, 40 open vragen
Antwoorden apart einde
Hoofdstuk 1 – Nederlands taalvaardigheid
1. Leg het verschil uit tussen denotatie en connotatie en geef van beide een concreet voorbeeld in een zin.
2. Analyseer de volgende zin grammaticaal en benoem de belangrijkste zinsdelen:
"Hoewel de commissie het voorstel kritisch beoordeelde, besloot zij het experiment toch voort te
zetten."
3. Leg uit wat een drogreden is en beschrijf twee verschillende soorten drogredenen met eigen
voorbeelden.
4. Herschrijf de volgende zin zodat deze formeler en academischer wordt:
"Veel mensen vinden dat de overheid hier gewoon iets aan moet doen."
5. Beschrijf het verschil tussen een betogende tekst, een beschouwende tekst en een uiteenzettende tekst.
Hoofdstuk 2 – Engels taalvaardigheid
6. Explain the difference between present perfect and past simple. Provide two example sentences for
each tense.
7. Rewrite the following sentence in formal academic English:
"Lots of people think social media is bad for young people."
8. Explain the difference in meaning between the words economic and economical. Provide an example
sentence for each.
9. Translate the following sentence into correct English and explain your grammatical choices:
"De overheid probeert ongelijkheid in het onderwijs te verminderen."
10. Explain the difference between an argument, an opinion, and evidence in an academic English text.
Hoofdstuk 3 – Logisch en analytisch redeneren
11. Leg uit wat een syllogisme is en geef een eigen voorbeeld van een geldig syllogisme.
12. Beschrijf het verschil tussen inductief en deductief redeneren en geef van beide een voorbeeld.
13. Een onderzoek toont aan dat 70% van de ondervraagde studenten liever online colleges volgt. Leg uit
waarom dit resultaat niet automatisch betekent dat alle studenten dat willen.
14. Analyseer de volgende redenering en geef aan of deze logisch geldig is:
"Alle wetenschappers zijn kritisch. Maria is kritisch. Dus Maria is een wetenschapper."
15. Leg uit wat een oorzaak-gevolgrelatie is en geef een voorbeeld waarin een schijnverband wordt
verward met causaliteit.
Hoofdstuk 4 – Algemene kennis of maatschappelijk inzicht
16. Leg uit wat het verschil is tussen een democratie en een autoritair politiek systeem.
17. Beschrijf de belangrijkste functies van de Trias Politica en leg uit waarom deze scheiding belangrijk is.
18. Leg uit wat globalisering betekent en noem twee mogelijke voordelen en twee mogelijke nadelen.
19. Beschrijf wat inflatie is en leg uit welke gevolgen langdurige inflatie kan hebben voor burgers.
20. Leg uit waarom onderwijs vaak wordt gezien als een belangrijke factor in sociale mobiliteit.