Internationaal belastingrecht en dividendbelasting hoorcollege
Week 1 - Beginselen van en ontwikkelingen in het internationaal belastingrecht – Overzichtscollege
Algemeen
• Nationaalrechtelijk: we hebben een eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belasting voor
situatie waarin niet is voorzien in het verdrag. Maar de relatie tussen eenzijdige regeling en verdragen is
het techniek van voorkoming van dubbele belasting. De verdragen verplicht Nederland wel tot geven
van voorkoming, maar de techniek die daaronder ligt, staat in de eenzijdige regeling.
o Dus je moet de eenzijdige regeling beheersen, voordat je de voorkomingsregels uit verdragen
kunt toepassen. Dus dat is helemaal met elkaar verweven.
Overzichtscollege
• Beginselen
o Universele heffingsbeginselen
▪ Internationaal: wat zijn grosso modo de beginselen die gehanteerd worden bij het
vormgeven van belastingstelsels (woonplaats, bron etc.)?
o Voorkoming van dubbele belasting
▪ Als je naar die beginselen kijkt, en de wetgeving is gebaseerd op die beginselen, zie je dat er
dubbele belasting kan zijn.
▪ Ook het voorkomen van ontgaan van belasting (belastingontduiking en -ontwijking) heeft
ook steeds prominenter plek gekregen in internationaal belastingrecht.
o Voorkoming van het ontgaan van belasting
• De ideale wereld
• De echte wereld
o Veel weerbarstiger dan de wereld die volgens de beginselen is ingericht.
• Belasting in de actualiteit
• Ethiek
o Wat voor ethische aspecten spelen een rol bij belastingontwijking, tax planning en
belastingwetgeving?
Youtube video over Pascal Saint-Amans
• Oude model/economie:
o Taxichauffeurs zijn in dienst van een werkgever. Die werkgever betaalt elke maand loon, daar wordt
op ingehouden, en elke maand is afdracht van loonheffingen aan de Staat. Hele zekere cashflow
voor de staat, en systeem waarbij Staat altijd kan heffen over de salaris. De winst die overblijft na
betaling van alle kosten, afschrijvingen op de taxi’s en salaris, is in Nederland belast met vpb. Al die
belastingverdragen en -stelsels zijn ingericht op dat oude model.
• Fast forward: Uber
o Uber heeft helemaal geen bv en nv in Nederland nodig voor de exploitatie van de platform. Die heeft
helemaal geen fiscale relevante aanwezigheid hier nodig. Taxichauffeurs staan niet in
winstbetrekking tot Uber (in aantal landen uitgevochten voor de rechter of dat civielrechtelijk
dienstbetrekking is en misschien ook fiscaal als dienstbetrekking heeft te gelden). Als we
aannemen dat dat niet zo is, dan krijgen de Uber chauffeurs elke maand betaald door Uber na aftrek
van commissie voor Uber, maar er is geen inhouding van loonheffing. Dus de Staat mist de
maandelijkse cashflow.
o En vraag is ook: hoeveel van de Uber chauffeurs doen netjes aangifte en zorgt ervoor dat voldoende
belasting wordt betaald aan voorlopige aanslag gedurende het jaar?
, o Ook is het in veel landen en zeker in Nederland het geval: belastingheffing van kleine zelfstandige
zijn aanzienlijk gunstiger door allerlei faciliteiten dan belastingheffing van werknemer.
o Conclusie: op allerlei (drie) fronten ligt belastingheffing onder vuur wat zorgt voor enorme
bedreiging voor het functioneren van het stelsel:
▪ Geen winstbelasting meer, want helemaal grondslag als er geen aanwezigheid is
▪ Geen cashflow via inhouding
▪ Minder belasting
Universele heffingsbeginselen
• Woonplaats (soms: nationaliteit)
• Bron
• In Nederland:
o Woonplaats/vestigingsplaats - onbeperkte belastingplicht
o Bron – hoofdstuk 7 IB / hoofdstuk III Vpb
✓ Bijzondere van beide heffingsbeginselen, of je nou naar Nederland of naar meeste andere landen gaat, als
je inwoner bent van een land (en inwoner is ‘term of art’ (in de nationale wetgeving bepaald wanneer je als
inwoner wordt beschouwd), is doorgaans je belastingplicht over je wereldinkomen. Het maakt niet uit of je
geld verdient in het woonland of buiten dat woonland, in het woonland word je voor hele wereldinkomen
belast. In het geval van lichaam, de wereldwinst.
