Civiele rechtspleging
HC 1A Inleiding tot het vak en inleiding bewijsrecht (H I, II en X)
Inleiding bewijsrecht
Algemeen
• Belang van het bewijsrecht in civiele zaken
• Belang van goede beheersing van het bewijsrecht
• Plaats van het bewijs(recht) in het civiele proces
• Plaats van het bewijsrecht in de wet
Bewijsrecht is van belang in civiele zaken, omdat als partijen ergens over twisten de rechter een knoop
moet doorhakken. Dan komt iets vast te staan of juist niet en dat heeft gevolgen voor de afloop van de
procedure: vordering/verzoek toewijzen/afwijzen, hangt af van de bewijsrechtelijke positie van
partijen. Om een beslissing te kunnen nemen moet een rechter ergens vanuit kunnen gaan. Vast staan
of juist niet vast staan: dit is niet onweerlegbaar natuur wetenschappelijk bewijs, dat is het nooit.
Hangt samen met processuele en materiële waarheid.
Van belang voor het kunnen beslissen door een rechter maar ook voor procespartijen moet men het
bewijsrecht – hoe kom je tot een vaststelling of iets vaststaat of niet – heel goed in de vingers hebben.
Omdat de meeste zaken worden gewonnen of verloren op de feiten. Bijna nooit op het recht. Feiten
komen vast te staan door het bewijsrecht.
Hoe verloopt een gemiddelde procedure in eerste aanleg? Dagvaarding, CvA, mondelinge behandeling
en in de meeste gevallen daarna een eindvonnis. Waar is het bewijsrecht? Zit niet in dat model. De
wetgever gaat er van uit dat een gemiddelde procedure zonder bewijslevering door kan. Niet elke
procedure bevat een element van bewijslevering. Soms wordt een tussenvonnis gewezen waarin een
bewijsopdracht aan beide partijen of een van de partijen wordt gegeven. Dat is een bewijsincident.
Bewijs is een van de complicaties van een procedure en daarmee kan een procedure ook veel langer
duren.
Bewijsrecht in de wet eigenlijk overal, maar de kern van het bewijsrecht staat in 9 e afdeling van 2e
titel van 1e boek Rv, begint bij art 149 Rv. Voorbeeld is art 6:74 BW – wanprestatie, de ‘tenzij’ geeft
aan hoe de bewijslast verdeling moet worden opgepakt. Art 149 Rv gaan we komende weken bij langs.
Inleiding bewijsrecht
Toepasselijkheid
• In dagvaardings- en verzoekschriftprocedures?
• In kort geding?
• In eerste aanleg, in hoger beroep en in cassatie?
Toepassen i.i.g. bij dagvaardingsprocedures wegens de tweede titel, Geldt het ook in
verzoekschriftprocedures? Ja, derde titel van boek 1 Rv, art 284 Rv – 9 e afdeling van overeenkomstige
toepassing, tenzij de aard van de procedure zich daartegen verzet. Bijv. wanneer het een procedure met
een spoedeisend karakter betreft, dan brengt de aard van de procedure wegens het spoedeisende
karakter mee dat dit zich verzet tegen toepassing van de 9 e afdeling. Voorbeeld is de
enquêteprocedure. Dit is een verzoekschriftprocedure die zich kenmerkt door enige spoed, het
bewijsrecht is daar niet onverkort van toepassing. Algemene stelregel is dus als volgt:
verzoekschriftprocedure met enig spoedeisend karakter, brengt mee dat de aard van het bewijsrecht
zich daartegen kan verzetten.
