College 1
Uitgangspunt is binnen het contractenrecht al afzienbare tijd de
contractvrijheid.
Autonomie = het vermogen van een individu tot zelfbeschikking,
zelfbestuur, onafhankelijkheid en zelfontplooiing, om zijn eigen toekomst
vorm te geven door middel van vrijwillige keuzes, waardoor het individu
‘het verhaal van het eigen leven kan schrijven (en herschrijven)’.
fundamenteel recht en een ultieme verantwoordelijkheid in liberale
samenlevingen.
Autonomie wordt gezien als de bron van economische vrijheden, zoals het
recht om een beroep te kiezen, werk te verrichten, zaken te doen en als
economische actor aan de samenleving deel te nemen.
Basis voor principes als partijautonomie en contractvrijheid, waardoor
individuen hun juridische relaties kunnen structureren en hun eigen
voorwaarden kunnen vaststellen.
Binnen het BW methodologisch individualisme (alles begint met een
eigen wil/keuze).
Rationele keuze theorie mensen denken na voordat ze een beslissing
nemen. Er ligt vaak een cognitief proces aan ten grondslag.
Autonomie in het contractenrecht:
- 3:32 BW onbekwaam 1:233, 1:234, 1:378, 1:381 BW.
- 3:33 BW
- 3:34 BW
- 3:35 BW
Paternalisme = interventies in autonomie in het belang van de
bescherming, en zo nodig tegen de wil van de beschermeling. ‘falen van
de marktdeelnemer’.
- Gronden ondercuratelestelling en beschermingsbewind
- Bescherming menselijke waardigheid (commercieel
draagmoederschap?)
- Aanpak problematische schulden
- Bijzondere hogere leeftijdsgrenzen
Niet elke interventie in autonomie is echter in het belang van de
beschermeling. Het kan ook over het algemeen belang gaan.
Wil, verklaring en vertrouwen als grondslag voor binding uit deze
maatstaf volgt het primaat van de wilsvertrouwensleer en
wilsovereenstemming als basis van contractuele gebondenheid.
Uitleg:
- HR Inscharing: “niet uitgesloten is dat op enig moment na het sluiten
van de overeenkomst een ander dan een van de oorspronkelijke
, contractspartijen in plaats van die oorspronkelijke contractspartij
dient te worden aangemerkt als contractspartij”
- Dynamische uitleg.
Kwalificatie:
- Benoemd of onbenoemd contract (bij benoemde contracten kan er
sprake zijn van dwingend rechtelijke bepalingen).
- HR inscharing (eerst uitleg van contract en daarna kijken of ze vallen
onder een benoemd contract in boek 7 kwalificatie)
- HR verlengd verblijf
- 6:215 BW in het geval als het gaat om meerdere benoemde
contracten
HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo)
• De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene
partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de
opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een
arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets
anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van
stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of
het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. (art. 7:400)
• De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij,
de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de
werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten
(art. 7:610)
• Omstandighedencatalogus
• Het gewicht van een contractueel beding dat daadwerkelijk
minder of geen betekenis heeft voor de partij die de
werkzaamheden verricht (uitvoering boven de letter van het
contract?)
Wat als essentiële elementen van een benoemd contract niet in de
wettelijke omschrijving maar elders staan? Soms geeft de wet een
‘strekkingsbepaling’:
• Bijv. art. 7:130 lid 2, art. 7:84 lid 2, art. 7:113 lid 3
• Art. 7:186
• Maar wat is ‘strekking’ eigenlijk?
Dwingend (contracten)recht
• Afwijkende bedingen nietig of vernietigbaar
• Niet hetzelfde als contractsdwang! (gaat niet om iemand tot
een contract dwingen)
• Positief en negatief dwingend (negatief dwingend mag niet,
een verboden beding)
Art. 3:40 BW:
• 1 Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de
goede zeden of de openbare orde, is nietig.
, • 2 Strijd met een dwingende wetsbepaling leidt tot nietigheid van de
rechtshandeling, doch, indien de bepaling uitsluitend strekt ter
bescherming van één der partijen bij een meerzijdige
rechtshandeling, slechts tot vernietigbaarheid, een en ander voor
zover niet uit de strekking van de bepaling anders voortvloeit.
• 3 Het vorige lid heeft geen betrekking op wetsbepalingen die niet de
strekking hebben de geldigheid van daarmede strijdige
rechtshandelingen aan te tasten.
Wanneer pas je 3:40 BW toe?
- Je gebruikt art. 3:40 BW als restbepaling, dus als er geen andere
regeling is. Als er wel een ander artikel is met een sanctie, dan wordt
meestal die sanctie gebruikt.
- Is er een wetsbepaling die stelt dat iets niet mag, maar niet wat de
gevolgen zijn, dan gaat het vaak om art. 3:40 lid 2 BW. Altijd ook lid
3 meenemen.
- Een artikel verbiedt een bepaalde prestatie, de inhoud of strekking
zouden dan in strijd kunnen zijn met openbare orde of goede
zeden HR Wav.
Art. 3:40 BW is een ‘restregeling’ – specifieke wetsbepalingen kunnen zelf
sanctie zoals nietigheid bepalen. Voorbeelden:
• Art. 2 Wet op de orgaandonatie
Toestemming voor het verwijderen van een orgaan, verleend met
het oogmerk daarvoor een vergoeding te ontvangen die meer
bedraagt dan de kosten, daaronder begrepen gederfde inkomsten,
die een rechtstreeks gevolg zijn van het verwijderen van het orgaan,
is nietig.
• Art. 442a Sr (Wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en
afstamming)
Degene die een vergoeding geeft of ontvangt voor het zijn van
draagmoeder als bedoeld in artikel 151b, derde lid, die meer
bedraagt dan de op grond van artikel 215, eerste lid, onder f, van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bij algemene maatregel van
bestuur vastgestelde vergoeding, wordt gestraft met een geldboete
van de derde categorie.
• Art. 4.1.8.a Jeugdwet/art. 4.2.5a WMO
Elk beding in een door contractspartijen gesloten overeenkomst dat
het recht beperkt of ontneemt om informatie over een incident
openbaar te maken of aan een derde te verstrekken, is nietig.
Verband tussen autonomie en informatie ontbrekende informatie,
onjuiste informatie. Deze informatie is noodzakelijk voor het cognitieve
proces.
- Bedrog en dwaling (3:44 lid 3 BW opzet te misleiden, gericht op
het bewegen van de ander tot de rechtshandeling)
- 6:228 BW
- Maar ook 6:162 BW en soms zelf 6:74 BW
, Art. 6:228 BW dwaling
• Onjuiste voorstelling van zaken
• Over feiten en omstandigheden die ten tijde van
contractsluiting bestaan
• Over een voor de dwalende essentieel kenmerk van de
overeenkomst (relevantie van de dwaling)
• Voor de dwalende is er causaal verband dwaling en sluiten
overeenkomst
• Voor de wederpartij is duidelijk (moet duidelijk zijn) dat het
voor de dwalende om een essentieel kenmerk gaat
(kenbaarheid)
• Één van de drie vernietigingsgronden doet zich voor (a)
gegeven ‘inlichting’, (b) nalaten in te lichten, (c) wederzijdse
dwaling
• De dwaling blijft niet voor rekening van de dwalende vanwege
de aard van de overeenkomst, verkeersopvatting of
omstandigheden van het geval
• Als aan alle vereisten is voldaan: dwalende heeft het recht om
overeenkomst te vernietigen
Of de mededelingsplicht is geschonden, hangt af van de omstandigheden
van het geval.
• HR (Baris/ Riezenkamp): “dat immers partijen, door in
onderhandeling te treden over het sluiten van een overeenkomst, tot
elkaar komen te staan in een bijzondere, door de goede trouw
beheerste, rechtsverhouding, medebrengende, dat zij hun gedrag
mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van
de wederpartij;”
• Niet elke dwaling leidt tot vernietiging
• HR:2014:416 (dwaling samenlevingscontract)
• Omvang en inhoud van mededelingsplicht (spreekplicht) hangen af
van de omstandigheden van het geval (HR:2019:1046 renteswap,
ro 3.5.6)
• Bij financieel product ‘renteswap’: inlichtingen waaruit met redelijke
inspanning inzicht kan worden verkregen in wezenlijke
kenmerken/risico’s van overeenkomst
• Hoedanigheid van partijen: de deskundige partij moet soms meer
weten dan de ondeskundige partij en dat meerdere dan delen
Om een rationele keuze te maken, moet je soms informatie delen met een
ander. Dit strekt ertoe om de autonomie van de wederpartij te borgen.
- Dit leerstuk zit ook in de regeling van de informed consent van de
geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:448 en 7:449 BW)
- Binnen het consumentenrecht ziet de regeling van de oneerlijke
handelspraktijken hierop (art. 6:193a e.v. BW). Je mag essentiële
informatie niet achterhouden voor de consument.
