Week Onderwerp Literatuur
1 totstandkoming arbeidsovereenkomst en Arbeidsrecht Begrepen
precontractuele fase
sollicitatiefase en gelijke behandeling Hoofdstuk 2 m.u.v.
vormen van werk tegen betaling paragraaf 2.11
art. 7:610 BW Hoofdstuk 7
soort, duur en omvang arbeidsovereenkomst Hoofdstuk 8 paragraaf 8.2
rechtsvermoedens p. 291 t/m 299
vorm arbeidsovereenkomst en informatieplicht art.
7:655 BW
Ketenregeling (opvolgende arbeidsovereenkomsten)
Arresten
HR 14 november 1997, NJ 1998, 149 (Groen/Schoevers)
Rechtstegel
1. 7:610
- de feiten en omstandigheden van het geval,
- waaronder de vraag of partijen totstandkoming van een arbeidsovereenkomst hebben
beoogd,
- alsmede de wijze waarop partijen feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben
gegeven.
- Daarnaast dient er tussen partijen een gezagsverhouding te bestaan,
- Tot slot dient er rekening te worden gehouden met de maatschappelijke en
economische positie van partijen.
Één kenmerk is niet beslissend. Er moet gekeken worden of de uiteindelijke
handeling leidt tot een rechtsgevolg. Als alle kenmerken overeenkomen met een
arbeidsovereenkomst dan is het ondanks de bedoelingen van de parijen een
arbeidsovereenkomst ontstaan.
HR 13 juli 2007, JAR 2007/231 (Thuiszorg Rotterdam/PGGM)
Rechtsregel
- Bij de beoordeling of iets een arbeidsovereenkomst is, gaat het niet alleen om de
bedoeling van partijen, maar ook om de feitelijke uitvoering ervan. Het was hier de
bedoeling van partijen om een managementovereenkomst aan te gaan tussen de
opdrachtgever en de opdrachtnemer, maar er is feitelijk sprake van een
arbeidsovereenkomst. Dit omdat er voldaan is aan de criteria uit het arrest HR
Groen/Schroevers: het persoonlijk verrichten van de arbeid, de gezagsverhouding en
de betaling als tegenprestatie voor de verrichte werkzaamheden. De verschillende
onderdelen moeten in samenhang worden bekeken, er is niet één kenmerk
beslissend. Het maakt hierbij niet uit dat sprake is van een derde partij.