Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

College aantekeningen IPR

Rating
-
Sold
-
Pages
47
Uploaded on
09-03-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting van alle colleges van het vak IPR, inclusief een aantal casus uitwerkingen.

Institution
Course

Content preview

College 1
Waarom IPR?
- Verhoudingen die zich niks aantrekken van landsgrenzen 
economisch, huwelijk, koopovereenkomsten etc.
- Er is rechtsverscheidenheid  verschillende rechtsvormen, wel
harmonisatie, maar geen uniformheid in recht.

Rechtsfamilies: (binnen het Burgerlijk recht)
- Civil law  continentaal Europese landen, oorsprong binnen het
Romeinse recht. China is hier wat betreft het Burgerlijk recht ook een
onderdeel van.
o Romanistisch (Code civil)
o Germanistisch (BGB)
- Common law (Louisiana heeft een rechtsstelsel dat je niet als een
common law rechtsstelsel kan benoemen, heeft een zogenoemd
mixed stelsel. Quebec is ook een uitzondering. Veel Afrikaanse
landen hebben ook een common law stelsel).
- Scandinavisch  hebben een eigen identiteit die onderling aan
elkaar verwant zijn.
- ‘Mixed jurisdictions’  rechtssystemen die niet onder te brengen zijn
binnen civil of common, vaak begonnen als civil law en daarna sterk
beïnvloed door het common law. Louisiana en Quebec zijn hier
voorbeelden van. Zuid-Afrika is door de kolonisatie van de VOC hier
ook een voorbeeld van, civil law van oorsprong maar met veel
rechtsregels uit het common law. Srilanka is door kolonisatie hier ook
een voorbeeld van. Schotland.

Factoren ter identificatie:
- Historische ontwikkeling  civil law is afkomstig van het Romeinse
recht.
- Rechtsbronnen  civil law = wetgeving belangrijkste bron. Common
law = rechtsspraak de belangrijkste bron, wetgeving is specifiek en
heeft niet de kenmerken van een algemeen wetboek. Wetgeving
gaat wel voor op rechtspraak als deze er is.
- Rechtsvinding/juridische argumentatie
- Typerende rechtsinstituten  common law kent 3 rechtsgebieden
(statue law, common law & equity). Trust is common law.
- Politieke en religieuze achtergrond  kapitalistisch vs.
communistisch. In de Islamitische landen heeft geloof een grote
invloed. Ook binnen rechtsgebieden veel verschillen te vinden,
bijvoorbeeld personen- en familierecht.

Indeling IPR:
1. Rechtsmacht: internationaal bevoegde rechter
a. Brussel I, Haags Forumkeuzeverdrag, Verdrag van Lugano
b. Art. 1-14 Rv.
2. Conflictenrecht: toepasselijk recht
a. Rome I, Rome II
b. Boek 10 BW


1

, 3. Erkenning en tenuitvoerlegging
a. Brussel I
b. Jurisprudentie HR
Functie en structuur van de verwijzingsregel:
- Functie (grondslag) van de verwijzing(sregel)
o Vinden van het nauwst verbonden recht
o Savigny: ‘zetel’ (Sitz) van de rechtsverhouding
“dat voor elke rechtsverhouding dat rechtsgebied wordt
gezocht, waaraan deze rechtsverhouding volgens zijn eigen
aard toebehoort of onderwerpen is, (waarin deze haar zetel
heeft)
o Art. 10:8 lid 1 BW
o Materieelrechtelijk resultaat is niet relevant
- Uitzonderingen
o Beschermingsbeginsel
 Art. 6 en 8 Rome I
o Begunstigingsbeginsel
 Alimentatie: conflictenrechtelijke herkansing
 Ook: art. 10:12 BW, art. 11 Rome I (formele geldigheid)

Verwijzingsregel: elementen
- Verwijzingscategorie (onderwerp)
o Zie ook  kwalificatie
- Aanknopingsfactoren (norm)
o Enkelvoudig (art. 10:127 lid 1 BW: wet van ligging)
o Alternatief (art. 11 Rome I: vorm)
o Subsidiair (bijv. alimentatie)
o Cumulatief (art. 16 insolventieverordening: pauliana)
o Distributief (art. 10:128 BW: retentierecht)
- Verwijzing/aanknoping (rechtsgevolg)
o Gekanaliseerde verwijzing
 Zie ook: kwalificatie
o Geen herverwijzing (‘renvoi’)
 Art. 10:5 BW, art 20 Rome I, art. 5 lid 1 Haags
Vertegenwoordigingsverdrag (‘interne recht’)
 Terugverwijzing + doorverwijzing (wij gaan uit van de
kracht van ons eigen recht, we houden geen rekening
met andere rechten)
 Uitzondering: art. 10:31 lid 3 BW, art. 34
Erfrechtverordening (’worden mede begrepen de regels
IPR’). ZEER UITZONDERLIJK!

Kwalificatie voorbeelden:
- Verstoting (‘khoel’): echtscheiding
- Geldige titel: goederenrecht
- Verjaring: materieel recht
- Verbod schenking tussen echtgenoten



2

,Termen opgenomen in Rome I en Rome II verdrag moeten autonoom
worden uitgelegd. Deze hebben een autonome verdragskwalificatie.



