- Minimaal 68% van de punten behalen!
- Professioneel gedrag is hetzelfde als bij WFT Basis
Met WFT CK mag je ook advies geven over consumptieve leningen. Alleen niet
over hypothecaire leningen. De adviseur Consumptief Krediet adviseert over:
Geldkredieten (zoals een doorlopend krediet of een persoonlijke lening)
Goederenkredieten (die zijn gekoppeld aan een zaak, instrument, object of
dienst; denk hierbij bijvoorbeeld aan een auto of rijlessen)
Hoofdstuk 1: Leencapaciteit
§1.1 de Wft
In het eerste hoofdstuk komt het wettelijke toezicht op financiële marktpartijen
aan bod, waaronder financieringsmaatschappijen en kredietbemiddelaars. De
toezicht houders op de Wet op het financieel toezicht (Wft) zijn De
Nederlandsche bank (DNB) en de autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarnaast
zijn er diverse wettelijke besluiten die een belangrijke impact hebben op
financiële markten. Een voorbeeld hiervan is het voor de kredietbranche zeer
invloedrijke Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). In dit
besluit staan bijvoorbeeld concrete geboden en verboden voor kredietreclames.
Solvabiliteit = de verhouding tussen eigen vermogen en kredietverlening
(vreemd vermogen)
Liquiditeit = in welke mate de korte termijnverplichtingen uit eigen middelen
kunnen worden nagekomen.
Solvency II
Solvency II staat voor de Europese regelgeving over de solvabiliteitseisen voor
(her)verzekeraars. Solvency II heeft solvabiliteitseisen aan verzekeraars beter
afgestemd op het daadwerkelijke risico dat verzekeraars lopen.
Solvency II heeft vier doelen:
1. De verzekeraar heeft voldoende geld in kas om claims uit te betalen.
2. Polishouders worden beschermd tegen bankroet (faillissement) van de
verzekeraar.
3. Toezichthouders hebben meet inzicht en kunnen dus eerder ingrijpen.
4. Het algehele vertrouwen in de financiële sector wordt versterkt.
Solvency II is van toepassing op middelgrote en grote verzekeraars.
,Consumentenbescherming:
De Wft legt de verantwoordelijkheden vast van financieel dienstverleners.
Hierdoor wordt aan consumentenbescherming geboden, waarbij het niet moet
uitmaken:
Via welk distributiekanaal de consument een product aanschaft.
In welke financiële sector het betreffende product zijn oorsprong heeft.
Partijen die met vergunning plichtige financiële dienstverlening willen gaan
starten, moeten voordat zij kunnen starten eerst bij de AFM een Wft-vergunning
aanvragen en deze ontvangen.
Reikwijdte Wft
De Wft gaat uit van een grote mate van zelfregulering binnen de bedrijfstak. De
definitieve invulling van de Wft-regels die betrekking hebben op zelfregulering,
wordt dan ook overgelaten aan de bedrijfstak zelf.
Een voorbeeld van vrije invulling is de inhoud van het klantprofiel. De wet schrijft
namelijk niet voor hoe de inhoud moet zijn, maar wel dat het onderdeel moet zijn
van het advies bij bepaalde complexe producten.
Leningen inclusief huurkoop vallen standaard onder de Wft. Hierop gelden
uitzonderingen:
Een lening aan een ondernemer die bedoeld is voor de onderneming, val
niet onder de Wft.
Een lening vanuit de overheid valt ook niet onder Wft. Denk hierbij aan een
DUO lening.
Leningen die binnen 3 maanden worden afgelost, waarbij slechts
onbetekende kosten in rekening worden gebracht, vallen ook niet onder de
Wft.
Provisie
Voor een consumptief krediet mag alleen nog doorlopende provisie worden
ontvangen. Het in rekening brengen van eenmalige bemiddelings- of
afsluitkosten is verboden.
Een consumptief krediet valt niet onder het provisieverbod. Als een
adviseur naast een consumptief krediet een overlijdensrisicoverzekering
adviseert, moet hij een vergelijkingskaart overhandigen aan de klant voor
alleen de overlijdensrisicoverzekering.
§1.2 Richtlijnen en Gedragscodes
Het doel van de regels zijn opgesteld zijn de belangen van de consument te
beschermen. Naast het Bgfo is er ook Europese regelgeving over consumptieve
kredieten. De Richtlijn Consumentenkrediet (Consumer Credit Directive,
,afgekort CCD) heeft als doel consumenten in Europa beter te beschermen en te
komen tot een meer transparante, Europese markt voor consumptief krediet. Het
CCD is te lezen via de website van de AFM.
