Internationaal recht hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9.
Europees recht hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 8, 9, 10.
Internationaal recht Hoofdstuk 1 en 2
Wat is internationaal recht?
- Volkenrecht: recht tussen volken en staten, synoniem voor
internationaal(publiek)recht.
- Internationaal publiekrecht vs. Internationaal privaatrecht: het publiek of
openbaar gezag gedenkt regelgeving om internationale problemen zoals
grensoverschrijdend milieuvervuiling of terrorisme het hoofd te bieden.
Internationaal privaatrecht richt zich met name op geschillen tussen
natuurlijke personen en/of rechtspersonen onderling. Dus als er in een
privaatrechtelijke situatie sprake is van verbinding tussen twee of meer
landen(online aankoop of buitenlandse bruiloft).
- Relatie tussen staten onderling.
- Horizontale werking staten: staten zijn gelijk en hebben gelijke macht.
Doorwerking van het internationaal recht in ons nationaal systeem
- Nationale besluiten mogen niet getoetst worden aan ongeschreven
volkenrecht, dus niet op gewoonterecht (nyugat-arrest)
- Op grond van art 94 GW mag de Nederlandse rechter Nederlandse
wettelijke voorschriften alleen toetsen aan geschreven bronnen van
internationaal recht: aan verdragen en aan besluiten van volkenrechtelijke
organisaties.
- Arrest grenstractaat van Aken de doorwerking van een ieder
verbindende verdragsbepalingen in de Nederlandse rechtsorde is hierin
vastgelegd. Ieder verbinden bepalingen zijn regels waaruit je duidelijk een
recht of plicht, een moeten handelen of een nalaten kunt afleiden.
- Monisme vs. Dualisme (art 93 GW): bij het monisme is het internationaal
recht automatisch deel van de nationale rechtsorde. Bij dualisme moet het
internationaal recht wel worden omgezet of getransformeerd naar
nationaal recht via een aparte wet. Nederland heeft een gematigd
monistisch stelsel.
- Toetsingsverbod rechter(art 120 GW)
Rechtssubject I – Staten
- Verdrag van Montevideo. De vereisten voor een staat staan in artikel 1 en
zijn:
1. een permanente bevolking:
Nationaliteit Ius sanguinis: de nationaliteit is verkregen omdat de
ouders de nationaliteit van de staat bezaten.
Nationaliteit Ius soli: als men op het grondgebied van de staat is
geboren hebben ze deze nationaliteit.
2. Grondgebied
3. Regering/soevereiniteit
, 4. Het vermogen om betrekkingen aan te gaan met andere
staten(erkenning)
- Totstandkoming van een staat;
Samenvoeging(fusie): twee of meer staten vormen samen een nieuwe
staat. Zoals de eenwording van Noord- en Zuid-Jemen in 1990.
Afscheiding(secessie): een deel van een bestaande staat verklaart zich
onafhankelijk. Zoals Zuid-Soedan scheidde zich in 2011 af van Soedan.
Ontbinding(dissolutie): een bestaande staat valt uiteen in twee of meer
staten. Zoals de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991.
Rechtssubject II – (internationale) organisaties
1. Intergouvernementele organisaties: zijn rechtssubjecten van het
internationaal recht, omdat zij verdragen kunnen sluiten en rechten en
plichten hebben op internationaal niveau. Internationale organisaties zijn
per definitie intergouvernementele organisaties, want
intergouvernementeel betekent tussen regeringen/overheden.
Internationale organisaties kunnen staten niet tegen hun wil binden aan
een besluit, want deze kunnen zo; n besluit zelf tegenhouden door tegen te
stemmen.
2. Supranationale organisaties: Er zijn ook internationale organisaties
waaraan staten een deel van hun soevereiniteit afstaan, zodat die
organisatie dan bevoegd is om besluiten te nemen waaraan staten tegen
hun wil kunnen worden gebonden. Zoals de EU.
3. Non-gouvernementele organisaties: een organisatie die afhankelijk is van
de overheid en zich richt op het maatschappelijk belang. Deze organisaties
hebben niet het doel om winst te maken. Zoals Artsen zonder Grenzen,
Amnesty international en WWF
Rechtssubject III – Natuurlijke personen
- Hoofdregel: oplossen middels nationale systemen
- Internationaal strafrecht:
Misdaden tegen de menselijkheid
Genocide
Oorlogsmisdaden
- Mensenrechten:
Universele Verklaring Recht van de Mens(EVRM)
Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
Rechtssubject IV – Volken
- Zelfbeschikking: volken mogen binnen een staat zelf bepalen hoe die staat
wordt ingericht(monarchie of republiek, democratie of systeem).
- Intern(binnen grenzen staat): uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht
binnen de grenzen van de staat waarin een volk zich bevindt.
- Extern(wijziging grenzen staat): uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht
die een wijziging van de internationale grenzen van een staat met zich
brengt. Dit kan door:
Onafhankelijkheid
Associatie
Integratie
, Internationaal recht hoofdstukken 3, 4 en 5 (5.3.3 hoeft niet)
Rechtsmacht/jurisdictie – oftewel de grenzen van staatsmacht:
1. Territoriale jurisdictie
2. Functionele jurisdictie
3. Personele jurisdictie
Territoriale jurisdictie: de bevoegdheid van een staat om zelfstandig regels op te
stellen voor het eigen grondgebied, zijn territoir. Deze regels omvatten de
bevoegdheid voor de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht om voor het
grondgebied van een staat regels te maken, deze te handhaven en daarover
recht te spreken.
- Voorwaarde staat ‘grondgebied’ dit is de grond en de lucht en de
binnenwateren.
- Aangrenzende zeeën (UNCLOS)
art 3, 12 zeemijl
art 5, basislijn
art 17 jo. 19: uitzondering, onschuldige doorvaart
Functionele jurisdictie: de staat heeft een beperkte mate van rechtsmacht over
bepaalde gebieden van het nabijgelegen zeegebied. Dit gebied omvat de
aansluitende zone, het continentaal plat en de exclusieve economische zone.
- De territoriale zee: zee strook aangrenzend aan een grondgebied.
tot 12 mijl uit de kust
- De aansluitende zone: komt na de territoriale zee. De kuststaat mag hierin
alleen toezicht uitoefenen om te voorkomen dat er inbreuk gemaakt wordt
op nationale wetten en voorschriften over douane, belastingen, immigratie
of volksgezondheid.
12 tot 24 mijl uit de kust
- De exclusieve economische zone (EEZ): grenst aan de territoriale zee. In
deze zonde heeft de kuststaat een eigen beslissingsbevoegdheid over de
exploratie, exploitatie, het behoud en het beheer van de natuurlijke
rijkdommen. In de boden, water en lucht.
tot 200 mijl uit de kust
art 56 UNCLOS
- Het continentaal plat: het deel van een continent dat onder water staat. De
kuststaat heeft hierover rechten over de exploratie en exploitatie van de
natuurlijke rijkdommen, zoals de mineralen en andere dingen zoals olie en
aardgas.
art 76 UNCLOS
- Rijkdommen exploreren
art 77 UNCLOS
Personele jurisdictie(strafrechtelijke/criminele jurisdictie): de staat kan zijn
bevoegdheden ook uitoefenen ten aanzien van personen.
- Art 2 lid 1 GW, Nederlander
- Art 3 lid 1 Rijkswet op het Nederlanderschap
Ius-sanguinis-beginsel en ius soli beginsel.
- Territorialiteitsbeginsel: er wordt onderscheid gemaakt tussen twee
beginselen: