Hoofdstuk 2 Ontsteking, allergie en auto-
immuniteit
2.1 Afweersysteem
Micro-organismen proberen lichaam binnen te dringen en kunnen allerlei
aandoeningen veroorzaken. Om het lichaam te beschermen beschikken we over
immuunsysteem, ook wel afweersysteem genoemd. Complex stelsel van
verdedigingsmechanismen tegen schadelijke organismen.
Immuunsysteem kan lichaamseigen en lichaamsvreemde stoffen herkennen.
Lichaamseigen cellen herkennen omdat deze specifieke identificatiemoleculen op
hun oppervlak hebben. Stoffen die geen specifieke indentificatiemoleculen heeft
wordt als lichaamsvreemd beschouwd.
Chemische stof die door immuunsysteem wordt geïdentificeerd als
lichaamsvreemd en die afweersysteem activeert heet antigeen.
Afweersysteem kent aangeboren aspecifiek deel en verworven specifiek deel.
Aangeboren aspecifiek deel is altijd in lichaam actief. Specifieke deel moet
worden geactiveerd. Activering vindt plaats als specifiek afweersysteem wordt
blootgesteld aan antigeen.
Verworven deel zorgt voor dat lichaam weerstand opbouwt tegen micro-
organismen, lichaamsvreemde stoffen en abnormale cellen de immuniteit.
Twee orgaanstelsels spelen rol bij afweer: huid en slijmvliezen en lymfestelsel.
Vormen fysieke en chemische barrière.
Lymfestelsel is belangrijk orgaanstelsel voor afweer. Bestaat uit vertakt stelsel
van lymfevaten door hele lichaam en lymfatisch weefsel. Lymfeklieren en
lymfatische organen bevinden zich daar. 3 belangrijkste functies van lymfestelsel:
- Afweer
- Vetabsorptie uit dunne darm
- Transport van weefselvocht
Weefselvocht wordt gefilterd in lymfeklieren. Lymfeklieren zorgen ervoor dat
micro-organismen onschadelijk worden gemaakt. Macrofagen, B- en T-lymfocyten
spelen belangrijke rol bij afweer. Bij afweerreactie zullen T- en B-lymfocyten
vermenigvuldigen in lymfeklieren, hierdoor zwellen deze.
2.1.1 Aspecifiek afweersysteem
Aspecifieke afweersysteem zorgt vanaf geboorte voor bescherming van lichaam
tegen micro-organismen en schadelijke stoffen. Bestaat uit eerste en tweede
verdedigingslinie.
Eerste verdedigingslinie: fysieke en chemische barrière.
,Bestaat uit huid en slijmvliezen. Huid vormt met bouw en samenstelling een
stevige barrière tegen schadelijke invloeden vanuit omgeving. Slijmvliezen
produceren slijm waarin schadelijke stoffen en micro-organismen blijven hangen.
In luchtwegen zorgen microscopische trilhaartjes van slijmvliezen ervoor dat
schadelijke stoffen richting mondkeelholte worden getransporteerd. Kunnen
worden uitgehoest of ingeslikt. Zweet en talg uit huid en speeksel in keelholte
zorgen voor chemische barrière. In ogen wordt traanvocht geproduceerd.
Lichaamsvochten zorgen voor chemische barrières.
Tweede verdedigingslinie: hier vinden verschillende processen plaats: lokale
ontstekingsreacties, koorts, vernietiging van ziekteverwekkers,
complementactivatie en cytokineproductie.
Binnendringende micro-organismen kunnen weefselbeschadiging veroorzaken.
Lichaam reageert met lokale ontstekingsreactie. Primaire reactie van het lichaam
op beschadiging van weefsel.
Ook niet-infectieuze oorzaken kunnen weefsel beschadigen en ontstekingsreactie
in gang zetten, dit zijn fysische factoren, chemische factoren en biologische
factoren.
Waarneembare symptomen van ontstekingsreactie:
- Rubor (roodheid)
- Calor (warmte)
- Dolor (pijn)
- Tumor (zwelling)
- Functio laesa (verlies van functie)
Deze symptomen zijn gevolg van vaatveranderingen die optreden in reactie op
ontstekingsmediatoren. Ontstekingsmediatoren worden afgegeven door
mestcellen.
