t
1 Inleiding in het Timmer/Paffen: H. 1 (t/m 1.10), 1x1 uur HC
verbintenissenrecht- H.2 (m.u.v. 2.3, 2.4 en 2.6) en 1x2 uur WC
recht H.3 (alleen paragraaf 3.12)
Leerdoelen week 1
De student kan:
aangeven wat de begrippen: rechtshandeling, feitelijke handeling, bloot
rechtsfeit en verbintenis inhouden;
Rechtshandeling: een handeling waardoor een beoogd rechtsgevolg intreedt of kan
intreden.
Feitelijke handeling: een handeling zonder beoogd rechtsgevolg.
(de wil is niet vereist)
Bloot rechtsfeit: een feit waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden, zonder dat van
een menselijke handeling sprake is.
Verbintenis: een verbintenis is een juridische relatie tussen twee (of meer) partijen,
waarbij de ene partij verplicht is tot een geld waardeerbare prestatie waarop de
andere partij recht heeft.
Voorbeeld verbintenis uit een overeenkomst
Verbintenis 1
Bank Jij
Plicht om een leenbedrag ter beschikking te stellen Recht op een leenbedrag
Verbintenis 2
Jij Bank
Plicht om geldsom terug te betalen in termijnen + rente Recht op terugbetaling
bedrag in termijnen + rente
aangeven wat een eenzijdige of meerzijdige rechtshandeling is;
Eenzijdige rechtshandeling: een rechtshandeling waarvoor slechts de wilsuiting
van één persoon benodigd is.
Meerzijdige rechtshandeling: een rechtshandeling waarvoor de verklaringen van
meer dan één persoon benodigd zijn om het beoogde rechtsgevolg te doen intreden.