Meike Kruger
2851610
Werkgroep 2
Filosofie van de bewegingswetenschappen
Opdrachten werkcollege 1
1A.
Volgens Tamboer is het substantiële lichaamsbeeld kenmerkend voor de moderne filosofie.
Het lichaam wordt gezien als een zelfstandig object en los van de wereld en de ervaring
begrepen kan worden. ‘Substantieel’ verwijst naar het idee dat het lichaam onafhankelijk is
van context, betekenis en relatie. In deze benadering wordt uit gegaan van een scheiding
tussen de mens als denkend subject en het lichaam als object dat onderzocht kan worden.
Het lichaam wordt opgevat als een ding met vaste eigenschappen, waarvan de waarheid
objectief vastligt en door wetenschappelijke kennis ontdekt kan worden. Taal wordt in deze
benadering beschreven als een werkelijkheid die al bestaat en losstaat van betekenis en
interpretatie.
Het relationele lichaamsbeeld is volgens Tamboer postmodern. Het lichaam kan niet los van
de wereld gezien worden, maar is altijd verbonden met wat iemand doet en ervaart. Het
lichaam krijgt betekenis in ‘om-te-relaties’, waarin het lichaam altijd in relatie staat tot
handelingen, doelen en betekenissen. Hoe het lichaam verschijnt hangt af van het taalspel
en de context. Daarom is er niet één lichaam, maar meerdere lichaamsbeelden die
relationeel en situationeel bepaald zijn.
1B.
Volgens Tamboer heeft het lichaamsbeeld grote invloed op de manier waarop iemand
beweegt. Het lichaamsbeeld bepaalt namelijk hoe het lichaam wordt begrepen en beleefd,
vaak op een vanzelfsprekende en onbewuste manier. Wanneer iemand het lichaam vooral
ziet als een object of instrument, zoals in het substantieel lichaamsbeeld, zal bewegen
eerder functioneel en doelgericht zijn. In een relationeel lichaamsbeeld wordt bewegen
gezien als een manier om zich tot de wereld te verhouden. Bewegen krijgt dan betekenis
binnen situaties en handelingen. Het lichaamsbeeld beïnvloedt zo hoe iemand beweegt en
wat bewegen voor die persoon betekent.
1C.
Het lichaam wordt voortdurend gevormd door de manier waarop we met onze omgeving
omgaan en door de context waarin we ons bevinden. Een goed voorbeeld hiervan is in het
filmpje van Ronaldo naar voren gekomen. Ronaldo kan bijna volledig in het donker de bal
weten te raken. Dit doet hij niet door ergens een ‘interne meetlat’ te gebruiken, maar hij
gebruikte signalen van de persoon die de bal geeft. Hierbij kijkt hij bijvoorbeeld naar de
houding van de persoon, zoals de stand van de voet of de heupen. Door jarenlang ervaring
in de voetbalwereld weet zijn lichaam waar de bal zal landen. In plaats van de bal passief te
volgen, interpreteert zijn lichaam de bewegingen van anderen als directe aanwijzing voor zijn
actie. Zijn vaardigheid is daarom niet los te zien van de situatie waarin hij zich bevindt en
hemzelf.
Wat hier ook een rol speelt, is hoe waarneming en actie aan elkaar verbonden zijn. Ronaldo
verwerkt alle informatie supersnel en onbewust. Binnen 500 milliseconden weet zijn lichaam
al waar het zou moeten zijn. Het zien van de aanloop van een tegenstander zorgt ervoor dat
Ronaldo direct de juiste beweging maakt, zonder dat hij daarover na hoeft te denken.
Daardoor kan hij zelfs een beetje improviseren. In het experiment kon hij boorbeeld met zijn
schouder en borst bijsturen als zijn positie niet helemaal klopte. Daarnaast werd hij in het
experiment vergeleken met een amateurvoetballer. Deze jonge lukte het niet om de bal in het
doel te krijgen, omdat hij vertrouwde op het zicht van de bal en niet de ervaring beschikt. Dit
laat zien dat Ronaldo’s lichaam en de voetbalomgeving niet van elkaar gescheiden gezien
kunnen worden en sluit daarom aan bij de actietheorie.