✓ Maar ook van niet-inwoners wordt belasting geheven, niet over de wereldinkomen, maar er moet een
verbinding/connectie zijn met de niet-woonstaat.
o VB: als er een inwoner is van een buitenland die in Nederland in dienstbetrekking tot buitenlandse
werkgever is, maar in Nederland werkt (die in Brazilië woont, maar voor 3 weken naar Nederland
komt voor onderhandeling over koffiebonen met Nederlandse koffiebrander). Die 3 weken, salaris
ervan dat in Brazilië wordt betaald, dat betrekking heeft op de 3 weken dat die in Nederland gewerkt
heeft, is in Nederland belastbaar: inkomen uit Nederlandse bron.
✓ Hierboven waren algemeen aanvaarde universele heffingsbeginselen.
✓ Soms nationaliteit: er zijn landen (VS) die belasting heffen over wereldinkomen van hun staatsburgers.
Zolang je Amerikaanse staatsburger bent, wordt altijd in VS bijgeheven, omdat je eenmaal in VS over je
wereldinkomen belastingplichtig bent.
✓ Samenloop: algemene regels zijn woonplaats of bron, als deze twee samenlopen, dus als je in het ene land
wordt belast op basis van woonplaats en in de andere last op basis van inkomsten uit bron in dat land, dan
is er potentieel sprake van dubbele belasting.
Woonplaats
• Art. 4 AWR
o IB - Centrum levensbelangen
o Vpb. – Werkelijke leiding
• Art. 2, lid 5 Vpb
o Incorporatie
✓ Woonplaats kan een van de aanknopingspunten zijn voor belastingheffing. Het feit dat je woonplaats hebt
in een land dat woonplaatsbeginsel hanteert, maakt je tot inwoner en daarmee tot binnenlands
belastingplichtige.
o Week 2: overeenkomsten/verschillen tussen binnenlandse belastingplichtige op grond van
woonplaats en buitenlandse belastingplichtige op grond van bron van inkomen. Het
onderscheidende criterium tussen de twee is al dan niet hebben van een woonplaats.
✓ Hoe bepaal je woonplaats?
, o Heffingswet IB/Vpb: dit begrip wordt in beginsel niet gedefinieerd.
▪ Definitie vind je in artikel 4 AWR: waar iemand woont en waar de lichaam is gevestigd, wordt
geoordeeld naar omstandigheden.
• Bewuste keuze van wetgever in 1950: we willen aan de rechter overlaten, de invulling
van dat woonplaatsbegrip, welke omstandigheden zijn bepalend voor het hebben
van woonplaats?
▪ Voor de IB ‘woonplaats van natuurlijke personen’: in beginsel kijken naar centrum van
nevensbelangen (waar heb je woning tot je beschikking, waar verricht je je dienstbetrekking,
waar woont je gezin).
• In iets minder mate: de formele dingen, zoals inschrijving in bevolkingsregister, bij
twijfel kijken naar of die duurzame woning heeft, sociale leven (vereniging, kerk,
huisarts, tandarts).
