HC1: Tractus Digestivus:
Aambeien:
Categorie Informatie (samengevat in dezelfde stijl)
W – Voor wie is het advies vragen om te stellen:
bedoeld? ● hoe oud bent u?
● Bent u zwanger of geeft u borstvoeding?
Achtergrond inforamtie?
Komt voor bij jongvolwassenen, volwassenen en vaak bij zwangere
vrouwen.
Bij personen ≥55 jaar is verstopping een belangrijke oorzaak; bij
bloed gemengd met ontlasting moet ook aan darmkanker worden
gedacht
Bij klanten met bekende aambeien die de klachten herkennen →
kan zelfzorg worden gegeven.
H – Hoelang heeft de klant Vragen om te stellen?
al klachten? ● Heeft u bloed gemengd met de ontlasting?
●
Eerste klachten: helderrood bloed op de ontlasting, pijn/druk, soms
jeuk of lekkage.
Ernstige klachten (uitpuilende, gezwollen aambei) kunnen acuut zijn
Aambeien verdwijnen meestal vanzelf binnen enkele weken bij
goede leefmaatregelen.
Als klachten >2 weken aanhouden ondanks leefadviezen →
verwijzen.
A – Welke actie heeft de Vraag of klant al leefmaatregelen toepast:
klant al ondernomen? • vezelrijk eten
• voldoende vocht (1,5–2 L/dag)
• bewegen
• niet persen / juiste toilethouding
Vraag naar lokaal gebruik van crèmes, zalven of zetpillen.
Als behandeling en leefstijl >2 weken geen effect hebben →
verwijzen.
,M – Welke medicatie Middelen die verstopping veroorzaken (belangrijkste oorzaak van
gebruikt de klant nog aambeien):
meer? • verapamil
• opioïden
• TCA’s (bv. amitriptyline)
• antipsychotica (clozapine, olanzapine)
• fenytoïne
• diuretica
• ijzerpreparaten
• aluminiumzouten
Antistollingsmiddelen (acenocoumarol, fenprocoumon, ASA) →
bloedende aambeien kunnen langer blijven bloeden.
Wanneer naar de huisarts Klachten langer dan 2 weken ondanks adviezen.
verwijzen? Bloed of slijm gemengd met de ontlasting (niet alleen erbovenop).
Zeer pijnlijke, gezwollen of niet-terugdwingbare uitstulping
(mogelijke getromboseerde aambei).
bij uitsulpingen niet niet kuunen terug gebracht worden ⇒
verwijzen
Onzeker of de uitstulping een aambei is.
Buikpijn of verandering van de stoelgang.
Niet-medicamenteus Zachte ontlasting is het belangrijkste doel:
advies • vezelrijke voeding (volkoren, groente, fruit, peulvruchten)
• eventueel zemelen (1 el 3×/dag + extra water)
• voldoende drinken (1,5–2 L/dag)
• dagelijks 30 min bewegen
Toiletgedrag:
• direct naar toilet gaan bij aandrang
• niet persen
• juiste houding (voeten plat; evt. voetenkrukje)
Hygiëne en irritatie verminderen:
• reinigen met lauw water of nat doekje zonder alcohol/parfum
• goed droogdeppen
• warm zitbad ter ontspanning
• geen synthetisch ondergoed of inlegkruisjes
Uitpuilende aambei: voorzichtig terugduwen indien mogelijk
,Medicamenteus advies Eerstekeuzemiddelen – alleen pijn/jeuk tijdens ontlasting
-Vaselinecetomacrogolcrème FNA
-Zinksulfaatvaselinecrème FNA
Werking: verzachtend, beschermend, jeukstillend.
Gebruik: 2× per dag en na elke stoelgang aanbrengen; evt. met
canule.
Niet gebruiken bij: voortdurend bloedende aambeien.
Eerstekeuzemiddelen – voortdurende pijn/jeuk
-Lidocaïnevaselinecrème FNA
-Lidocaïnevaselinezinksulfaatcrème
Tweedekeuzemiddelen bij voortdurende pijn en/of jeuk
-Lidocaïne + zinkoxide + bismutsubnitraat in vette zalf
Werking: pijnstillend, jeukstillend en verzachtend.
Gebruik: 2× per dag + na elke stoelgang; max. 20 g/dag.
Niet gebruiken bij:
- voortdurend bloedende aambeien
- allergie voor lidocaïne
(voor bismutsubnitraat: niet tijdens zwangerschap/borstvoeding in
zelfzorg).
Tweede keuzemiddelen:
-Zinkoxide zetpil (bij voorkeur na stoelgang).
-Lidocaïne + zinkoxide + bismutsubnitraat zetpil (niet voor
zwangerschap/borstvoeding).
Dosering rectaal: volwassenen 2x per dag (bij voorkeur na de
stoelgang) 1 zetpil inbrengen.
Nadeel: zetpil komt vaak in endeldarm terecht → minder lokale
werking.
Afgeraden middelen
- Haaienlevertraan, biergistextract.
- Lauromacrogol 400 (onvoldoende aangetoond effect).
, Verstoppingen:
Categorie Informatie (samengevat in dezelfde stijl)
W – Voor wie is het advies Vooral bij volwassenen en ouderen (door minder beweging,
bedoeld? minder drinken, medicatie).
Kinderen <4 jaar: zelfzorg-laxantia worden niet geadviseerd →
bij aanhoudende klachten verwijzen.
Zwangeren: verstopping komt vaak voor; voorkeur voor
vezelpreparaten (psyllium/sterculiagom).
Diabetes mellitus: sommige bulkvormers bevatten suiker →
suikervrije varianten adviseren.
H – Hoelang heeft de klant al Verstopping ≤2 dagen → vaak nog geen medicatie nodig.
klachten? Verstopping >2 dagen → laxeermiddel kan worden overwogen.
Acute verstopping: snelle middelen (bisacodyl rectaal, klysma).
Klachten >2 weken of duidelijke verandering in
ontlastingspatroon → verwijzen.
A – Welke actie heeft de klant Is al geprobeerd:
al ondernomen? • vezelrijke voeding?
• voldoende drinken (1,5–2 L)?
• beweging?
Heeft patient al laxeermiddel gebruikt?
• Geen effect na enkele dagen → verwijzen.
Controleer of de klant voldoende vloeistof neemt bij
vezelpreparaten (te weinig → risico darmobstructie).
Vraag of verstopping regelmatig terugkeert → mogelijk
chronisch probleem (vooral bij ouderen).
M – Welke medicatie gebruikt Medicijnen die verstopping veroorzaken:
de klant nog meer? Opioïden (morfine, oxycodon)
TCA’s (amitriptyline)
Antipsychotica (clozapine, olanzapine)
Verapamil
Fenytoïne
Diuretica
Ijzerpreparaten
Aluminiumzouten
Bij deze middelen: extra alert op ernstige of langdurige
verstopping.
Aambeien:
Categorie Informatie (samengevat in dezelfde stijl)
W – Voor wie is het advies vragen om te stellen:
bedoeld? ● hoe oud bent u?
● Bent u zwanger of geeft u borstvoeding?
Achtergrond inforamtie?
Komt voor bij jongvolwassenen, volwassenen en vaak bij zwangere
vrouwen.
Bij personen ≥55 jaar is verstopping een belangrijke oorzaak; bij
bloed gemengd met ontlasting moet ook aan darmkanker worden
gedacht
Bij klanten met bekende aambeien die de klachten herkennen →
kan zelfzorg worden gegeven.
H – Hoelang heeft de klant Vragen om te stellen?
al klachten? ● Heeft u bloed gemengd met de ontlasting?
●
Eerste klachten: helderrood bloed op de ontlasting, pijn/druk, soms
jeuk of lekkage.
Ernstige klachten (uitpuilende, gezwollen aambei) kunnen acuut zijn
Aambeien verdwijnen meestal vanzelf binnen enkele weken bij
goede leefmaatregelen.
Als klachten >2 weken aanhouden ondanks leefadviezen →
verwijzen.
A – Welke actie heeft de Vraag of klant al leefmaatregelen toepast:
klant al ondernomen? • vezelrijk eten
• voldoende vocht (1,5–2 L/dag)
• bewegen
• niet persen / juiste toilethouding
Vraag naar lokaal gebruik van crèmes, zalven of zetpillen.
Als behandeling en leefstijl >2 weken geen effect hebben →
verwijzen.
,M – Welke medicatie Middelen die verstopping veroorzaken (belangrijkste oorzaak van
gebruikt de klant nog aambeien):
meer? • verapamil
• opioïden
• TCA’s (bv. amitriptyline)
• antipsychotica (clozapine, olanzapine)
• fenytoïne
• diuretica
• ijzerpreparaten
• aluminiumzouten
Antistollingsmiddelen (acenocoumarol, fenprocoumon, ASA) →
bloedende aambeien kunnen langer blijven bloeden.
Wanneer naar de huisarts Klachten langer dan 2 weken ondanks adviezen.
verwijzen? Bloed of slijm gemengd met de ontlasting (niet alleen erbovenop).
