Meike Kruger
2851610
Werkgroep 2
Filosofie van de bewegingswetenschappen
Opdrachten werkcollege 1
1A.
Tijdens de slalom van Messi door de verdediging is zijn lichaam terhanden. Er is duidelijk
sprake van onzichtbare verwevenheid, omdat zijn lichaam en de bal niet als twee losse
objecten worden ervaren. Young beschreef dit als dat het gereedschap of lichaam op dat
moment geen ding op zichzelf is, maar volledig verweven met de handeling. De situatie
verandert wanneer er plotseling kramp in zijn linkerbeen schiet. Het lichaam faalt en wordt
daardoor voorhanden. Messi moet zijn aandacht nu richten op het been, dat op dat moment
een opvallend onbruikbaar object wordt. Aan het einde wordt het dualisme duidelijk wanneer
de verzorgen het veld op komt. Messi’s been wordt nu gezien als een niet functionerend
gereedschap dat door de verzorger behandeld wordt, alsof het een machine is die
gerepareerd moet worden.
1B.
De Grieken dachten dat sportbeoefening de ziel kan polijsten. Zij zagen het lichaam en de
geest als een harmonie, niet als twee losse delen. Voor Socrates en Aristoteles was sport
niet alleen bedoeld om lichamelijk kracht te verbeteren. Het was ook belangrijk voor
opvoeding en karakterontwikkeling, waarbij men deugden leert door ze in de praktijk te
beoefenen. Aristoteles noemt een deugd een dispositie, een aangeleerde
gemoedsgesteldheid of houding die door gewenning in het lichaam is verankerd. Het is zoals
Young beschrijft een toestand die niet alleen mentaal of fysiek is, maar een verwevenheid
van beide.
1C.
Young bedoelt met deze uitspraak dat lichamelijke fitheid meer oplevert dan alleen gezond of
sterk lichaam. Zo herinner ik me nog een langeafstandswedstrijd zwemmen, waarbij ik een
1500 meter en daarna nog 800 meter moest zwemmen. Halverwege de 800 meter kreeg ik
een steek in mijn zij en raakte ik vermoeid, waardoor ik de neiging kreeg om te stoppen. Ik
besloot om toch door te gaan en dat leverde niet alleen een sterk gevoel van voldoening en
meer zelfvertrouwen op, maar ook een medaille. Tegelijkertijd oefende ik ethische deugden
zoals doorzettingsvermogen en volharding.
2A.
Hoberman verstaat onder ‘The Technological Image of Man’ een mensbeeld waarin de mens
gezien wordt als een technisch systeem. Het lichaam wordt vereenvoudigd tot een object dat
meetbaar, vergelijkbaar en stuurbaar is. Fysieke en mentale processen worden aangepast
aan technologische normen, waarbij persoonlijke ervaring en beperkingen plaatsmaken voor
prestatie en efficiënt functioneren. Dit benadrukt de spanning tussen menselijke ervaring en
de eis van optimale controle.
2B.
Lichaam als object (körper) tegenover lichaam als subject (leib): Volgens Houterman
wordt in het perspectief van het lichaam als object het lichaam gezien als iets wat van
buitenaf gemeten, geanalyseerd en waargenomen kan worden. Bijvoorbeeld BMI, hartslag of
spierkracht. Het lichaam is hierbij een functionerend en meetbaar object. Het lichaam als
subject wordt opgevat als het lichaam dat we zelf van binnenuit ervaren en waarmee we ons
tot de wereld verhouden. Hierbij spelen gevoelens, zoals pijn en plezier een belangrijke rol.
Het lichaam als object past het beste bij Hoberman, omdat hij de atleet beschrijft als een
proefobject, waarbij zijn capaciteiten exact worden gemeten, geanalyseerd en vergeleken.
2851610
Werkgroep 2
Filosofie van de bewegingswetenschappen
Opdrachten werkcollege 1
1A.
Tijdens de slalom van Messi door de verdediging is zijn lichaam terhanden. Er is duidelijk
sprake van onzichtbare verwevenheid, omdat zijn lichaam en de bal niet als twee losse
objecten worden ervaren. Young beschreef dit als dat het gereedschap of lichaam op dat
moment geen ding op zichzelf is, maar volledig verweven met de handeling. De situatie
verandert wanneer er plotseling kramp in zijn linkerbeen schiet. Het lichaam faalt en wordt
daardoor voorhanden. Messi moet zijn aandacht nu richten op het been, dat op dat moment
een opvallend onbruikbaar object wordt. Aan het einde wordt het dualisme duidelijk wanneer
de verzorgen het veld op komt. Messi’s been wordt nu gezien als een niet functionerend
gereedschap dat door de verzorger behandeld wordt, alsof het een machine is die
gerepareerd moet worden.
1B.
De Grieken dachten dat sportbeoefening de ziel kan polijsten. Zij zagen het lichaam en de
geest als een harmonie, niet als twee losse delen. Voor Socrates en Aristoteles was sport
niet alleen bedoeld om lichamelijk kracht te verbeteren. Het was ook belangrijk voor
opvoeding en karakterontwikkeling, waarbij men deugden leert door ze in de praktijk te
beoefenen. Aristoteles noemt een deugd een dispositie, een aangeleerde
gemoedsgesteldheid of houding die door gewenning in het lichaam is verankerd. Het is zoals
Young beschrijft een toestand die niet alleen mentaal of fysiek is, maar een verwevenheid
van beide.
1C.
Young bedoelt met deze uitspraak dat lichamelijke fitheid meer oplevert dan alleen gezond of
sterk lichaam. Zo herinner ik me nog een langeafstandswedstrijd zwemmen, waarbij ik een
1500 meter en daarna nog 800 meter moest zwemmen. Halverwege de 800 meter kreeg ik
een steek in mijn zij en raakte ik vermoeid, waardoor ik de neiging kreeg om te stoppen. Ik
besloot om toch door te gaan en dat leverde niet alleen een sterk gevoel van voldoening en
meer zelfvertrouwen op, maar ook een medaille. Tegelijkertijd oefende ik ethische deugden
zoals doorzettingsvermogen en volharding.
2A.
Hoberman verstaat onder ‘The Technological Image of Man’ een mensbeeld waarin de mens
gezien wordt als een technisch systeem. Het lichaam wordt vereenvoudigd tot een object dat
meetbaar, vergelijkbaar en stuurbaar is. Fysieke en mentale processen worden aangepast
aan technologische normen, waarbij persoonlijke ervaring en beperkingen plaatsmaken voor
prestatie en efficiënt functioneren. Dit benadrukt de spanning tussen menselijke ervaring en
de eis van optimale controle.
2B.
Lichaam als object (körper) tegenover lichaam als subject (leib): Volgens Houterman
wordt in het perspectief van het lichaam als object het lichaam gezien als iets wat van
buitenaf gemeten, geanalyseerd en waargenomen kan worden. Bijvoorbeeld BMI, hartslag of
spierkracht. Het lichaam is hierbij een functionerend en meetbaar object. Het lichaam als
subject wordt opgevat als het lichaam dat we zelf van binnenuit ervaren en waarmee we ons
tot de wereld verhouden. Hierbij spelen gevoelens, zoals pijn en plezier een belangrijke rol.
Het lichaam als object past het beste bij Hoberman, omdat hij de atleet beschrijft als een
proefobject, waarbij zijn capaciteiten exact worden gemeten, geanalyseerd en vergeleken.