Ethics
Bestuurskunde
Jaar 3
Universiteit Leiden
1
,Inhoud
Lecture 1: What Should You Do?..................................................................4
Waarom ethiek?........................................................................................4
Wat is ethiek?............................................................................................4
Een gedachte-experiment.........................................................................5
Ethische vocabulair...................................................................................6
Lecture 2: The Call of Duty...........................................................................8
Praktijkvoorbeelden..................................................................................8
Deontologische ethiek...............................................................................8
Ethiek van Kant (sub-type van deontologische ethiek).............................9
Uitgangspunt: Plicht en een doel op zich zijn.........................................9
Respect.................................................................................................10
Categorisch imperatief: twee formuleringen (van de vier)...................10
Twee onderscheiding tussen soorten plichten......................................11
Volmaakte plichten en onvolmaakte plichten......................................11
Praktische toepassingen.........................................................................12
Lecture 3: Utility for All..............................................................................14
Consequentialisme en utilitarisme..........................................................14
Hedonistisch utilitarisme: kwantitatief (Bentham) en kwalitatief (Mill,
Singer).....................................................................................................15
Kwantitatief utilitarisme (Bentham).....................................................15
Kwalitatief utilitarisme (Mill, Singer).....................................................16
Twee weerleggingen................................................................................17
Het bezwaar van overmatige veeleisendheid (overdemandingness
objection).............................................................................................17
Antwoord op het bezwaar van overmatige veeleisendheid:
Regelutilitarisme..................................................................................17
Het weerzinwekkende conclusie-bezwaar (repugnant conclusion
objection).............................................................................................18
Antwoorden op het weerzinwekkende conclusie-bezwaar...................19
Lecture 4: People of Character...................................................................21
Deugdethiek: historische context............................................................21
Deugdethiek: typen.................................................................................21
Neo-aristotelische deugdethiek...............................................................21
Intellectuele en morele deugden..........................................................22
2
, Wat is een morele deugd?....................................................................22
Phronesis en morele deugden..............................................................23
Een weerlegging op deugdethiek: Situationist objection........................23
The Good Samaritan study (1973).......................................................24
Antwoorden op de situationist objection (situationistische weerlegging)
.............................................................................................................25
Deugden, phronesis en organisaties.......................................................25
Lecture 5: Political Ethics (1)......................................................................26
Politieke ethiek........................................................................................26
Reflective equilibrium...........................................................................26
Een voorbeeld van reflective equilibrium.............................................27
Morele dilemma’s....................................................................................27
Dirty Hands dilemma’s............................................................................28
Voorbeelden.........................................................................................28
Wat maakt het precies fout?................................................................29
Omgaan met het Dirty Hands-probleem.................................................30
Benadering 1: Thompson’s positie; focus op bedrog (deception) van
anderen................................................................................................30
Benadering 2: Walzer’s positie: een hybride (consequentialistische en
deontologische) ethische theorie.........................................................31
Benadering 3: Nick’s positie.................................................................31
Lecture 6: Political Ethics (2)......................................................................32
Het probleem van morele meningsverschillen en controversieel
overheidsbeleid.......................................................................................32
Redelijke morele meningsverschillen...................................................32
Morele meningsverschillen verklaren...................................................32
Redelijke morele meningsverschillen en moreel pluralisme.................33
Omgaan met morele meningsverschillen................................................33
Het probleem van morele arrogantie...................................................33
Praktische aanpak -> Gebruikmaken van democratische praktijken. . .34
Onenigheid en compromissen..............................................................35
3
, Lecture 1: What Should You Do?
Waarom ethiek?
Centrale thema in dit vak: Moraal (morality)
- Welke soorten beleid zijn moreel gerechtvaardigd?
- Termen ‘morally wrong’ en ‘morally right’
Ethiek studeren omwille…
1. Persoonlijke redenen
2. Professionele redenen
Wat is ethiek?
Er is een onderscheid tussen ethiek (ethics) en moraal (morality)
Algemeen gebruik van het onderscheid:
Morality = Het domein van morele normen en morele relaties tussen
individuen (het onderwerp/domein dat we daadwerkelijk bestuderen)
- Wat als individu telt, dus wie tot de morele kring behoort, verschilt
per theorie
- Sommigen zeggen alleen rationale wezen, utilitaristen
breiden deze kring
uit met ook dieren (‘ieder die de mogelijkheid heeft om te
lijden’)
Ethics = De discipline die morality bestudeert
- Komt van ethikos (= het uitdrukken van moraliteit, karakter)
- Dit is dus wat we doen met dit vak
Zeldzaam gebruik van het onderscheid (volgens Ronald Dworkin):
Morality = Het domein van morele relaties tussen verschillende
individuen (de relatie die we hebben met anderen)
Ethics = Het domein van morele relaties tussen een individu en
hem-/haarzelf (de relatie die we hebben met onszelf)
Ethiek bestaat uit het bestuderen van:
Morality = Het domein van morele normen en morele oordelen
gebaseerd op morele normen
- Morele normen = Normen waarvan het bestaan/de validiteit niet
afhangt van de
verwachtingen en het gedrag van anderen
- Bijv. anderen geen kwaad doen, schade voorkomen, eerlijk
delen
- Morele normen sturen het handelen
- Sociale normen = Normen waarvan het bestaan/de validiteit
afhang van/wordt
bemiddeld door de verwachtingen en het gedrag van andere
4