Psychobiologie samenvatting korter
MTL: hippocampus + amygdala (emotioneel geheugen) + EC
Hippocampus: CA1, CA3, dentate gyrus, subiculum
MEC : grids
LEC: objecten/context
Declaratief geheugen = bewust geheugen voor feiten en gebeurtenissen
Direct getest (herkennen, recall, toets)
Wel afhankelijk van hoe ‘diep’ je iets bestudeert (diep = letten op betekenis)
Niet beinvloed door verandering in hoe items eruit zien tijdens encoding en test
Non-declaratief geheugen: onbewust geheugen
Indirect testen (vaardigheden/priming
Priming: verandering/versnelling/verbetering prestatie door voorafgaande ervaring
Verschillende soorten:
1. Perceptuele: gebaseerd op vorm
Gevoelig voor study-test format shifts (S-TFS)
Leren op ene manier en toetsen op andere (bv. Eerst zien als foto dan als
lijntekening)
Gebeurt in occipital regio’s + fusiform gyrus
2. Conceptuele priming: gebaseerd op betekenis/concept
Ongevoelig voor S-TFS
Gebeurt in prefontale cortex en voorste deel left inferior frontal gyrus
Geheugenopslag:
1. Encoding: informatie wordt opgenomen / omgezet in geheugen
2. Consolidatie: geheugensporen worden gestabiliseerd en opgeslagen door reactivatie
3. Retrieval: geheugen ophalen
Word fraction completion test:
1. Eerst lees je bepaalde woorden
2. Woordpuzzel met die woorden bv. E_V_L_P_
3. Zelf op envelope komen
Sharpeningstheorie:
Stimulus wordt herhaald, gerelateerde neuronen reageren minder en minder
minder hemodynamische respons in de hersenen
Episodisch geheugen: gebeurtenis aan tijd gekoppeld (bv. Treinreis)
In MTL – hippocampus
Path integrator: methode om positie te bepalen zonder afhankelijkheid landmarks
, Place cell deformations: omgeving breder/smaller, place fields verschuiven mee met
grenzen
Place cells:
In hippocampus
Vuren op 1 specifieke locatie en vormen allocentrische kaart
Rate remapping: firing rate verandert, locatie niet
Global remapping: locatie verandert, firing rate niet
Grid cells:
In MEC en pre- en parasubiculum
Vuren op basis van POSITIE
Phase (x,y), scale (afstand tussen fields, constant naburig) en orientation (uitlijning)
Dorsal = Kleine spacing en ventral = grote spacing
Rate remapping: grid cells veranderen onregelmatig
Global remapping: grid cells behouden metrische structuur + onderlinge relaties
Head-direction cells:
In presubiculum en MEC
Welke kant kijk ik op? -> afgestemd op externe/ allocentrische referentiepunten
Border cells:
Pre- en parasubiculum
Grenzen/ muur?
Grid, head-direction en border cells samen:
In paragippocampale cortex
Universele maatstaf voor in kaart brengen posities + richtingen omgeving
Metrisch navigatiesystem
Pattern separation: vergelijkbare herinneringen worden uit elkaar gehouden zodat ze niet
door elkaar raken
In dentate gyrus, die ontvangt input van EC, maakt verschillende neuronenpatronen
Belang episodisch geheugen: herinneringen vaak bijna hetzelfde
EC (entorhinale cortex)
Geeft ruimtelijke, contextuele info aan hippocampus
Belang voor navigatie + episodisch geheugen (waar, wanneer, wat?)