2851610
Werkgroep 2
Filosofie van de bewegingswetenschappen
Opdrachten werkcollege 1
1A.
Volgens Tamboer is het substantiële lichaamsbeeld kenmerkend voor de moderne filosofie.
Het lichaam wordt gezien als een zelfstandig object en los van de wereld en de ervaring
begrepen kan worden. ‘Substantieel’ verwijst naar het idee dat het lichaam onafhankelijk is
van context, betekenis en relatie. In deze benadering wordt uit gegaan van een scheiding
tussen de mens als denkend subject en het lichaam als object dat onderzocht kan worden.
Het lichaam wordt opgevat als een ding met vaste eigenschappen, waarvan de waarheid
objectief vastligt en door wetenschappelijke kennis ontdekt kan worden. Taal wordt in deze
benadering beschreven als een werkelijkheid die al bestaat en losstaat van betekenis en
interpretatie.
Het relationele lichaamsbeeld is volgens Tamboer postmodern. Het lichaam kan niet los van
de wereld gezien worden, maar is altijd verbonden met wat iemand doet en ervaart. Het
lichaam krijgt betekenis in ‘om-te-relaties’, waarin het lichaam altijd in relatie staat tot
handelingen, doelen en betekenissen. Hoe het lichaam verschijnt hangt af van het taalspel
en de context. Daarom is er niet één lichaam, maar meerdere lichaamsbeelden die
relationeel en situationeel bepaald zijn.
1B.
Volgens Tamboer heeft het lichaamsbeeld grote invloed op de manier waarop iemand
beweegt. Het lichaamsbeeld bepaalt namelijk hoe het lichaam wordt begrepen en beleefd,
vaak op een vanzelfsprekende en onbewuste manier. Wanneer iemand het lichaam vooral
ziet als een object of instrument, zoals in het substantieel lichaamsbeeld, zal bewegen
eerder functioneel en doelgericht zijn. In een relationeel lichaamsbeeld wordt bewegen
gezien als een manier om zich tot de wereld te verhouden. Bewegen krijgt dan betekenis
binnen situaties en handelingen. Het lichaamsbeeld beïnvloedt zo hoe iemand beweegt en
wat bewegen voor die persoon betekent.
1C.
Het lichaam wordt voortdurend gevormd door de manier waarop we met onze omgeving
omgaan en door de context waarin we ons bevinden. Een goed voorbeeld hiervan is in het
filmpje van Ronaldo naar voren gekomen. Ronaldo kan bijna volledig in het donker de bal
weten te raken. Dit doet hij niet door ergens een ‘interne meetlat’ te gebruiken, maar hij
gebruikte signalen van de persoon die de bal geeft. Hierbij kijkt hij bijvoorbeeld naar de
houding van de persoon, zoals de stand van de voet of de heupen. Door jarenlang ervaring
in de voetbalwereld weet zijn lichaam waar de bal zal landen. In plaats van de bal passief te
volgen, interpreteert zijn lichaam de bewegingen van anderen als directe aanwijzing voor zijn
actie. Zijn vaardigheid is daarom niet los te zien van de situatie waarin hij zich bevindt en
hemzelf.
Wat hier ook een rol speelt, is hoe waarneming en actie aan elkaar verbonden zijn. Ronaldo
verwerkt alle informatie supersnel en onbewust. Binnen 500 milliseconden weet zijn lichaam
al waar het zou moeten zijn. Het zien van de aanloop van een tegenstander zorgt ervoor dat
Ronaldo direct de juiste beweging maakt, zonder dat hij daarover na hoeft te denken.
Daardoor kan hij zelfs een beetje improviseren. In het experiment kon hij boorbeeld met zijn
schouder en borst bijsturen als zijn positie niet helemaal klopte. Daarnaast werd hij in het
experiment vergeleken met een amateurvoetballer. Deze jonge lukte het niet om de bal in het
doel te krijgen, omdat hij vertrouwde op het zicht van de bal en niet de ervaring beschikt. Dit
laat zien dat Ronaldo’s lichaam en de voetbalomgeving niet van elkaar gescheiden gezien
kunnen worden en sluit daarom aan bij de actietheorie.