 1 ----------------------- .........................................................2
------------------------ LECTURE 2 ----------------------- .........................................................7
------------------------ LECTURE 3 ----------------------- .......................................................10
------------------------ LECTURE 4 ----------------------- .......................................................16
------------------------ LECTURE 5 ----------------------- .......................................................20
------------------------ LECTURE 6 ----------------------- .......................................................23
------------------------ LECTURE 7 ----------------------- .......................................................24
,------------------------ LECTURE 1 -----------------------
INTERPRETIVE FRAMEWORKS AND ASSUMPTIONS
Filosofische assumpties
Ontologie:
• De studie van de aard van de werkelijkheid
• Wat is de aard van de werkelijkheid?
• Dominante weergave QR: meerdere realiteiten
Epistemologie:
• Aard van de kennis
• Wat geldt als kennis?
• Dominante kijk in QR: kennis is gebaseerd op subjectieve ervaringen van mensen
Axiologie:
• Studie van waarden (zoals rechtvaardigheid, duurzaamheid, hiërarchie en macht)
• Wat is de rol van waarden in onderzoek?
• Verschillende weergaven in QR:
o Creswell over dominante axiologie in QR: onderzoek is waardevol, onderzoekers
moeten hun waarden toelichten en weerspiegelen hoe het hun resultaten beïnvloedt
o Post-positivisten: onderzoekers moeten objectief zijn, hun waarden niet laten
beïnvloeden op hun onderzoek, en daarom rigoureuze wetenschappelijke methoden
gebruiken (die waardevrij zijn)
Methodologie:
• De studie van onderzoeksprocedures en -methoden
• Weergaven in QR:
o Varieert van inductief tot deductief
o Bestudeer onderwerp in context
o Opkomend onderzoeksontwerp (je had een plan in je onderzoek, maar dat plan is niet
gelukt, want sommige mensen
spreken niet openlijk dus
interview is nutteloos, je
observeert ze liever)
2
, Interpretatieve kaders
Kaders zijn geen onderzoeksbenaderingen
• Zij zijn het frame dat de positie van de onderzoeksbenaderingen contextualiseert
Set van filosofische aannames
• Theoretische lens
• Lens voor sociale rechtvaardigheid
Creswell en Poth hoofdstuk 2:
• Postpositivisme
• Sociaal constructivisme
• Postmodernisme
• Pragmatisme
• Kritische theorie
Samenvatting in tabel 2.3!
Postpositivisme
Ontologie
• Gaat uit van 1 realiteit (vb: als je uit het vliegtuig springt, val je naar beneden)
• Onderzoekers kunnen het misschien niet perfect begrijpen
Epistemologie
• De werkelijkheid kan alleen worden benaderd
• Het wordt onthuld door onderzoek en statistieken
• Beperk de interactie met proefpersonen (jezelf niet laten vertekenen door interactie met
proefpersonen te beperken)
• Geldigheid komt van leeftijdsgenoten, niet van deelnemers
Axiologie
• Beheers de vooringenomenheid van de onderzoeker (bias)
• Het is niet nodig om ze uit te leggen (omdat ze worden gecontroleerd)
Methodologie
• Strenge wetenschappelijke methoden zijn belangrijk
• Deductief
Sociaal constructivisme
Ontologie
• Meerdere realiteiten worden geconstrueerd door onze geleefde ervaringen en interacties met
anderen https://www.youtube.com/watch?v=gVCkJ7jLnz0
Epistemologie
• Belangrijk om te begrijpen hoe mensen de werkelijkheid construeren, in plaats van ‘feiten’
• Kennis over de werkelijkheid, mede geconstrueerd tussen onderzoeker en proefpersonen
3