College 2
Rome I verordening
- De opvolger van het EVO verdrag. De rechtspraak over het EVO is direct relevant voor
Rome I.
- Het rapport Juliano Laguarde = voor de uitleg van Rome I.

Rome II  van toepassing op verbintenissen uit de wet.

Toepassingsgebied:
 Materieel  art. 1 (materiele kwesties waarop de regeling van toepassing is)
o Verbintenissen uit overeenkomst
o Uitsluitingen
 Arbitrage
 Vertegenwoordiging (volmacht/bestuurder etc.)
 Onderhandelingen (art. 12 Rome II)
o Voor Nederland  10:154 BW (bepalingen van Rome I van overeenkomstige
toepassing)
 Formeel  art. 2 (feitelijk gezien is dit onbeperkt)
o Universele werking (van toepassing ongeacht de woonplaats van partijen en
ongeacht en het recht dat uiteindelijk van toepassing blijkt te zijn)
 Temporeel  art. 28
o Contracten die zijn gesloten op of na 17 december 2009, hiervoor is in de
meeste gevallen het EVO van toepassing

Rechtskeuze:
 Art. 3 Rome I: volledige vrijheid (beginsel van contractsvrijheid binnen het
contractenrecht)
o Geen verbondenheid met gekozen recht vereist (elk recht kan gekozen
worden).
o In de praktijk wordt er wel degelijk een rechtskeuze gemaakt voor het recht
dat verband houdt met de overeenkomst.
o Onroerend goed  kijken naar de ligging.
 Art. 3 Rome I: 'variaties'
o Uitdrukkelijk/stilzwijgend (in de meeste gevallen bevat de overeenkomst een
clausule met uitdrukkelijke bepaling van het gekozen recht). (Bij stilzwijgend
kan een duidelijke aanwijzing zijn dat er wordt verwezen naar bepaald recht,
bijvoorbeeld het BW).
 Forumkeuze (considerans nr. 12)  op zichzelf nog net voldoende om
te concluderen dat het gaat om een stilzwijgende keuze, het is 1 van
de factoren die kan zorgen voor de aanname.
o Partiële rechtskeuze (art. 3 lid 1 Rome I  in haar geheel of voor slechts een
onderdeel daarvan). Varianten:
 Voor 1 onderdeel een keuze gemaakt, de rest wordt overgelaten aan
de rechter. (enkelvoudige partiële rechtskeuze).


3

,  Per onderdeel van de overeenkomst bepalen wat het toepasselijke
recht is (meervoudige partiële rechtskeuze).
o Vooraf/achteraf (vaak bij het sluiten van een overeenkomst gedaan)
 Art. 3 lid 2 Rome I


 Beperkingen:
o Internationaliteit (art. 3 lid 3 Rome I)  objectief gezien met meer dan 1 land
verboden.
o Consumenten- en arbeidsovereenkomsten, huurder van woonruimte (art. 6 en
8 Rome I)
o Voorrangsregels (art. 9 Rome I)
o Openbare orde (art. 21 Rome I)

Internationaliteit:
 Art. 3 lid 3: interne gevallen
o HvJ EU FTI Touristik: voor toepassing van Brussel I bis ook sprake is van een
'internationaal element' wanneer twee contractspartijen weliswaar gevestigd
zijn in dezelfde lidstaat, maar de overeengekomen prestatie in een andere
staat moeten worden uitgevoerd
 Art 3 lid 4: 'intra-EU' gevallen (verbonden met de EU, dwingende regels van het EU-
recht)
o Bijvoorbeeld  agentuurovereenkomst
o Contract dat objectief gezien in zijn geheel met de EU is verbonden

Objectief toepasselijk recht:
 Artikel 4 Rome I (er is geen rechtskeuze gemaakt door de partijen)
o 'lijst' is nieuw t.o.v. art. 4 EVO (komt een overeenkomst voor op de lijst van art.
4 lid 1?)
 Geldleningen (HvJ Kareda/Benkö)
 Ruilovereenkomsten (swaps)
 Joint venture overeenkomsten
o Leer van de kenmerkende prestatie (art. 4 lid 2)  elk type contract heeft een
eigen kenmerkende prestatie, deze prestatie is over het algemeen lastiger uit
te voeren dan de prestatie die ertegenover staat.
 Prestatie die niet bestaat uit betalen geldsom, juist de prestatie die
daar tegenover staat. (bij een koopovereenkomst is dat het leveren
van de zaak).
 Beide prestaties bestaan uit geldsom
 Art. 4 lid 4
o Exceptieclausule (art. 4 lid 3)
 HvJ ICF/Balkenende: C-133/08

Stappenplan:
1. Gaat het om een overeenkomst genoemd in art. 5 t/m 8? Nee? Door naar stap 2.
2. Komt de overeenkomst voor op de lijst van art. 4 lid 1? Ja. Stap 3. Nee? Dan is het recht
aangewezen door art. 4 lid 2 ( abstracte formule, leer van de kenmerkende prestatie).
3. Is er sprake van een 'nauwe verbondenheid' met een ander land in het licht van art. 4 lid
3? Kan ook gaan om een overeenkomst die op grond van lid 2 'leer van de kenmerkende
prestatie' via een andere rechtskeuze moet worden behandeld.

4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 9, 2026
Number of pages
47
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
Ernste en verhagen.
Contains
All classes

Subjects

$10.98
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
fschapers

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
fschapers Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
24
Last sold
1 month ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions