CVA= cerebrovasculair accident
Wat doet het brein:
- Reguleren: aanpassen van een functie bij een bepaalde verandering
- Integratie/ coördinatie: aanpassen van functies aan elkaar
Wat doet het zenuwstelsel:
Die heeft een input opgevangen door sensoriek (receptoren), dit wordt verwerkt in de
hersenen en gekoppeld aan herinneringen. Vervolgens komt er een output, dit gaat
met motoriek (effectoren).
Anatomisch (bouw): centraal en perifeer
Fysiologisch (werking):
- Autonoom (vegetatief) en willekeurig (animaal)
- Sympathisch en parasympathisch
- Hiërarchie: basis van niveau
- Signaalrichting: afferent (aanvoerend) en efferent (afvoerend)
In de hersenen zit grijze en witte stof. Buitenkant (schors= cortex) zit grijze stof. In
midden (merg= medulla) zit witte stof.
In cortex liggen cellichamen en dendrieten van neuronen. De axonen liggen in
medulla. Is wit gekleurd door myeline.
Cortex van cerebri heeft 4 verschillende kwabben: frontaalkwab, parietaalkwab,
occipitaalkwab en temporaalkwab. De centrale groef heet Sulcus Centralis, die
verdeelt grote hersenen in linker en rechter deel. In de primaire schors komen
impulsen binnen. In de secundaire schors krijgt de impuls een betekenis.
Bij een bloeding of een infarct raken piramidebanen aangetast. Hierdoor kan een
helft van je lichaam verlamd raken.
Limbische systeem zorgt voor emoties. Speelt rol bij ontstaan van emoties en hoe je
sociaal gedraagt.
Hersenstam bestaat uit verschillende onderdelen: pons, medulla oblongata, thalamus
en cerebelli.
Cerebellum zorgt ervoor dat alles wat we doen en plannen om te doen, wordt
vergeleken met wat er in de praktijk gebeurt. Krijgt input van grote hersenen en input
van motorische spieren. Belangrijk voor coördinatie.
In ruggenmerg zitten in achterkant de achter hoornen, die zorgen voor sensibiliteit.
De voor hoornen zorgen voor motoriek. Laagste niveau van aansturing.
Aansturing van spieren: motorcortex -> piramidale baan-> extrapiramidale banen->
motorneuronen.