Praktisch arbeidsrecht semester 2
Week 1 paragraaf 7.3 en 7.4
Arbeidstijdenwet: deze wet geeft regels over de arbeidstijd, de rusttijd, de
pauzeregeling, de nachtarbeid, de zondagsarbeid en het overwerk.
Voor werknemers van 18 jaar en ouder met betrekking tot de arbeidstijden
standaardregeling:
1. Een werkdag mag maximaal 12 uur duren
2. Er geldt een maximum van 60 uur per week
3. In een periode van 16 weken mag een werknemer gemiddeld maximaal 48
uur per week werken
4. In een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld maximaal 55 uur
per week werken
Overlegregeling: een collectieve regeling waarbij wordt afgeweken van de
standaardregeling in de arbeidstijdenwet. De overlegregeling kent uiterste grenzen,
die in de arbeidstijdenwet zijn neergelegd. De ondernemer kan een collectieve
regeling treffen met de cao-partijen of met een medezeggenschapsorgaan.
Ondernemingsraad en de personeelsvertegenwoordiging kunnen afwijkingen
met de werkgever overeenkomen.
Conflictregels:
De CAO gaat boven de afspraak met de OR of PVT.
Als de CAO geen collectieve regeling in de zin van ATW bevat, kunnen een
werkgever en de OR of PVT afspraken maken, met inachtneming van de
uiterste genoemde normen in de ATW.
Als de CAO een collectieve regeling bevat, dan kunnen de werkgever en de
OR of PVT met betrekking tot dat onderwerp ook een geldige collectieve
regeling treffen, zolang deze maar niet in strijd is met de inhoud van de CAO.
Doel van de Wet flexibel werken:
1. Het beter combineerbaar maken van arbeid en zorgtaken.
2. Het mogelijk maken van een evenwichtige verdeling van arbeid en zorgtaken
over mannen en vrouwen.
Arbeidsduur
, Kan een werknemer de werkgever zowel om minder als om meer per week
verzoeken. De werkgever is dan als eerste verplicht met die werknemer overleg te
plegen (art. 2 lid 4 Wfw). Daarna moet de werkgever het verzoek van de werknemer
inwilligen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Werkplaats
Werknemer kan verzoek doen op een andere werkplaats zijn arbeid te gaan
verrichten, dan moet de werkgever dit verzoek overwegen en pleegt hij overleg met
de werknemers als hij het verzoek afwijst.
Spreiding arbeidsuren
Enkele voorwaardes voor wijzing van de spreiding van arbeidsuren:
Werknemer is ten minste 26 weken voorafgaand aan het beoogde tijdstip van
ingang van de aanpassing bij de werkgever in dienst moet zijn.
Het verzoek moet ten minste 2 maanden voor het beoogde tijdstip van ingang
schriftelijk bij de werkgever zijn ingediend.
De wet geldt niet voor ondernemingen met minder dan 10 werknemers.
Als de werkgever zich beroept tegen de werknemer, dan kan de werknemer naar de
civiele rechter stappen.
Week 2 paragraaf 9.5
Art. 7:611a lid 1 BW -> de werkgever de werknemer instaat stelt om scholing te
volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie.
Studiekostenbeding: op grond van zo’n dergelijke beding dient de werknemer de
kosten van de opleiding of cursus geheel of ten dele terug te betalen indien hij de
onderneming binnen bepaalde tijd na het afronden van de opleiding of cursus
verlaat.
Art. 7:611a leden 2 t/m 5 BW : studiekostenbeding is niet meer toegestaan,
alleen bij scholing die niet verplicht hoeft te worden aangeboden.
Week 3 hoofdstuk 11
Art. 7:628 lid 1 BW -> werkgever moet het loon van de werknemer betalen indien
deze werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht, tenzij dit niet-
verrichten in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen.
*Risicoverdeling als de werknemer geen arbeid verricht, geen loondoorbetaling.
Week 1 paragraaf 7.3 en 7.4
Arbeidstijdenwet: deze wet geeft regels over de arbeidstijd, de rusttijd, de
pauzeregeling, de nachtarbeid, de zondagsarbeid en het overwerk.
Voor werknemers van 18 jaar en ouder met betrekking tot de arbeidstijden
standaardregeling:
1. Een werkdag mag maximaal 12 uur duren
2. Er geldt een maximum van 60 uur per week
3. In een periode van 16 weken mag een werknemer gemiddeld maximaal 48
uur per week werken
4. In een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld maximaal 55 uur
per week werken
Overlegregeling: een collectieve regeling waarbij wordt afgeweken van de
standaardregeling in de arbeidstijdenwet. De overlegregeling kent uiterste grenzen,
die in de arbeidstijdenwet zijn neergelegd. De ondernemer kan een collectieve
regeling treffen met de cao-partijen of met een medezeggenschapsorgaan.
Ondernemingsraad en de personeelsvertegenwoordiging kunnen afwijkingen
met de werkgever overeenkomen.
Conflictregels:
De CAO gaat boven de afspraak met de OR of PVT.
Als de CAO geen collectieve regeling in de zin van ATW bevat, kunnen een
werkgever en de OR of PVT afspraken maken, met inachtneming van de
uiterste genoemde normen in de ATW.
Als de CAO een collectieve regeling bevat, dan kunnen de werkgever en de
OR of PVT met betrekking tot dat onderwerp ook een geldige collectieve
regeling treffen, zolang deze maar niet in strijd is met de inhoud van de CAO.
Doel van de Wet flexibel werken:
1. Het beter combineerbaar maken van arbeid en zorgtaken.
2. Het mogelijk maken van een evenwichtige verdeling van arbeid en zorgtaken
over mannen en vrouwen.
Arbeidsduur
, Kan een werknemer de werkgever zowel om minder als om meer per week
verzoeken. De werkgever is dan als eerste verplicht met die werknemer overleg te
plegen (art. 2 lid 4 Wfw). Daarna moet de werkgever het verzoek van de werknemer
inwilligen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Werkplaats
Werknemer kan verzoek doen op een andere werkplaats zijn arbeid te gaan
verrichten, dan moet de werkgever dit verzoek overwegen en pleegt hij overleg met
de werknemers als hij het verzoek afwijst.
Spreiding arbeidsuren
Enkele voorwaardes voor wijzing van de spreiding van arbeidsuren:
Werknemer is ten minste 26 weken voorafgaand aan het beoogde tijdstip van
ingang van de aanpassing bij de werkgever in dienst moet zijn.
Het verzoek moet ten minste 2 maanden voor het beoogde tijdstip van ingang
schriftelijk bij de werkgever zijn ingediend.
De wet geldt niet voor ondernemingen met minder dan 10 werknemers.
Als de werkgever zich beroept tegen de werknemer, dan kan de werknemer naar de
civiele rechter stappen.
Week 2 paragraaf 9.5
Art. 7:611a lid 1 BW -> de werkgever de werknemer instaat stelt om scholing te
volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie.
Studiekostenbeding: op grond van zo’n dergelijke beding dient de werknemer de
kosten van de opleiding of cursus geheel of ten dele terug te betalen indien hij de
onderneming binnen bepaalde tijd na het afronden van de opleiding of cursus
verlaat.
Art. 7:611a leden 2 t/m 5 BW : studiekostenbeding is niet meer toegestaan,
alleen bij scholing die niet verplicht hoeft te worden aangeboden.
Week 3 hoofdstuk 11
Art. 7:628 lid 1 BW -> werkgever moet het loon van de werknemer betalen indien
deze werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht, tenzij dit niet-
verrichten in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen.
*Risicoverdeling als de werknemer geen arbeid verricht, geen loondoorbetaling.