• Illustratief heeft rechtbank Gelderland uitspraak gedaan: iemand die van Nederland
naar Zwitserland is verhuisd. Die stelt dat die inwoner is van Zwitserland, inspecteur
stelt dat die inwoner van Nederland is gebleven.
o Feiten: man heeft woning gekocht in Zwitserland, heeft zich daar laten
inschrijven in de bevolkingsregister, gaat daar naar huisarts, tandarts en
sportschool. Is gescheiden, heeft vriendin in Nederland, die vriendin huurt
een woning, en hij bezoekt haar regelmatig in Nederland.
o Inspecteur: omdat jij je vriendin heel geregeld bezoekt, woon je in
Nederland.
o Man: nee, ik woon in Zwitserland, daar heb ik een woning tot beschikking.
o Rechtbank: heeft haar beslissing helemaal laten afhangen van, waar heeft
de man duurzaam een woning tot zijn beschikking, dat is alleen in
Zwitserland. Want in Nederland, op bezoek bij vriendin, hij kan daar niet
zomaar naar binnen zonder zijn vriendin. Dat feit was voor de Rechtbank
beslissend dat hij inwoner was van Zwitserland en niet van Nederland.
▪ Voor de Vpb: doorslaggevend criterium is ‘plaats van werkelijke leiding’.
• Oude jurisprudentie van HR: lichaam is gevestigd daar waar formeel bestuur zich
bevindt. In de statuten moet je kijken wie statutair is benoemd tot bestuurder van
lichaam. Daar waar formeel bestuur statutair zich bevindt, is het lichaam gevestigd.
TENZIJ andere formele bestuur de werkelijke leiding uitoefent.
o Aandeelhouder (hoewel het niet zo is dat aandeelhouder in ene land per
definitie leiding geeft aan een vennootschap in andere land), maar er zijn
omstandigheden waarbij niet formele bestuur leiding geeft aan een lichaam,
maar een aandeelhouder.
✓ Nationaliteit bij natuurlijke persoon: in artikel 2 lid 5 AWR kennen wij de uitwerking van
incorporatiebeginsel.
o Lichamen die naar Nederlands recht zijn opgericht in de zin van boek 2 BW (nv/bv) worden fiscaal
bezien altijd geacht inwoner te zijn van Nederland, ook als feitelijke leiding van dat lichaam zich
buiten Nederland bevindt. Dan heb je het probleem van dubbele woonplaats/vestigingsplaats, en
vervolgens heb je verdrag nodig om die dubbele woonplaats/vestigingsplaats te ontdubbelen.
o Het kan in de IB voordoen: goed denkbaar dat iemand op grond van centrum van levensbelangen
door Nederland door artikel 4 AWR dus voor de Ib als inwoner van Nederland wordt beschouwd.
Maar dat iemand voor meer dan 183 dagen in kalenderjaar in het buitenland is, en als dat
buitenland fiscale woonplaats verbindt aan het verblijven daarvan meer dan 183 dagen, dan ben je
naar nationale wetgeving in dat land inwoner, en bij Nederland naar de nationale wetgeving, in
Nederland inwoner, dus dan heb je dubbele woonplaats.
▪ Risico: in beginsel dat je tweemaal voor je wereldinkomen wordt belast.
, ▪ Verdragen hebben een mechanisme om te ontdubbelen. Bevat allerlei toetsen om
uiteindelijk voor toepassen van verdrag en voor voorkomen van dubbele belasting van één
woon- of vestigingsplaats uit te gaan.
Bron
• Hoofdstuk 7 IB
o Inkomen uit werk en woning in NL
o Aanmerkelijk belang
o Box 3
• Hoofdstuk III Vpb.
o Nederlandse onderneming
✓ Als er een verdrag van toepassing is, en er doet zich dubbele woonplaats voor, verdrag begint altijd met
vaststellen van waar iemand woont volgens nationale recht (Nederland én ander verdragsland). Daarom is
het van belang dat je woonplaats vaststelt op grond van artikel 4 AWR. Pas als op basis van nationale recht
woonplaats is vastgesteld in beide landen, en verdrag constateert dat er een woonplaats is in beide landen,
dan zorgt het verdrag voor ontdubbeling.
✓ Bron:
o Nederlandse belastingheffing van niet-inwoners ter zake van inkomsten uit Nederlandse bron.
o Voorop: inkomsten zijn alleen inkomsten uit Nederlands bron en in Nederland belastbaar, als de
wet zegt dat het inkomsten uit Nederlandse bron zijn.