Uitgangspunt is binnen het contractenrecht al afzienbare tijd de
contractvrijheid.
Autonomie = het vermogen van een individu tot zelfbeschikking,
zelfbestuur, onafhankelijkheid en zelfontplooiing, om zijn eigen toekomst
vorm te geven door middel van vrijwillige keuzes, waardoor het individu
‘het verhaal van het eigen leven kan schrijven (en herschrijven)’.
fundamenteel recht en een ultieme verantwoordelijkheid in liberale
samenlevingen.
Autonomie wordt gezien als de bron van economische vrijheden, zoals het
recht om een beroep te kiezen, werk te verrichten, zaken te doen en als
economische actor aan de samenleving deel te nemen.
Basis voor principes als partijautonomie en contractvrijheid, waardoor
individuen hun juridische relaties kunnen structureren en hun eigen
voorwaarden kunnen vaststellen.
Binnen het BW methodologisch individualisme (alles begint met een
eigen wil/keuze).
Rationele keuze theorie mensen denken na voordat ze een beslissing
nemen. Er ligt vaak een cognitief proces aan ten grondslag.
Autonomie in het contractenrecht:
- 3:32 BW onbekwaam 1:233, 1:234, 1:378, 1:381 BW.
- 3:33 BW
- 3:34 BW
- 3:35 BW
Paternalisme = interventies in autonomie in het belang van de
bescherming, en zo nodig tegen de wil van de beschermeling. ‘falen van
de marktdeelnemer’.
- Gronden ondercuratelestelling en beschermingsbewind
- Bescherming menselijke waardigheid (commercieel
draagmoederschap?)
- Aanpak problematische schulden
- Bijzondere hogere leeftijdsgrenzen
Niet elke interventie in autonomie is echter in het belang van de
beschermeling. Het kan ook over het algemeen belang gaan.
Wil, verklaring en vertrouwen als grondslag voor binding uit deze
maatstaf volgt het primaat van de wilsvertrouwensleer en
wilsovereenstemming als basis van contractuele gebondenheid.
Uitleg:
- HR Inscharing: “niet uitgesloten is dat op enig moment na het sluiten
van de overeenkomst een ander dan een van de oorspronkelijke
, contractspartijen in plaats van die oorspronkelijke contractspartij
dient te worden aangemerkt als contractspartij”
- Dynamische uitleg.
Kwalificatie:
- Benoemd of onbenoemd contract (bij benoemde contracten kan er
sprake zijn van dwingend rechtelijke bepalingen).
- HR inscharing (eerst uitleg van contract en daarna kijken of ze vallen
onder een benoemd contract in boek 7 kwalificatie)
- HR verlengd verblijf
- 6:215 BW in het geval als het gaat om meerdere benoemde
contracten
HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo)
• De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene
partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de
opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een
arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets
anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van
stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of
het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. (art. 7:400)
• De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij,
de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de
werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten
(art. 7:610)
• Omstandighedencatalogus
• Het gewicht van een contractueel beding dat daadwerkelijk
minder of geen betekenis heeft voor de partij die de
werkzaamheden verricht (uitvoering boven de letter van het
contract?)
Wat als essentiële elementen van een benoemd contract niet in de
wettelijke omschrijving maar elders staan? Soms geeft de wet een
‘strekkingsbepaling’:
• Bijv. art. 7:130 lid 2, art. 7:84 lid 2, art. 7:113 lid 3
• Art. 7:186
• Maar wat is ‘strekking’ eigenlijk?
Dwingend (contracten)recht
• Afwijkende bedingen nietig of vernietigbaar
• Niet hetzelfde als contractsdwang! (gaat niet om iemand tot
een contract dwingen)
• Positief en negatief dwingend (negatief dwingend mag niet,
een verboden beding)
Art. 3:40 BW:
• 1 Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de
goede zeden of de openbare orde, is nietig.
, • 2 Strijd met een dwingende wetsbepaling leidt tot nietigheid van de
rechtshandeling, doch, indien de bepaling uitsluitend strekt ter
bescherming van één der partijen bij een meerzijdige
rechtshandeling, slechts tot vernietigbaarheid, een en ander voor
zover niet uit de strekking van de bepaling anders voortvloeit.
• 3 Het vorige lid heeft geen betrekking op wetsbepalingen die niet de
strekking hebben de geldigheid van daarmede strijdige
rechtshandelingen aan te tasten.
Wanneer pas je 3:40 BW toe?
