Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Anatomie & Fysiologie Kennistoets OWE 2 Leerjaar 1 HAN

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
61
Geüpload op
09-03-2026
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting kun je gebruiken als voorbereiding op de kennistoets van OWE 2 op de HAN. Hierin staat alle theorie van anatomie en fysiologie. De samenvatting van pathologie staat los gepubliceerd. Succes met de kennistoets!

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

,Samenvatting OWE 2
Hoofdstuk 6 Circulatiestelsel
6.6 Bloed
Bloed is vloeibaar weefsel. Valt onder steunweefsel, omdat het bloedcellen in een waterige vloeibare
matrix bevat. Dit heet bloedplasma.

Bloed is roodgekleurd en een stroperige vloeistof. Als bloed een tijdje in een buisje zit, zakken de
zware bloedcellen en bloedfragmenten naar beneden. Daarboven bevindt zich bloedplasma, dat is
heldere, lichtgele vloeistof.

6.6.1 Bloedcellen
In bloedplasma zitten twee soorten bloedcellen: erytrocyten (rode bloedcellen) die zuurstof vervoert
en leukocyten (witte bloedcellen) die afweer regelt. Trombocyten (bloedplaatjes) zijn ook
bloedcellen, maar er is niet echt een cel. Trombocyten kunnen bloed laten stollen.

95% van totale hoeveelheid bloedcellen bestaat uit erytrocyten. Wordt ook term hematocriet
genoemd. Dit is relatieve erytrocytenvolume in bloed.

Erytrocyt ziet eruit als een plat rond schijfje en is concaaf, de cel in het centrum is van boven en
onder ingedeukt. Geen kern, geen golgicomplex en geen mitochondriën. Nauwelijks
stofwisselingsactiviteit.

Cellen zitten vol met eiwit hemoglobine (Hb). Dit eiwit, roodgekleurd door het ingebouwde
ijzeratoom, heeft groot zuurstofbindend vermogen in zuurstofrijke omgeving en laat in zuurstofarme
omgeving de gebonden zuurstof gemakkelijk los.

Erythrocyten voorzien lichaam van zuurstof, gebruiken zelf geen zuurstof. Ze gebruiken glucose voor
energiebehoefte. Diffusieafstand om zuurstof aan hemoglobine te binden klein. Kunnen van vorm
veranderen waardoor ze dicht bij capillairen kunnen komen en zuurstof kunnen opnemen.

Voortdurend worden nieuw erytrocyten geproduceerd. Dat gebeurt in rode beenmerg. Dode
erytrocyten worden in lever en milt afgebroken. Daarbij ontstaat bilirubine dat schadelijk is.

Leukocyten zijn voor de immuniteit van het lichaam. Zijn groot en hebben kern en organellen.
Levensduur loopt uit van enkele dagen tot enkele weken. Kunnen in 3 groepen verdeeld worden:
granulocyten, monocyten en lymfocyten.

Granulocyten hebben grote kern en veel korrels in cytoplasma. Zijn gespecialiseerd in opruimen van
ziekteverwekkers en aangetaste of dode lichaamscellen. Ze gaan door capillairwand heen en komen
in bloedbaan, dit heet leukodiapedese.

Leukocyten bewegen in richting van binnendringers en doden ze door ze te fagocyteren. Er zijn 3
soorten granulocyten: neutrofiele granulocyten, eosinofiele granulocyten en basofiele granulocyten.

Monocyten zijn grootste leukocyten met grote C-vormige kern. Worden aangemaakt in rode
beenmerg. Kunnen door middel van leukodiapedese de bloedbaan verlaten. Dringen geïnfecteerde
weefsel waar ze veranderen in macrofagen die ziekteverwekkende bacteriën en aangetaste
lichaamscellen kunnen opruimen.

,Lymfocyten zijn kleine cellen, met grote celkern. Aantal kan toenemen als ze bezig zijn met infectie
bestrijden. Zorgen voor specifieke immuniteit van lichaam.

Trombocyten zijn kleine celfragmenten. Bestaan uit celplasma omgeven door celmembraan. Bevatten
plaatjesfactor, een stof die een belangrijke rol speelt bij bloedstolling. Bij beschadiging van
celmembraan komt deze stof vrij. Zijn ook betrokken bij immuunreacties en weefselherstel.

6.6.2 Hemopoëse
Hemopoëse (bloedcelvorming) gebeurt in rode beenmerg. Bloedcellen hebben gemeenschappelijke
afkomst, namelijk hemopoëtische stamcellen (bloedstamcellen). Die ontstaan continu door mitose in
rode beenmerg.

Elke stamcel kan via aantal celdelingen uitrijpen (differentiëren) tot voorloper van bepaald soort
bloedcel. Uitrijping verloopt in verschillende ontwikkelingsstadia. Zijn aal celvorm in beenmerg te
herkennen.

Onrijpe vormen noem je blasten. Rijpere vormen noem je cyten. Lymfocyten kunnen in beenmerg in
lymfatisch weefsel uitrijpen en worden B- en T-lymfocyten genoemd.

6.6.3 Hemostase
Als bloeding ontstaat, komt er een mechanisme op gang om bloedverlies te beperken. Dit wordt
hemostase (bloedstolling) genoemd. Bestaat uit 3 processen: lokale vasoconstrictie, propvorming en
coagulatie.

Gladde spiervezels in wand van arteriolen worden tot contractie aangezet, meteen nadat
bloedvatwand beschadigd is. Vindt lokale vasoconstrictie plaats. Kan 30 minuten duren.