▪ VB: niet-inwoner die Nederlandse staatslening heeft uitgegeven door Nederlandse staat, of
bankrekening aanhoudt bij Nederlandse bank en rente ontvangt. Dit is geen inkomen uit
Nederlands bron, want dat staat nergens in de Wet IB, onvoldoende aanknopingspunt met
Nederland.
▪ Dus voordat je concludeert dat er buitenlandse belastingplicht is, eerst Hoofdstuk 7 IB in de
inkomstenbelasting.
o Hoofdstuk 7 IB: repliceert het boxenstelsel dat we hebben voor binnenlands belastingplichtige (box
1, box 2 en box 3), maar voor buitenlander alleen voor die elementen die voldoende binding hebben
met Nederlandse territoir.
▪ VB: inwoner van Brazilië, die werkt voor Braziliaans bedrijf, en in Nederland werkt. Op grond
van Hoofdstuk 7 Wet IB valt dit onder inkomsten uit werk en woning, verrichten van
werkzaamheden in Nederland.
▪ Geldt zelfde voor box 2: aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap.
• Een buiten Nederland gevestigd lichaam/vennootschap kan een aanmerkelijk
belang hebben in een in Nederland gevestigd vennootschap. Aanmerkelijk belang
doet zich niet slechts voor bij natuurlijke personen.
▪ Box 3: vermogensbestanddelen in Nederland of onroerende zaken.
o Zowel voor Hoofdstuk 7 IB, onder inkomen uit werk en woning in Nederland, valt ook winst uit
Nederlandse onderneming. Dat is gewoon de IB-ondernemer (organisatie van arbeid en kapitaal
etc.), maar het is nu een buitenlandse IB-ondernemer die zijn onderneming mede drijft in
Nederland. Daarvoor is het begrip VI relevant, en ook voor het buitenlandse lichaam.
Vaste inrichting
• Definitie: vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of
gedeeltelijk worden uitgeoefend.
o Eenvoudig maar lastig: we kunnen heel goed omgaan met natuurlijke personen, met bv’s en nv’s en
met andere ficties van het Vpb (buitenlandse equivalenten ervan, corporation etc.). Maar de VI is
Week 1 - Beginselen van en ontwikkelingen in het internationaal belastingrecht – Overzichtscollege
Algemeen
• Nationaalrechtelijk: we hebben een eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belasting voor
situatie waarin niet is voorzien in het verdrag. Maar de relatie tussen eenzijdige regeling en verdragen is
het techniek van voorkoming van dubbele belasting. De verdragen verplicht Nederland wel tot geven
van voorkoming, maar de techniek die daaronder ligt, staat in de eenzijdige regeling.
o Dus je moet de eenzijdige regeling beheersen, voordat je de voorkomingsregels uit verdragen
kunt toepassen. Dus dat is helemaal met elkaar verweven.
Overzichtscollege
• Beginselen
o Universele heffingsbeginselen
▪ Internationaal: wat zijn grosso modo de beginselen die gehanteerd worden bij het
vormgeven van belastingstelsels (woonplaats, bron etc.)?
o Voorkoming van dubbele belasting
▪ Als je naar die beginselen kijkt, en de wetgeving is gebaseerd op die beginselen, zie je dat er
dubbele belasting kan zijn.
▪ Ook het voorkomen van ontgaan van belasting (belastingontduiking en -ontwijking) heeft
ook steeds prominenter plek gekregen in internationaal belastingrecht.
o Voorkoming van het ontgaan van belasting
• De ideale wereld
• De echte wereld
o Veel weerbarstiger dan de wereld die volgens de beginselen is ingericht.
• Belasting in de actualiteit
• Ethiek
o Wat voor ethische aspecten spelen een rol bij belastingontwijking, tax planning en
belastingwetgeving?
Youtube video over Pascal Saint-Amans
• Oude model/economie:
o Taxichauffeurs zijn in dienst van een werkgever. Die werkgever betaalt elke maand loon, daar wordt
op ingehouden, en elke maand is afdracht van loonheffingen aan de Staat. Hele zekere cashflow
voor de staat, en systeem waarbij Staat altijd kan heffen over de salaris. De winst die overblijft na
betaling van alle kosten, afschrijvingen op de taxi’s en salaris, is in Nederland belast met vpb. Al die
belastingverdragen en -stelsels zijn ingericht op dat oude model.
• Fast forward: Uber
o Uber heeft helemaal geen bv en nv in Nederland nodig voor de exploitatie van de platform. Die heeft
helemaal geen fiscale relevante aanwezigheid hier nodig. Taxichauffeurs staan niet in
winstbetrekking tot Uber (in aantal landen uitgevochten voor de rechter of dat civielrechtelijk
dienstbetrekking is en misschien ook fiscaal als dienstbetrekking heeft te gelden). Als we
aannemen dat dat niet zo is, dan krijgen de Uber chauffeurs elke maand betaald door Uber na aftrek
van commissie voor Uber, maar er is geen inhouding van loonheffing. Dus de Staat mist de
maandelijkse cashflow.
o En vraag is ook: hoeveel van de Uber chauffeurs doen netjes aangifte en zorgt ervoor dat voldoende
belasting wordt betaald aan voorlopige aanslag gedurende het jaar?
, o Ook is het in veel landen en zeker in Nederland het geval: belastingheffing van kleine zelfstandige
zijn aanzienlijk gunstiger door allerlei faciliteiten dan belastingheffing van werknemer.
o Conclusie: op allerlei (drie) fronten ligt belastingheffing onder vuur wat zorgt voor enorme
bedreiging voor het functioneren van het stelsel:
▪ Geen winstbelasting meer, want helemaal grondslag als er geen aanwezigheid is
▪ Geen cashflow via inhouding
▪ Minder belasting
Universele heffingsbeginselen
• Woonplaats (soms: nationaliteit)
• Bron
• In Nederland:
o Woonplaats/vestigingsplaats - onbeperkte belastingplicht
o Bron – hoofdstuk 7 IB / hoofdstuk III Vpb
✓ Bijzondere van beide heffingsbeginselen, of je nou naar Nederland of naar meeste andere landen gaat, als
je inwoner bent van een land (en inwoner is ‘term of art’ (in de nationale wetgeving bepaald wanneer je als
inwoner wordt beschouwd), is doorgaans je belastingplicht over je wereldinkomen. Het maakt niet uit of je
geld verdient in het woonland of buiten dat woonland, in het woonland word je voor hele wereldinkomen
belast. In het geval van lichaam, de wereldwinst.
✓ Maar ook van niet-inwoners wordt belasting geheven, niet over de wereldinkomen, maar er moet een
verbinding/connectie zijn met de niet-woonstaat.
o VB: als er een inwoner is van een buitenland die in Nederland in dienstbetrekking tot buitenlandse
werkgever is, maar in Nederland werkt (die in Brazilië woont, maar voor 3 weken naar Nederland
komt voor onderhandeling over koffiebonen met Nederlandse koffiebrander). Die 3 weken, salaris
ervan dat in Brazilië wordt betaald, dat betrekking heeft op de 3 weken dat die in Nederland gewerkt
heeft, is in Nederland belastbaar: inkomen uit Nederlandse bron.
✓ Hierboven waren algemeen aanvaarde universele heffingsbeginselen.
✓ Soms nationaliteit: er zijn landen (VS) die belasting heffen over wereldinkomen van hun staatsburgers.
Zolang je Amerikaanse staatsburger bent, wordt altijd in VS bijgeheven, omdat je eenmaal in VS over je
wereldinkomen belastingplichtig bent.
✓ Samenloop: algemene regels zijn woonplaats of bron, als deze twee samenlopen, dus als je in het ene land
wordt belast op basis van woonplaats en in de andere last op basis van inkomsten uit bron in dat land, dan
is er potentieel sprake van dubbele belasting.