Zeer pijnlijke, gezwollen of niet-terugdwingbare uitstulping
(mogelijke getromboseerde aambei).
bij uitsulpingen niet niet kuunen terug gebracht worden ⇒
verwijzen
Onzeker of de uitstulping een aambei is.
Buikpijn of verandering van de stoelgang.
Niet-medicamenteus Zachte ontlasting is het belangrijkste doel:
advies • vezelrijke voeding (volkoren, groente, fruit, peulvruchten)
• eventueel zemelen (1 el 3×/dag + extra water)
• voldoende drinken (1,5–2 L/dag)
• dagelijks 30 min bewegen
Toiletgedrag:
• direct naar toilet gaan bij aandrang
• niet persen
• juiste houding (voeten plat; evt. voetenkrukje)
Hygiëne en irritatie verminderen:
• reinigen met lauw water of nat doekje zonder alcohol/parfum
• goed droogdeppen
• warm zitbad ter ontspanning
• geen synthetisch ondergoed of inlegkruisjes
Uitpuilende aambei: voorzichtig terugduwen indien mogelijk
,Medicamenteus advies Eerstekeuzemiddelen – alleen pijn/jeuk tijdens ontlasting
-Vaselinecetomacrogolcrème FNA
-Zinksulfaatvaselinecrème FNA
Werking: verzachtend, beschermend, jeukstillend.
Gebruik: 2× per dag en na elke stoelgang aanbrengen; evt. met
canule.
Niet gebruiken bij: voortdurend bloedende aambeien.
Eerstekeuzemiddelen – voortdurende pijn/jeuk
-Lidocaïnevaselinecrème FNA
-Lidocaïnevaselinezinksulfaatcrème
Tweedekeuzemiddelen bij voortdurende pijn en/of jeuk
-Lidocaïne + zinkoxide + bismutsubnitraat in vette zalf
Werking: pijnstillend, jeukstillend en verzachtend.
Gebruik: 2× per dag + na elke stoelgang; max. 20 g/dag.
Niet gebruiken bij:
- voortdurend bloedende aambeien
- allergie voor lidocaïne
(voor bismutsubnitraat: niet tijdens zwangerschap/borstvoeding in
zelfzorg).
Tweede keuzemiddelen:
-Zinkoxide zetpil (bij voorkeur na stoelgang).
-Lidocaïne + zinkoxide + bismutsubnitraat zetpil (niet voor
zwangerschap/borstvoeding).
Dosering rectaal: volwassenen 2x per dag (bij voorkeur na de
stoelgang) 1 zetpil inbrengen.
Nadeel: zetpil komt vaak in endeldarm terecht → minder lokale
werking.
Afgeraden middelen
- Haaienlevertraan, biergistextract.
- Lauromacrogol 400 (onvoldoende aangetoond effect).
, Verstoppingen:
Categorie Informatie (samengevat in dezelfde stijl)
W – Voor wie is het advies Vooral bij volwassenen en ouderen (door minder beweging,
bedoeld? minder drinken, medicatie).
Kinderen <4 jaar: zelfzorg-laxantia worden niet geadviseerd →
bij aanhoudende klachten verwijzen.
Zwangeren: verstopping komt vaak voor; voorkeur voor
vezelpreparaten (psyllium/sterculiagom).
Diabetes mellitus: sommige bulkvormers bevatten suiker →
suikervrije varianten adviseren.
H – Hoelang heeft de klant al Verstopping ≤2 dagen → vaak nog geen medicatie nodig.
klachten? Verstopping >2 dagen → laxeermiddel kan worden overwogen.
Acute verstopping: snelle middelen (bisacodyl rectaal, klysma).
Klachten >2 weken of duidelijke verandering in
ontlastingspatroon → verwijzen.
A – Welke actie heeft de klant Is al geprobeerd:
al ondernomen? • vezelrijke voeding?
• voldoende drinken (1,5–2 L)?
• beweging?
Heeft patient al laxeermiddel gebruikt?
• Geen effect na enkele dagen → verwijzen.
Controleer of de klant voldoende vloeistof neemt bij
vezelpreparaten (te weinig → risico darmobstructie).
Vraag of verstopping regelmatig terugkeert → mogelijk
chronisch probleem (vooral bij ouderen).
M – Welke medicatie gebruikt Medicijnen die verstopping veroorzaken:
de klant nog meer? Opioïden (morfine, oxycodon)
TCA’s (amitriptyline)
Antipsychotica (clozapine, olanzapine)
Verapamil
Fenytoïne
Diuretica
Ijzerpreparaten
Aluminiumzouten
Bij deze middelen: extra alert op ernstige of langdurige
verstopping.