Info:
Er zijn hoorcolleges Niet verplicht
Er zijn 7 werkgroepen Wel verplicht
Tentamen = Powerpoints (hoorcolleges) met
bijpassende deel van het boek + syllabus
Meerkeuze telt 60% mee
Open ended test over de inhoud van de
werkgroepen
Telt voor 40% mee
Onderscheid in drie thema’s
1. Wetenschap filosofie
o Wat is wetenschap?
o Wat is de geschiedenis van de wetenschappelijke basis?
o Wat is de basis van de wetenschap?
2. Technische gedeelte van methodologie
o Alle verschillende methodes
o Beperkingen van de methodes
o Welke methode moet je waarvoor gebruiken
3. Analyseren van gegevens
o Met behulp van statistiek
o Wat kun je met gegevens en hoe doe je dat?
o Op basis van de syllabus (Pas in hoorcollege 7)
Hoorcollege 1:
Studies kun je verdelen in “arts” en “wetenschap” studies:
Arts (BA): studeren verschillende facetten van cultuur
Wetenschap (BSc): wetenschappelijke methode wordt toegepast
o Natuurlijke wetenschap
o Sociale wetenschap
o Formele wetenschap (maken niet strikt gebruik van de
wetenschappelijke methode, dus niet empirisch)
In de wetenschap zijn empirisch en formele wetenschappen cruciaal
,Empirisch vs. Formeel
Premisse: uitspraak die we voor waar aannemen, vooronderstelling dat iets
waar is
Empirisme: conclusies baseren op zintuigelijke waarnemingen
Wetenschappelijke methode heeft beide componenten:
1. Empirisch: collectie van data (feiten)
2. Formeel: correcte redenering gebaseerd op de data
Bronnen van kennis
Wetenschappelijke onacceptabel:
1. Tenacity (volhardendheid/hardnekkigheid): blijven geloven is iets wat niet
klopt
2. Intuition (intuïtie): buik gevoel
3. Authority (autoriteit): gerespecteerde bron
Wetenschappelijk acceptabel (kritisch)
1. Empirisme: systematische observatie
2. Rationalisme: formeel correcte redenering
Wetenschappelijke kennis: Resulteert van een continu samenspel tussen
empirische observatie, systematische observering van de werkelijkheid en
rationeel denken.
Wordt verder uitgewerkt in hoorcollege 2
Geschiedenis van de wetenschap (beknopt)
Waarom: Belangrijk om te weten waar we vandaan komen en om te begrijpen
waarom we moeten koesteren wat we hebben
Focus ligt op ouder vakgebied Natuurkunde/astronomie want:
o Lange traditie
o Goed voorbeeld voor hoe wetenschap zich ontwikkelt
o Gaat over ontwikkeling van wetenschap, geen technische details
Tussen 1700 en nu:
Vrij modern
Kennis gebaseerd op wetenschappelijke methode
Denkers: John Locke en Isaac Newton
Zijn tot het inzicht gekomen dat de toekomst niet te voorspellen valt en
dat we soms te weinig kennis bezitten om conclusies te trekken over een
bepaald onderwerp
Rond 1600:
Old-fashioned ouderwetse manier
Kennis gebaseerd op autoriteit
De bijbel en Aristoteles
, Allemaal rare bij geloven: hekserij, magie, regenboog is God
17e eeuw wordt ook wel de wetenschappelijke revolutie genoemd (1600-1700)
Er heeft ook een wetenschappelijke revolutie plaatsgevonden.
De school van Athene
Een schilderij van Raphael. In het midden staan Plato en Aristoteles, twee grote
filosofen, en rondom hen zien we hun leerlingen.
Plato (427-347 bc.)
Leerling van Socrates (schreef nooit wat op)
Ideeënleer aangeboren kennis (door God aangegeven)
Observaties mogen niet gebruikt worden voor de wetenschap niet te
vertrouwen
Nieuwe kennis door te redeneren van andere ideeën/aangeboren kennis
Toepasbare gebieden: logica en geometrie veel vooruitgang in geboekt
Sterk rationalisme; GEEN empirisme
Aristoteles (384-322 bc.)
Leerling van Plato
Kennis komt van ideeën, maar ook van observaties verschilt met Plato
zijn denkwijze
Deductie: nieuwe kennis opdoen uit zekere waarheden (Socrates en Plato)
Inductie: nieuwe kennis opdoen uit observaties
Volgens Aristoteles was deductie nog steeds de ware manier van kennis
verkrijgen
Sterk rationalistisch; een beetje empirisch
Deductie leidt tot zekere nieuwe kennis, inductieve generalisatie kan leiden tot
fouten
Alexander de Groot
Grote veroveraar van landen (Azië en Egypte)
Hellenisme: verspreiden van het Griekse denken in de wereld eromheen
Alexandria: nieuwe stad van de Groot nieuwe centrum van de
wetenschap
o Focus op astronomie en geografie
o Er werd veel geobserveerd wel voorzichtig
o Minder focus op redeneringen, geen nadruk op uitleggen
o Sterk empirisch, een beetje rationalistisch
Claudius Ptolemy (Grieken)
Publiceerde de Almagest over het zonnestelsel
Hij vatte observaties samen en beweerde dat alle hemellichamen een
perfecte cirkel maakte rondom de aarde
Er werd niet betwijfeld of de aarde het middelpunt was en of de
hemellichamen wel een perfecte cirkel konden maken
Epicycli: hemellichaam draait in perfecte cirkel om aarde en draait ook nog
rond een punt op de cirkel (epicyclus)
, De basisprincipes werden niet in vraag getrokken