Bevorderen van zelfmanagement
Naam: -
Studentennummer: -
Stage: PLP2
Instelling: Forensische psychiatrische kliniek Assen
Afdeling: De Baak
Werkbegeleider: -
,Cursuscodes: werken aan gezondheid (HVVB18MWAG), bevorderen van zelfmanagement
(HVVB18MBZM)
Voorwoord
De afgelopen 21 weken heb ik stage gelopen binnen de forensisch psychiatrische kliniek in
assen op afdeling de baak. De Baak is een gespecialiseerde afdeling waar mannen
verblijven die een behandeling volgen na seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het werk
binnen deze setting is complex en vraagt om veel aandacht voor zowel de zichtbare
problematiek als de onderliggende, vaak onbewuste processen die het gedrag beïnvloeden.
Het is aan het socioteam om deze onderliggende processen zichtbaar te maken en hierop
de behandeling aan te passen. Gedurende mijn stage heb ik veel geleerd over het omgaan
met deze doelgroep en hoe om te gaan met de problematiek die ze kunnen hebben.
In mijn portfolio zijn ‘werken aan gezondheid’, ‘bevorderen van zelfmanagement’ en ‘borgen
van kwaliteit en veiligheid’ uitgewerkt. Naast praktijkbeschrijvingen bevat het reflecties,
competentiescans en waarderingsformulieren die mijn groei inzichtelijk maken.
Ik wil graag mijn begeleider en collega’s bedanken voor hun steun en het vertrouwen dat zij
mij hebben gegeven tijdens deze leerperiode. Ik heb van al mijn collega’s op verschillende
manieren veel geleerd en gesteund gevoeld.
,Table of Contents
Voorwoord................................................................................ 2
1. Werken aan gezondheid & bevorderen van zelfmanagement....4
1.1 Inleiding....................................................................................4
1.2 Theoretisch kader......................................................................5
1.2.1 Zelf- en samenredzaamheid in de zorgcontext..................................................5
1.2.2 Multidisciplinaire samenwerking........................................................................7
1.2.3 ICT op de afdeling.............................................................................................. 8
1.2.4 Informatie- en communicatietechnologiën bij de patiënt...................................8
1.3 Casusbeschrijving......................................................................9
1.4 Toepassing van individueel rehabilitatieplan.............................10
1.4.1 Verkennen (wie ben ik)....................................................................................10
1.4.2 Kiezen (wat wil ik)............................................................................................13
1.4.3 Verkrijgen (wat heb ik nodig)...........................................................................17
1.4.4 Behouden........................................................................................................ 23
1.5 Advies aan patiënt en systeem.................................................25
1.6 Uitvoering in de praktijk...........................................................27
, 1. Werken aan gezondheid & bevorderen
van zelfmanagement
1.1 Inleiding
In de forensisch-psychiatrische zorg staat het bevorderen van gezondheid en
zelfmanagement centraal, met als doel patiënten te ondersteunen bij hun herstel en hun
maatschappelijke re-integratie. Binnen deze context wordt niet alleen gekeken naar de
psychische klachten, maar ook naar het functioneren op verschillende levensdomeinen,
zoals wonen, werken, sociale relaties en gezondheid. Het vergroten van zelf- en
samenredzaamheid vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt, maar ook het methodisch
toepassen van risicotaxatie, gedragsmodellen en gepersonaliseerde behandelinterventies.
Dit verslag richt zich op de toepassing van deze uitgangspunten in de praktijk, aan de hand
van een casus binnen een klinische TBS-afdeling. De patiënt in kwestie, patiënt D, bevindt
zich in behandeling na het plegen van ernstige zedendelicten en is opgenomen onder de
maatregel TBS met voorwaarden. Binnen zijn behandeltraject wordt gewerkt vanuit een
multidisciplinaire aanpak, waarbij diverse vormen van therapie en ondersteuning worden
ingezet. Tegelijkertijd wordt er toegewerkt naar een zo zelfstandig mogelijk functioneren
binnen de kaders van veiligheid en risicovermindering.
Het verslag beschrijft achtereenvolgens het theoretisch kader, de casus, en hoe het
Individueel Rehabilitatieplan wordt toegepast op patiënt D. Hierbij wordt gebruikgemaakt van
modellen, zoals het ASE-model, het Stages of change Model en de draagkracht-
draaglastanalyse. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop monitoring plaatsvindt en hoe
technologie hierbij een ondersteunende rol speelt. Het verslag is onderbouwd met actuele
bronnen en sluit aan op de relevante leeruitkomsten.
, 1.2 Theoretisch kader
In dit hoofdstuk worden de begrippen zelf- en samenredzaamheid, het belang van
multidisciplinaire samenwerking en de rol van informatietechnologie (ICT) op de afdeling
beschreven. Deze begrippen kunnen een belangrijke rol spelen in de behandeling van de
patiënt.
1.2.1 Zelf- en samenredzaamheid in de zorgcontext
Zelfredzaamheid verwijst naar het vermogen van een individu om dagelijkse handelingen en
taken zelfstandig uit te voeren, zonder de hulp van anderen. Het gaat hierbij om de
persoonlijke vaardigheden en middelen die nodig zijn om goed te functioneren in het
dagelijkse leven.
Samenredzaamheid gaat over het vermogen van een groep of gemeenschap om
gezamenlijk handelingen en taken uit te voeren zonder de noodzaak van professionele hulp.
Het richt zich op de kracht van samenwerking en het benutten van de gezamenlijke
middelen en kennis om uitdagingen aan te pakken (Venvn, 2018).
Beide begrippen hangen samen in het idee van onafhankelijkheid en het omgaan met
uitdagingen, maar het verschil ligt in het niveau van de betrokkenheid. Zelfredzaamheid
draait om persoonlijke capaciteiten, terwijl samenredzaamheid draait om de kracht van
collectieve samenwerking. Beide concepten benadrukken het belang van onafhankelijk
functioneren, maar op verschillende niveaus: individueel versus collectief.
1.2.1.1 Zelf- en samenredzaamheid van de patiënt
Patiënt D laat groeiende zelfredzaamheid zien: hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn
herstel, toont reflectief vermogen en werkt actief aan gedragsverandering. Zijn motivatie en
zelfinzicht maken dat hij steeds beter in staat is om zelfstandig met zijn problematiek om te
gaan. Samenredzaamheid is beperkt, mede doordat hij verblijft in een klinische setting en
daardoor geen volledig sociaal netwerk kan opbouwen. Toch is er sprake van beginnende
samenredzaamheid binnen de behandelomgeving. Hij maakt gebruik van het aanwezige
professionele en groepsmatige vangnet en durft hulp te vragen aan behandelaren en
medebewoners. Deze vormen van steun dragen bij aan zijn ontwikkeling en functioneren
binnen de context waarin hij nu leeft. In de volgende hoofdstukken zijn de analyses
uitgewerkt waar deze zelf- en samenredzaamheid in worden teruggezien.