Binnen enkele seconden na beschadiging beginnen trombocyten zich aan wondranden en aan elkaar
te hechten. Gebeurt onder invloed van vonwillebrandfactor, een stollingsfactor in bloedplasma.
Wordt een prop gevormd, dit heet primaire hemostase.

Secundaire hemostase is proces van coagulatie. Bloed wordt ter plaatse minder vloeibaar en gaat
stollen. Begint na halve minuut na bloedvatbeschadiging met twee vrijgekomen stoffen. De eerste
stof is weefselfactor. Die is afkomstig uit weefselcellen.

Tweede stof komt vrij uit kapotte trombocyten en wordt plaatjesfactor genoemd. Vrijkomen van deze
stoffen brengt complexe reeks enzymatische reacties op gang waarbij elke reactie gekatalyseerd
wordt door de voorgaande. Deze ketting heet stollingscascade

Deze kettingreactie leidt tot vorming van fibrine, taai draderig eiwit dat zich aan de wondranden
hecht en netwerk vormt.

Bij hemostase zijn dertien stollingsfactoren betrokken. Meeste bevinden als inactieve pro-enzym in
bloed. Bij aanmaak van vier stollingsfactoren is vitamine K nodig. Gecompliceerde stollingsproces:

- Kapotte weefselcellen en trombocyten komen de weefselfactor en plaatjesfactor vrij.
- Beide stoffen activeren proconvertine (stollingsfactoren Vll) dat de inactieve protrombine
omzet in trombine. Aantal andere stollingsfactoren en Ca2+ nodig.
- Stimuleert trombine de omzetting van fibrinogeen in onoplosbare en taaie eiwit fibrine.
- Fibrinedraden vormen een dicht netwerk in wondopening. Bloedcellen worden gevangen en
ontstaat stolsel.
- Bij een huidwond krimpen de fibrinedraden door uitdroging aan de lucht. Wondranden
worden naar elkaar toegetrokken. Stolsel wordt uitgeknepen, komt wondvocht uit.

, Wondvocht is bloedplasma zonder fibrinogeen (bloedserum). Stolsel wordt dikker en droger
en verandert in korst.

Tijdens hemostase worden stoffen geactiveerd die zorgen dat stollingsproces niet doorschiet. Door dit
afsproces wordt begin gemaakt van fibrinolyse, de afbraak van fibrinestolsels.

Na hemostase kan weefselherstel beginnen. Door histamine dat door beschadigde weefselcellen ter
plaatse is gevormd, vindt nu vasodilatatie plaats. Vaatverwijding veroorzaakt meer bloedtoevoer naar
het te repareren gebied. Huid is rood gekleurd.

6.6.4 Bloedplasma
Bloedplasma bestaat voor 90% uit water. Rest bestaat uit elektrolyten, plasma-eiwitten, bloedgassen
en tijdelijk aanwezige stoffen.

Water komt vanuit darmkanaal in bloed. Water wordt afgevoerd door nieren, huid, ontlasting en
ademhaling. Water functioneert als warmtebuffer: het kan gemakkelijk overtollige warmte opnemen
en ook afgeven. Water is ook goed oplosmiddel voor veel stoffen.

In bloedplasma zijn elektrolyten opgelost. Elektrolyten zijn zouten die in water uiteenvallen in
negatieve en positieve deeltjes (ionen). Belangrijkste elektrolyten:

- Natrium (Na+)
- Kalium (K+)
- Calcium (Ca2+)
- Magnesium (Mg2+)
- Chloor (Cl-)
- Waterstofcarbonaat (HCO3-)

Totale ionenconcentratie is belangrijk voor de handhaving van kristalloïd-osmotische druk (KOD) van
bloed. Zoution wordt omgeven door watermoleculen, hangt van ionsoort af hoeveel water om zich
heen heeft. Hoe meer zouten in oplossing, hoe hoger de KOD is en hoe meer water de oplossing
wordt aangetrokken.

Kalium, natrium en chloor spelen belangrijke rol bij spier- en zenuwwerking. Calciumionen hebben
functie bij bloedstolling en spierwerking. pH van bloed is 7,4. Waterstofcarbonaation is belangrijkste
bufferende elektrolyt.

In bloedplasma is groot aantal eiwitten aanwezig. Heten plasma-eiwitten. Worden door lever
gemaakt. Plasma-eiwitten hebben watermantel om zich heen, hierdoor veroorzaken ze colloïd-
osmotische druk (COD).

KOD en COD bepalen de osmotische druk van bloed. Plasma-eiwitten ondersteunen bufferwerking en
dragen bij aan viscositeit (stroperigheid) van bloed. Bij voedselgebrek zijn plasma-eiwitten
reservevoorraad brandstof voor lichaam.

3 belangrijke plasma-eiwitten: albumine, globulinen en stollingsfactoren.

Albumine is de helft van alle plasma-eiwitten. COD en bufferende werking worden door dit plasma-
eiwit bewerkstelligd.

Globulinen zijn verzameling plasma-eiwitten met uiteenlopende functies. Er zijn meerdere typen:
alfaglobulinen, bètaglobulinen en gammaglobulinen. Alfa- en bètaglobulinen hebben
transportfunctie. Kunnen suikers, vetten, ijzer, vitaminen en hormonen binden.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 maart 2026
Aantal pagina's
61
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.25
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
djennahoevenaars

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
djennahoevenaars Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
27
Laatst verkocht
1 week geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen