1 Kennismaking + Timmermans e.a.; hoofdstuk 1, 2, 10 HC 1 uur
uitgangspunten burgerlijk WC 2 uur
procesrecht
Leerdoelen week 1
De student kan:
- onderscheid maken tussen het materiële en het formele privaatrecht;
Materiële privaatrecht: het materiële recht omvat inhoudelijke rechten en plichten.
Voorbeeld: rechtsregels om situaties, rechtsverhoudingen en handelingen juridisch te
kwalificeren en definiëren.
Inhoud, rechten en plichten
Formele privaatrecht: het formele burgerlijkrecht geeft antwoord op de vraag volgens
welke procedureregels deze rechten en plichten kunnen worden geëffectueerd. Hoe
kunnen de materiele rechtsregels worden afgedwongen bij de rechter?
Wijze van procederen
- de rol en functie van het burgerlijk procesrecht uitleggen en beschrijven;
Functies van het burgerlijk procesrecht:
- het handhaven en beïnvloeden van materiële burgerlijke rechten en plichten
- het voorkomen van een gerechtelijke procedure (=preventiefunctie)
- het voorkomen van eigenrichting(=een persoon met eigen middelen zijn recht gaat halen
zonder hulp van de overheid en zonder dat hem daar toe een wettelijke bevoegdheid is
gegeven. wijze van geschiloplossing)
- de beginselen van en begrippen uit het burgerlijk procesrecht benoemen,
uitleggen &verklaren;
1. Recht op rechtspraak en rechtsbijstand art. 17, 18 en 112 Grondwet
Aan iedereen moet een moet een geschil voorgelegd worden en iedereen heeft recht
op rechtsbijstand.
2. Onafhankelijke en onpartijdige rechter
Onafhankelijkheid: geen verantwoording verschuldigd aan de overheid
Onpartijdigheid: rechter oordeelt zonder zich te laten leiden door procespartijen
Indien partij twijfelt aan onpartijdigheid rechter wraking: art. 36 RV
Als de rechter zelf van mening is dat hij niet partijdig kan zijn verschoning: art. 40
RV
3. Hoor en wederhoor art. 19 RV
Beide partijen moeten worden gehoord.
4. Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn art. 20 RV
De behandeling van een beslissing moet op een redelijke termijn gebeuren.
5. Openbaarheid van zitting en uitspraak art. 27 lid 1 RV
Zittingen moeten in het openbaar plaatsvinden.
6. Motiveringsbeginsel Art 20 RV / Art 121 Grondwet en Art. 5 lid 1 Wet RO
De rechter moet zijn uitspraak motiveren met argumenten waaraan hij aan zijn
uitspraak is gekomen.
7. Geen rechtsweigering en volledige beslissingen art. 26 RV en art. 13 Wet
Algemene Bepalingen
De rechter dient in alle gevallen een beslissing te geven over het geschil dat aan hem
is voorgelegd.