Vasculaire fase kenmerkt door doorlaatbaarheid van vaatwanden van
ontstekingsgebied en verwijding van kleinere bloedvaten (vasodilatatie). Dolor is
gevolg van prikkeling van pijnreceptoren door lokale zwelling en
ontstekingsmediatoren.
Pijn en tumor kunnen tot functio laesa leiden. Ontstekingsreactie voorkomt
verdere verspreiding van pathogene micro-organismen, bevordert afvoer van cel
resten en pathogene micro-organismen en ondersteunt reparatiemechanisme
van beschadigd weefsel.
Verhoogde lichaamstemperatuur is koorts. Lichaamsthermostaat in hypothalamus
staan onder invloed van prostaglandinen hoger afgesteld dan normaal.
Prostaglandinen komen vrij in reactie op bepaalde pyrogenen.
Door verhoogde lichaamstemperatuur functioneert afweersysteem in hogere
versnelling: fagocytose wordt gestimuleerd, productie van antilichamen
verhoogd, weefselherstel versneld en effect van interferonen wordt versterkt.
In cellulaire fase van ontstekingsreactie komen leukocyten vrij uit lymfeklieren.
Dit is leukocytose als aantal leukocyten in bloed abnormaal verhoogd is.
, Leukocyten zullen ziekteverwekkers aanvallen. Belangrijkste soorten leukocyten
die rol spelen bij aspecifieke afweer zijn fagocyten en natural killer-cellen:
Fagocyt is type witte bloedcel die lichaamsvreemde stoffen en micro-organismen
vernietigt door ze te omsluiten. Aspecifieke proces en vervolgens het verteren
heet fagocytose.
Macrofagen en neutrofiele granulocyten zijn belangrijkste fagocyten. Macrofagen
zijn gespecialiseerde fagocyten die voortkomen uit monocyten en zich in
verschillende weefsels ophouden.
Neutrofiele granulocyten bevinden zich in bloedbaan, worden aangetrokken door
bepaalde chemische stoffen. Treden uit bloedbaan en dringen het geïnfecteerde
en beschadigde weefsel binnen om veroorzaker op te ruimen.
Natural killer-cellen (NK-cellen) zijn type lymfocyten. Kunnen geïnfecteerde cellen
herkennen. Kunnen tumorcellen identificeren. Tumorcellen of geïnfecteerde cellen
worden vernietigd doordat NK-cellen de chemische stof perforine afscheiden.
Complementsysteem speelt rol in aspecifieke afweer en specifieke afweer.
Verdedigingssysteem tegen pathogene micro-organismen dat direct vanaf
geboorte werkzaam is.
Bestaat uit eiwitten die in bloedbaan circuleren. Eiwitten komen in aanraking met
immuuncomplexen of micro-organismen, ontstaat een cascade van biochemische
reacties. Celmembraan van micro-organismen vallen uiteen (lysis).
Cytokinen zijn eiwitten die fungeren als chemische boodschappers voor
immuunsysteem. Worden tijdens infectie of ontsteking gevormd door cellen die
betrokken zijn bij afweer. Verschillende cytokinen: tumor-necrose-factor (TNF) en
chemokines.
Hebben activerende of remmende werking op immuunsysteem en reguleren zo
immuunrespons.
Interferonen zijn eiwitten die afgegeven worden door geïnfecteerde cellen.
Remmen vermenigvuldiging van virussen en stimuleren werking van macrofagen
en NK-cellen.
2.1.2 Specifiek afweersysteem
Specifieke immuniteit bevat geheugen in afweersysteem. Lichaam kan gegevens
opslaan over infectie die het lichaam eerder heeft doormaakt, dit heet
immunologisch geheugen. Na infectie kan immuunsysteem meteen reageren.
Twee lymfocyten spelen rol: T- en B-cellen beiden geproduceerd in rode
beenmerg. . T-cellen migreren naar thymus waar ze uitrijpen. B-cellen blijven
achter in rode beenmerg en rijpen daar verder.
Wanneer B- en T-cellen zijn uitgerijpt en antigenen kunnen herkennen,
verplaatsen zij zich naar lymfeklieren en milt. Elke pathogeen micro-organisme of
lichaamsvreemde cel heeft antigenen aan buitenkant. Antigeen is uniek eiwit.
Afweersysteem herkent infectie aan antigenen.