STUDIEHULP NZA
26 MAART – HET CENTRAAL ZENUWSTELSEL
Perifeer = ledematen en organen
Centraal = binnen schedel en wervelkolom
- Binnen de schedel: hersenen, hersenstam, cerebellum vestibulair systeem
- Buiten de schedel: vestibulairsysteem, ruggenmerg
Embryologie
- Ectoderm
- Mesoderm
- Endoderm
Chorda geeft signalering: deel van ectoderm wordt neurectoderm
Neurale plaat neurale buis + neurale lijstcellen
Craniaal breidt neurale buis zich uit in drie blaasjes: prosencephalon, mesencephalon,
rhombencephalon.
Uiteindelijke in deling
- Telencephalon
- Diencephalon
- Mesencephalon
- Metencephalon
- Myelencephalon
hol systeem ventrikels
,Afwijkingen
Moet je kunnen verklaren
- Hydrocephalus - abnormale hoeveelheid cerebraal vocht (liquor), in de ventrikels
of subarachnoïdale ruimte of beiden.
o kan ook verkregen door trauma of geboren mee worden
o congenitaal met name kleine rassen → schedelbeenderen sluiten niet (dus
aangeboren)
o Internus (vocht in hersen ventikels) vs externus (in de subarachnoïdale
ruimte)
o Als de schedels al vergroeid zijn met elkaar kan het vocht nergens meer
heen. Dat is gevaarlijker dan een aangeboren hydrocephalus, omdat het
vocht nergens heen kan.
o Oorzaak: je produceert teveel of je voert te weinig af
o Symptomen: bewustzijn verlies, abnormaal gedrag, epilepsie toevallen,
ataxie, blindheid, etc.
- Dysraphia – gesloten/open neurale buis defect
o Geen bescherming om ruggenmerg/hersenen heen > kwetsbaar. Wel nog
schedel.
- Aplasie/hypoplasie - verminderde ontwikkeling
o Hypoplasie = verminderde ontwikkeling van een onderdeel (kleiner)
Zie je vaak bij kleine hersenen vaak virale infecties
o Aplasie = helemaal niet aanwezig (afwezig)
Hersenen
Coprus callosum = communiceren tussen twee hersenhelften grote hersenen.
Vermis = midden van de kleine hersenen en wordt geassocieerd met houden postuur en
controleren bewegingen. Verbinidng kleine hersenen.
Grote hersenen
Wat doen ze normaal Wat doen ze bij dysfunctie
- Gedrag - Sopor
- Bewustzijn - Stupor
- Motoriek - Agressief
- (zicht)
1e en 2e kopzenuwen in cerebrum
1 – N. Olfactorius
2 – N. Opticus
, Hersenstam
Belangrijkst: kernen van kopzenuwen
Pons = schakelcentrum (ventraal aanzicht)
4e ventrikel = badkuip = doorstroming, bescherming, afvoer van afvalstoffen.
Op Ons Oude Tuin Terras At Frits Verse Groente Van Albert Heijn
26 MAART – HET CENTRAAL ZENUWSTELSEL
Perifeer = ledematen en organen
Centraal = binnen schedel en wervelkolom
- Binnen de schedel: hersenen, hersenstam, cerebellum vestibulair systeem
- Buiten de schedel: vestibulairsysteem, ruggenmerg
Embryologie
- Ectoderm
- Mesoderm
- Endoderm
Chorda geeft signalering: deel van ectoderm wordt neurectoderm
Neurale plaat neurale buis + neurale lijstcellen
Craniaal breidt neurale buis zich uit in drie blaasjes: prosencephalon, mesencephalon,
rhombencephalon.
Uiteindelijke in deling
- Telencephalon
- Diencephalon
- Mesencephalon
- Metencephalon
- Myelencephalon
hol systeem ventrikels
,Afwijkingen
Moet je kunnen verklaren
- Hydrocephalus - abnormale hoeveelheid cerebraal vocht (liquor), in de ventrikels
of subarachnoïdale ruimte of beiden.
o kan ook verkregen door trauma of geboren mee worden
o congenitaal met name kleine rassen → schedelbeenderen sluiten niet (dus
aangeboren)
o Internus (vocht in hersen ventikels) vs externus (in de subarachnoïdale
ruimte)
o Als de schedels al vergroeid zijn met elkaar kan het vocht nergens meer
heen. Dat is gevaarlijker dan een aangeboren hydrocephalus, omdat het
vocht nergens heen kan.
o Oorzaak: je produceert teveel of je voert te weinig af
o Symptomen: bewustzijn verlies, abnormaal gedrag, epilepsie toevallen,
ataxie, blindheid, etc.
- Dysraphia – gesloten/open neurale buis defect
o Geen bescherming om ruggenmerg/hersenen heen > kwetsbaar. Wel nog
schedel.
- Aplasie/hypoplasie - verminderde ontwikkeling
o Hypoplasie = verminderde ontwikkeling van een onderdeel (kleiner)
Zie je vaak bij kleine hersenen vaak virale infecties
o Aplasie = helemaal niet aanwezig (afwezig)
Hersenen
Coprus callosum = communiceren tussen twee hersenhelften grote hersenen.
Vermis = midden van de kleine hersenen en wordt geassocieerd met houden postuur en
controleren bewegingen. Verbinidng kleine hersenen.
Grote hersenen
Wat doen ze normaal Wat doen ze bij dysfunctie
- Gedrag - Sopor
- Bewustzijn - Stupor
- Motoriek - Agressief
- (zicht)
1e en 2e kopzenuwen in cerebrum
1 – N. Olfactorius
2 – N. Opticus
, Hersenstam
Belangrijkst: kernen van kopzenuwen
Pons = schakelcentrum (ventraal aanzicht)
4e ventrikel = badkuip = doorstroming, bescherming, afvoer van afvalstoffen.
Op Ons Oude Tuin Terras At Frits Verse Groente Van Albert Heijn