- Je gebruikt art. 3:40 BW als restbepaling, dus als er geen andere
regeling is. Als er wel een ander artikel is met een sanctie, dan wordt
meestal die sanctie gebruikt.
- Is er een wetsbepaling die stelt dat iets niet mag, maar niet wat de
gevolgen zijn, dan gaat het vaak om art. 3:40 lid 2 BW. Altijd ook lid
3 meenemen.
- Een artikel verbiedt een bepaalde prestatie, de inhoud of strekking
zouden dan in strijd kunnen zijn met openbare orde of goede
zeden HR Wav.
Art. 3:40 BW is een ‘restregeling’ – specifieke wetsbepalingen kunnen zelf
sanctie zoals nietigheid bepalen. Voorbeelden:
• Art. 2 Wet op de orgaandonatie
Toestemming voor het verwijderen van een orgaan, verleend met
het oogmerk daarvoor een vergoeding te ontvangen die meer
bedraagt dan de kosten, daaronder begrepen gederfde inkomsten,
die een rechtstreeks gevolg zijn van het verwijderen van het orgaan,
is nietig.
• Art. 442a Sr (Wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en
afstamming)
Degene die een vergoeding geeft of ontvangt voor het zijn van
draagmoeder als bedoeld in artikel 151b, derde lid, die meer
bedraagt dan de op grond van artikel 215, eerste lid, onder f, van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bij algemene maatregel van
bestuur vastgestelde vergoeding, wordt gestraft met een geldboete
van de derde categorie.
• Art. 4.1.8.a Jeugdwet/art. 4.2.5a WMO
Elk beding in een door contractspartijen gesloten overeenkomst dat
het recht beperkt of ontneemt om informatie over een incident
openbaar te maken of aan een derde te verstrekken, is nietig.
Verband tussen autonomie en informatie ontbrekende informatie,
onjuiste informatie. Deze informatie is noodzakelijk voor het cognitieve
proces.
- Bedrog en dwaling (3:44 lid 3 BW opzet te misleiden, gericht op
het bewegen van de ander tot de rechtshandeling)
- 6:228 BW
- Maar ook 6:162 BW en soms zelf 6:74 BW
, Art. 6:228 BW dwaling
• Onjuiste voorstelling van zaken
• Over feiten en omstandigheden die ten tijde van
contractsluiting bestaan
• Over een voor de dwalende essentieel kenmerk van de
overeenkomst (relevantie van de dwaling)
• Voor de dwalende is er causaal verband dwaling en sluiten
overeenkomst
• Voor de wederpartij is duidelijk (moet duidelijk zijn) dat het
voor de dwalende om een essentieel kenmerk gaat
(kenbaarheid)
• Één van de drie vernietigingsgronden doet zich voor (a)
gegeven ‘inlichting’, (b) nalaten in te lichten, (c) wederzijdse
dwaling
• De dwaling blijft niet voor rekening van de dwalende vanwege
de aard van de overeenkomst, verkeersopvatting of
omstandigheden van het geval
• Als aan alle vereisten is voldaan: dwalende heeft het recht om
overeenkomst te vernietigen
Of de mededelingsplicht is geschonden, hangt af van de omstandigheden
van het geval.
• HR (Baris/ Riezenkamp): “dat immers partijen, door in
onderhandeling te treden over het sluiten van een overeenkomst, tot
elkaar komen te staan in een bijzondere, door de goede trouw
beheerste, rechtsverhouding, medebrengende, dat zij hun gedrag
mede moeten laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van
de wederpartij;”
• Niet elke dwaling leidt tot vernietiging
• HR:2014:416 (dwaling samenlevingscontract)
• Omvang en inhoud van mededelingsplicht (spreekplicht) hangen af
van de omstandigheden van het geval (HR:2019:1046 renteswap,
ro 3.5.6)
• Bij financieel product ‘renteswap’: inlichtingen waaruit met redelijke
inspanning inzicht kan worden verkregen in wezenlijke
kenmerken/risico’s van overeenkomst
• Hoedanigheid van partijen: de deskundige partij moet soms meer
weten dan de ondeskundige partij en dat meerdere dan delen
Om een rationele keuze te maken, moet je soms informatie delen met een
ander. Dit strekt ertoe om de autonomie van de wederpartij te borgen.
- Dit leerstuk zit ook in de regeling van de informed consent van de
geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:448 en 7:449 BW)
- Binnen het consumentenrecht ziet de regeling van de oneerlijke
handelspraktijken hierop (art. 6:193a e.v. BW). Je mag essentiële
informatie niet achterhouden voor de consument.