Idee: place cells ontstaan uit combinatie input grid cells:
- Wel: place cell vuurt waar meerdere gridfields overlappen
Als grid spacing Kleiner wordt, worden place fields Kleiner
- Niet: place cells ontwikkelen eerder dan grid cells
Ruimte opdelen barriers: (Derdikman)
Grid cells: fragmenteren/vervormen
Place cells: vormen submaps omgeving
Werkgeheugen
MTL: hippocampus + amygdala (emotioneel geheugen) + EC
Hippocampus: CA1, CA3, dentate gyrus, subiculum
MEC : grids
LEC: objecten/context
Declaratief geheugen = bewust geheugen voor feiten en gebeurtenissen
Direct getest (herkennen, recall, toets)
Wel afhankelijk van hoe ‘diep’ je iets bestudeert (diep = letten op betekenis)
Niet beinvloed door verandering in hoe items eruit zien tijdens encoding en test
Non-declaratief geheugen: onbewust geheugen
Indirect testen (vaardigheden/priming
Priming: verandering/versnelling/verbetering prestatie door voorafgaande ervaring
Verschillende soorten:
1. Perceptuele: gebaseerd op vorm
Gevoelig voor study-test format shifts (S-TFS)
Leren op ene manier en toetsen op andere (bv. Eerst zien als foto dan als
lijntekening)
Gebeurt in occipital regio’s + fusiform gyrus
2. Conceptuele priming: gebaseerd op betekenis/concept
Ongevoelig voor S-TFS
Gebeurt in prefontale cortex en voorste deel left inferior frontal gyrus
Geheugenopslag:
1. Encoding: informatie wordt opgenomen / omgezet in geheugen
2. Consolidatie: geheugensporen worden gestabiliseerd en opgeslagen door reactivatie
3. Retrieval: geheugen ophalen
Word fraction completion test:
1. Eerst lees je bepaalde woorden
2. Woordpuzzel met die woorden bv. E_V_L_P_
3. Zelf op envelope komen
Sharpeningstheorie:
Stimulus wordt herhaald, gerelateerde neuronen reageren minder en minder
minder hemodynamische respons in de hersenen
Episodisch geheugen: gebeurtenis aan tijd gekoppeld (bv. Treinreis)
In MTL – hippocampus
Path integrator: methode om positie te bepalen zonder afhankelijkheid landmarks
, Place cell deformations: omgeving breder/smaller, place fields verschuiven mee met
grenzen
Place cells:
In hippocampus
Vuren op 1 specifieke locatie en vormen allocentrische kaart
Rate remapping: firing rate verandert, locatie niet
Global remapping: locatie verandert, firing rate niet
Grid cells:
In MEC en pre- en parasubiculum
Vuren op basis van POSITIE
Phase (x,y), scale (afstand tussen fields, constant naburig) en orientation (uitlijning)
Dorsal = Kleine spacing en ventral = grote spacing
Rate remapping: grid cells veranderen onregelmatig
Global remapping: grid cells behouden metrische structuur + onderlinge relaties
Head-direction cells:
In presubiculum en MEC
Welke kant kijk ik op? -> afgestemd op externe/ allocentrische referentiepunten
Border cells:
Pre- en parasubiculum
Grenzen/ muur?
Grid, head-direction en border cells samen:
In paragippocampale cortex
Universele maatstaf voor in kaart brengen posities + richtingen omgeving
Metrisch navigatiesystem
Pattern separation: vergelijkbare herinneringen worden uit elkaar gehouden zodat ze niet
door elkaar raken
In dentate gyrus, die ontvangt input van EC, maakt verschillende neuronenpatronen
Belang episodisch geheugen: herinneringen vaak bijna hetzelfde
EC (entorhinale cortex)
Geeft ruimtelijke, contextuele info aan hippocampus
Belang voor navigatie + episodisch geheugen (waar, wanneer, wat?)
Idee: place cells ontstaan uit combinatie input grid cells:
- Wel: place cell vuurt waar meerdere gridfields overlappen
Als grid spacing Kleiner wordt, worden place fields Kleiner
- Niet: place cells ontwikkelen eerder dan grid cells
Ruimte opdelen barriers: (Derdikman)
Grid cells: fragmenteren/vervormen
Place cells: vormen submaps omgeving
Werkgeheugen