Woonplaats
• Art. 4 AWR
o IB - Centrum levensbelangen
o Vpb. – Werkelijke leiding
• Art. 2, lid 5 Vpb
o Incorporatie
✓ Woonplaats kan een van de aanknopingspunten zijn voor belastingheffing. Het feit dat je woonplaats hebt
in een land dat woonplaatsbeginsel hanteert, maakt je tot inwoner en daarmee tot binnenlands
belastingplichtige.
o Week 2: overeenkomsten/verschillen tussen binnenlandse belastingplichtige op grond van
woonplaats en buitenlandse belastingplichtige op grond van bron van inkomen. Het
onderscheidende criterium tussen de twee is al dan niet hebben van een woonplaats.
✓ Hoe bepaal je woonplaats?
, o Heffingswet IB/Vpb: dit begrip wordt in beginsel niet gedefinieerd.
▪ Definitie vind je in artikel 4 AWR: waar iemand woont en waar de lichaam is gevestigd, wordt
geoordeeld naar omstandigheden.
• Bewuste keuze van wetgever in 1950: we willen aan de rechter overlaten, de invulling
van dat woonplaatsbegrip, welke omstandigheden zijn bepalend voor het hebben
van woonplaats?
▪ Voor de IB ‘woonplaats van natuurlijke personen’: in beginsel kijken naar centrum van
nevensbelangen (waar heb je woning tot je beschikking, waar verricht je je dienstbetrekking,
waar woont je gezin).
• In iets minder mate: de formele dingen, zoals inschrijving in bevolkingsregister, bij
twijfel kijken naar of die duurzame woning heeft, sociale leven (vereniging, kerk,
huisarts, tandarts).
• Illustratief heeft rechtbank Gelderland uitspraak gedaan: iemand die van Nederland
naar Zwitserland is verhuisd. Die stelt dat die inwoner is van Zwitserland, inspecteur
stelt dat die inwoner van Nederland is gebleven.
o Feiten: man heeft woning gekocht in Zwitserland, heeft zich daar laten
inschrijven in de bevolkingsregister, gaat daar naar huisarts, tandarts en
sportschool. Is gescheiden, heeft vriendin in Nederland, die vriendin huurt
een woning, en hij bezoekt haar regelmatig in Nederland.
o Inspecteur: omdat jij je vriendin heel geregeld bezoekt, woon je in
Nederland.
o Man: nee, ik woon in Zwitserland, daar heb ik een woning tot beschikking.
o Rechtbank: heeft haar beslissing helemaal laten afhangen van, waar heeft
de man duurzaam een woning tot zijn beschikking, dat is alleen in
Zwitserland. Want in Nederland, op bezoek bij vriendin, hij kan daar niet
zomaar naar binnen zonder zijn vriendin. Dat feit was voor de Rechtbank
beslissend dat hij inwoner was van Zwitserland en niet van Nederland.
▪ Voor de Vpb: doorslaggevend criterium is ‘plaats van werkelijke leiding’.
• Oude jurisprudentie van HR: lichaam is gevestigd daar waar formeel bestuur zich
bevindt. In de statuten moet je kijken wie statutair is benoemd tot bestuurder van
lichaam. Daar waar formeel bestuur statutair zich bevindt, is het lichaam gevestigd.
TENZIJ andere formele bestuur de werkelijke leiding uitoefent.
o Aandeelhouder (hoewel het niet zo is dat aandeelhouder in ene land per
definitie leiding geeft aan een vennootschap in andere land), maar er zijn
omstandigheden waarbij niet formele bestuur leiding geeft aan een lichaam,
maar een aandeelhouder.
✓ Nationaliteit bij natuurlijke persoon: in artikel 2 lid 5 AWR kennen wij de uitwerking van
incorporatiebeginsel.
o Lichamen die naar Nederlands recht zijn opgericht in de zin van boek 2 BW (nv/bv) worden fiscaal
bezien altijd geacht inwoner te zijn van Nederland, ook als feitelijke leiding van dat lichaam zich
buiten Nederland bevindt. Dan heb je het probleem van dubbele woonplaats/vestigingsplaats, en
vervolgens heb je verdrag nodig om die dubbele woonplaats/vestigingsplaats te ontdubbelen.
o Het kan in de IB voordoen: goed denkbaar dat iemand op grond van centrum van levensbelangen
door Nederland door artikel 4 AWR dus voor de Ib als inwoner van Nederland wordt beschouwd.