Kort geding (hierna: KG) is een dagvaarding, maar kenmerkt zich ook door het spoedeisend karakter
en daar past het helemaal niet in de procedure om een bewijsincident te openen en getuigen te gaan
horen. De voorzieningenrechter in KG niet gebonden aan de 9 e afdeling, maar hij zou het wel kunnen
toepassen. De voorzieningenrechter kan voorafgaand aan KG/tijdens KG schorsen om een voorlopig
HC 1A Inleiding tot het vak en inleiding bewijsrecht (H I, II en X)
Inleiding bewijsrecht
Algemeen
• Belang van het bewijsrecht in civiele zaken
• Belang van goede beheersing van het bewijsrecht
• Plaats van het bewijs(recht) in het civiele proces
• Plaats van het bewijsrecht in de wet
Bewijsrecht is van belang in civiele zaken, omdat als partijen ergens over twisten de rechter een knoop
moet doorhakken. Dan komt iets vast te staan of juist niet en dat heeft gevolgen voor de afloop van de
procedure: vordering/verzoek toewijzen/afwijzen, hangt af van de bewijsrechtelijke positie van
partijen. Om een beslissing te kunnen nemen moet een rechter ergens vanuit kunnen gaan. Vast staan
of juist niet vast staan: dit is niet onweerlegbaar natuur wetenschappelijk bewijs, dat is het nooit.
Hangt samen met processuele en materiële waarheid.
Van belang voor het kunnen beslissen door een rechter maar ook voor procespartijen moet men het
bewijsrecht – hoe kom je tot een vaststelling of iets vaststaat of niet – heel goed in de vingers hebben.
Omdat de meeste zaken worden gewonnen of verloren op de feiten. Bijna nooit op het recht. Feiten
komen vast te staan door het bewijsrecht.
Hoe verloopt een gemiddelde procedure in eerste aanleg? Dagvaarding, CvA, mondelinge behandeling
en in de meeste gevallen daarna een eindvonnis. Waar is het bewijsrecht? Zit niet in dat model. De
wetgever gaat er van uit dat een gemiddelde procedure zonder bewijslevering door kan. Niet elke
procedure bevat een element van bewijslevering. Soms wordt een tussenvonnis gewezen waarin een
bewijsopdracht aan beide partijen of een van de partijen wordt gegeven. Dat is een bewijsincident.
Bewijs is een van de complicaties van een procedure en daarmee kan een procedure ook veel langer
duren.
Bewijsrecht in de wet eigenlijk overal, maar de kern van het bewijsrecht staat in 9 e afdeling van 2e
titel van 1e boek Rv, begint bij art 149 Rv. Voorbeeld is art 6:74 BW – wanprestatie, de ‘tenzij’ geeft
aan hoe de bewijslast verdeling moet worden opgepakt. Art 149 Rv gaan we komende weken bij langs.
Inleiding bewijsrecht
Toepasselijkheid
• In dagvaardings- en verzoekschriftprocedures?
• In kort geding?
• In eerste aanleg, in hoger beroep en in cassatie?
Toepassen i.i.g. bij dagvaardingsprocedures wegens de tweede titel, Geldt het ook in
verzoekschriftprocedures? Ja, derde titel van boek 1 Rv, art 284 Rv – 9 e afdeling van overeenkomstige
toepassing, tenzij de aard van de procedure zich daartegen verzet. Bijv. wanneer het een procedure met
een spoedeisend karakter betreft, dan brengt de aard van de procedure wegens het spoedeisende
karakter mee dat dit zich verzet tegen toepassing van de 9 e afdeling. Voorbeeld is de
enquêteprocedure. Dit is een verzoekschriftprocedure die zich kenmerkt door enige spoed, het
bewijsrecht is daar niet onverkort van toepassing. Algemene stelregel is dus als volgt:
verzoekschriftprocedure met enig spoedeisend karakter, brengt mee dat de aard van het bewijsrecht
zich daartegen kan verzetten.
Kort geding (hierna: KG) is een dagvaarding, maar kenmerkt zich ook door het spoedeisend karakter
en daar past het helemaal niet in de procedure om een bewijsincident te openen en getuigen te gaan
horen. De voorzieningenrechter in KG niet gebonden aan de 9 e afdeling, maar hij zou het wel kunnen
toepassen. De voorzieningenrechter kan voorafgaand aan KG/tijdens KG schorsen om een voorlopig