De richtlijn bevat regels over onder andere:
Kredietreclame
Inhoud van de leningsovereenkomst
Informatieverstrekking
Beoordeling kredietwaardigheid
Daarnaast zijn er dwingende regels opgenomen met betrekking tot:
Hoogte van de rentetarieven
Reclame-uitingen en Informatieverschaffing
Informatievergaring en advisering
Het melden van de hoogte van effectieve of werkelijke rente
Zekerheden
Voor kredieten met een looptijd korter dan drie maanden en als de kosten te
verwaarlozen (onbetekenende kosten) zijn, is de WFT niet van toepassing
Er is sprake van onbetekenende kosten in absolute zin, als de totale kosten voor
het krediet van maximaal 3 maanden niet meer bedragen dan 12,50,-.
Er is sprake van onbetekenende kosten in relatieve zin, als de totale kosten voor
het krediet van maximaal 3 maanden ten hoogste 0,25% van de kredietsom
bedragen.
Verplichten Precontractuele informatie
Een financieel dienstverlener moet de consument voor het afsluiten van de
overeenkomst voorzien van informatie die redelijkerwijs relevant is voor een
adequate beoordeling van het product. Hierbij gelden de volgende voorschriften:
Product- en bedrijfsinformatie: Algemene informatie
Als financieel dienstverlener een overeenkomst op afstand sluit met een
consument, heeft de dienstverlener aanvullende informatieverplichtingen.
Deze informatie moet in het Nederlands en schriftelijk zijn.
De consument moet ruim voor het sluiten van de overeenkomst de volgende
informatie ontvangen: Het Europese standaardinformatie inzake
consumentenkrediet (ESIC).
Verplichte Contractinformatie
De kredietovereenkomst zelf moet ook weer aan bepaalde wettelijke eisen
voldoen. In deze kredietovereenkomst moet onder andere het jaarlijks
kostenpercentage (JKP) terugkomen. Het JKP bevat alle kosten.
, Adverteren
Consumenten moeten worden gewaarschuwd voor het aangaan van een krediet.
“Let op! Geld lenen kost geld.” Is daarom bij elke reclame te horen. Het
belangrijkste is dat reclames niet misleidend mogen zijn.
Bij reclame via radio moeten de belangrijkste financiële risico’s worden vermeld.
Dit houdt in dat in ieder geval een risico-indicator dient te worden opgenomen.
En uiteraard ook weer dezelfde uiting moet worden opgenomen in de reclame via
radio.
Gedragscode NVB (Nederlandse Vereniging van Banken)
De Gedragscode Consumptief Krediet Nederlandse Vereniging van Banken moet
ervoor zorgen dat consumenten verantwoord een lening kunnen afsluiten. De
uitgangspunten van deze gedragscode zijn:
Het Nibud stelt jaarlijks per type huishouden vast wat het minimumbedrag
is dat zij nodig hebben om van te leven
Op basis van deze Nibudnormen wordt de gedragscode Consumptief
Krediet jaarlijks bijgesteld.
In de Gedragscode Consumptief Krediet is bepaald dat de hypotheeklast op
twee manieren mag worden meegenomen in de berekening van de maximale
leencapaciteit:
1) Op basis van de bruto hypotheeklast wordt een vaste afslag gehanteerd
2) Er mag worden gerekend met de werkelijke hypotheeklast, waarbij een
annuïteitenhypotheek als uitgangspunt geldt.
Gedragscode VFN
De vereniging van financieringsondernemingen Nederland (VFN) heeft ook een
gedragscode: de VFN Gedragscode. Deze is van toepassing op alle kredieten aan
consumenten behalve op hypotheken. Deze gedragscode bevat ook weer veel
richtlijnen, zo wordt er bijvoorbeeld een hogere basisnorm gehanteerd voor
samenwoners in vergelijking tot alleenstaande.
Gezien de hoeveelheid examenvragen die doelen op deze
gedragscode is het aan te bevelen de VFN-gedragscode goed te
lezen en te bestuderen!
Vanuit de NVB en VFN is de zorgplicht in het nazorgtraject niet verplicht. De
zorgplicht in het nazorgtraject is echter wel een verplichting vanuit de WFT.
Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF)
Deze regelgeving geldt dus voor de hypotheken. Er mag geen geld worden
gegeven voor een hypotheek wanneer de regels uit de GHF worden
overschreden.