Maar dat iemand voor meer dan 183 dagen in kalenderjaar in het buitenland is, en als dat
buitenland fiscale woonplaats verbindt aan het verblijven daarvan meer dan 183 dagen, dan ben je
naar nationale wetgeving in dat land inwoner, en bij Nederland naar de nationale wetgeving, in
Nederland inwoner, dus dan heb je dubbele woonplaats.
▪ Risico: in beginsel dat je tweemaal voor je wereldinkomen wordt belast.
, ▪ Verdragen hebben een mechanisme om te ontdubbelen. Bevat allerlei toetsen om
uiteindelijk voor toepassen van verdrag en voor voorkomen van dubbele belasting van één
woon- of vestigingsplaats uit te gaan.
Bron
• Hoofdstuk 7 IB
o Inkomen uit werk en woning in NL
o Aanmerkelijk belang
o Box 3
• Hoofdstuk III Vpb.
o Nederlandse onderneming
✓ Als er een verdrag van toepassing is, en er doet zich dubbele woonplaats voor, verdrag begint altijd met
vaststellen van waar iemand woont volgens nationale recht (Nederland én ander verdragsland). Daarom is
het van belang dat je woonplaats vaststelt op grond van artikel 4 AWR. Pas als op basis van nationale recht
woonplaats is vastgesteld in beide landen, en verdrag constateert dat er een woonplaats is in beide landen,
dan zorgt het verdrag voor ontdubbeling.
✓ Bron:
o Nederlandse belastingheffing van niet-inwoners ter zake van inkomsten uit Nederlandse bron.
o Voorop: inkomsten zijn alleen inkomsten uit Nederlands bron en in Nederland belastbaar, als de
wet zegt dat het inkomsten uit Nederlandse bron zijn.
▪ VB: niet-inwoner die Nederlandse staatslening heeft uitgegeven door Nederlandse staat, of
bankrekening aanhoudt bij Nederlandse bank en rente ontvangt. Dit is geen inkomen uit
Nederlands bron, want dat staat nergens in de Wet IB, onvoldoende aanknopingspunt met
Nederland.
▪ Dus voordat je concludeert dat er buitenlandse belastingplicht is, eerst Hoofdstuk 7 IB in de
inkomstenbelasting.
o Hoofdstuk 7 IB: repliceert het boxenstelsel dat we hebben voor binnenlands belastingplichtige (box
1, box 2 en box 3), maar voor buitenlander alleen voor die elementen die voldoende binding hebben
met Nederlandse territoir.
▪ VB: inwoner van Brazilië, die werkt voor Braziliaans bedrijf, en in Nederland werkt. Op grond
van Hoofdstuk 7 Wet IB valt dit onder inkomsten uit werk en woning, verrichten van
werkzaamheden in Nederland.
▪ Geldt zelfde voor box 2: aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap.
• Een buiten Nederland gevestigd lichaam/vennootschap kan een aanmerkelijk
belang hebben in een in Nederland gevestigd vennootschap. Aanmerkelijk belang
doet zich niet slechts voor bij natuurlijke personen.
▪ Box 3: vermogensbestanddelen in Nederland of onroerende zaken.
o Zowel voor Hoofdstuk 7 IB, onder inkomen uit werk en woning in Nederland, valt ook winst uit
Nederlandse onderneming. Dat is gewoon de IB-ondernemer (organisatie van arbeid en kapitaal
etc.), maar het is nu een buitenlandse IB-ondernemer die zijn onderneming mede drijft in
Nederland. Daarvoor is het begrip VI relevant, en ook voor het buitenlandse lichaam.
Vaste inrichting
• Definitie: vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of
gedeeltelijk worden uitgeoefend.
o Eenvoudig maar lastig: we kunnen heel goed omgaan met natuurlijke personen, met bv’s en nv’s en
met andere ficties van het Vpb (buitenlandse equivalenten ervan, corporation etc.). Maar de VI is