orthopedagogiek
College 1: Complex systeemperspectief 2-2-2026
Sluit aan bij ecologisch en holistisch raamwerk van de orthopedagogiek, vanuit de context
verklaren en alles hangt met alles samen → dit perspectief geeft je de taal om complexiteit te
beschrijven en een toolkit hoe je complexe vraagstukken kunt bestuderen.
Onderwerpen college 1
- Wat is een systeem: ingewikkelde versus complexe systemen
- Wederzijdse afhankelijkheden & feedback loops
- Emergentie & zelforganisatie
- Attractoren & faseovergangen
- Interventiëren in complexe systemen
Systeem
Het systeem kan een persoon zijn, waarbij je kijkt naar bepaalde componenten binnen deze
persoon of een gezin waarbij je kijkt naar verschillende perspectieven. Een systeem is iets waar
alles op elkaar invloed heeft: “a system is a set of related components that work together in a
particular environment to perform whatever functions are required to achieve the system’s
objective".
Systemen kunnen eenvoudig (cake), ingewikkeld (raket) of complex (kind) zijn.
● Eenvoudige systemen hebben minder componenten.
● Bij ingewikkelde systemen daar volgen reacties op elkaar en leiden tot bepaalde
uitkomsten
● Eenvoudige en ingewikkelde systemen lijken op elkaar en complexe systemen zetten
zich hiervan af. Deze twee systemen kun je begrijpen en fixen door ze uit elkaar te halen
en de losse onderdelen en hun interactie te bestuderen. Bij simpele en ingewikkelde
systemen kun je een gestandaardiseerde procedure volgen en expertise (eenvoudig en
ingewikkeld systeem) is afhankelijk van hoe ingewikkeld het systeem/vraagstuk is. Er is
een grote kans op succes bij het volgen van de procedure en toenemende ervaring.
● Bij complexe systemen heb je ook feedback loops (andere kant reactie). Complex heeft
een specifieke betekenis. Complexe systemen hebben wederzijdse afhankelijke
onderdelen en creëren emergente patronen die niet terug te brengen zijn naar een
enkele oorzaak. Flexibiliteit en aanpassing aan context is belangrijk en expertise kan
helpend zijn maar is geen garantie want elk kind is anders. Het systeem is lastig te
voorspellen op de lange termijn. Levendige systemen zijn altijd complex.
Het probleem is dat we altijd complexe systemen benaderen alsof ze ingewikkeld zijn en
daarmee bereik je dus niet de juiste toepassing. Een voorbeeld is een reductionistische visie op
psychopathologie: neuro-onderzoek en genetica, dus er is een onderliggende factor voor
observeerbare symptomen. Dit is ook het geval bij risico- en beschermende factoren. We
hebben de neiging om alles te plaatsen in checklists. We zijn een puzzel (onafhankelijke
,puzzelstukjes) aan het oplossen en als we lang genoeg zoeken vinden we de oplossing. Dit
werkt niet bij complexe systemen want alles hangt met alles samen.
Inderdependentie en feedback loops
Niet als een puzzel maar als een geweven stof (je kunt het niet uit elkaar halen)
De bijdrage van losse componenten is niet stabiel en kan niet los van de invloed van andere
componenten gezien worden. Problemen kunnen niet begrepen worden door de losse
onderdelen in isolatie te bestuderen. You can take a variable out of the system, but not the
system out of the variable. Een factor kan een verschillend effect hebben in welke staat het
systeem is, je dient het geheel te bestuderen. Bronfenbrenner ecologische theorie → gaat om
interactie tussen verschillende systemen en hoe ze elkaar wederzijds beïnvloeden.
● Bij positieve loops daar versterken de dingen elkaar; twee plusjes → hoe meer mensen
beginnen te bringen, hoe meer de paniek toeslaat en hoe meer mensen gaan rennen
(negatief voorbeeld, maar kan ook positief). Dit leidt tot exponentiële groei waardoor het
systeem kan destabiliseren.
● Balancing feedbackloop/negatieve loops die zorgen voor stabiliteit. Stopt het negatieve
gedrag. Vaak zijn ze ook fenist met elkaar, bijvoorbeeld angst en vermijding, op den duur
heb je dus een positieve feedbackloop waarbij de angst steeds sterker wordt.
Idiographic system model → samen met professional en cliënt een netwerk maken van wat er
speelt, gaat om veranderbare componenten. Je ziet op deze manier hoe dingen elkaar
beïnvloeden.
, Emergentie en zelforganisatie
Wederzijdse afhankelijkheid en feedbackloops leiden tot emergente patronen. Vanuit zo’n
idiografisch systeem kan een depressie ontstaan: samenspel van factoren.
Emergente patronen ontstaan uit interactie van het microniveau. The interaction of individual
parts leads to the emergence of novel properties or behaviors known as emergent properties.
Het emergente patroon kun je niet alleen verklaren uit individuele componenten.
Emergentie is ook zelforganiserende patronen (zwermvogels, interacties tussen vogels zorgt
voor vliegpatroon).
Net als bij psychopathologie; er is geen latente factor die de symptomen verklaart, maar is een
samenspel van factoren en kijkt naar de structuur van het netwerk (verandering van
feedbackloops). Wellbeing en illbeing zijn structureel gezien niet zo verschillend van elkaar,
want beide bestaan uit dynamische netwerken van elkaar wederzijds beïnvloedende
componenten, ze kunnen allebei stabiel zijn.
Risicovol gedrag voorbeeld, emergentie en zelforganisatie→ interactie met een stoere en brave
leeftijdsgenoot. Ze hebben gekeken naar gesprekken tussen twee jongeren en de lengte van
het gesprek over dingen die niet mogen. Bij een koppel waarbij ze allebei stoer zijn, heb je een
lange duur van het praten over risicovol gedrag, terwijl wanneer zo’n iemand met een brave
jongen gekoppeld is, het kortdurend is. Je ziet hier een zelforganisatie en het onderliggende
proces is de bevestiging in het gedrag.
Allerlei micro interacties met vriendjes, wordt het sterker en zorgt voor een verslaving en dan
zoek je juist vrienden die ook drinken (beïnvloed opnieuw microinteractie). Emergente patronen
houden elkaar dus in stand.
Attractoren en faseovergangen
Niet aangeboren, resultaat van proces van voortdurende interacties. Een voorbeeld is dat
kinderen die vaak worden afgewezen, strategieën ontwikkelen waardoor ze in andere situaties