hoorcolleges & toevoegingen uit R.O.V.
Inhoudsopgave
Encyclopedie der Rechtswetenschap hoorcolleges & toevoegingen uit R.O.V.....1
Week 1: Gustav Radbruch en Hans Kelsen.......................................................2
Wat is recht?................................................................................................................... 2
Wat is vrijheid?............................................................................................................... 4
Filosofen week 1: Radbruch en Kelsen............................................................................4
Radbruch I: normatief rechtspositivist (voor de Tweede Wereldoorlog).......................4
Kelsen.......................................................................................................................... 6
Week 2: Plato en Aristoteles...........................................................................7
Het begin van de westerse filosofie................................................................................8
Wat is kennisleer?........................................................................................................... 9
Presocraten: Rationalisten zoals Parmenides..................................................................9
Presocraten: Sofisten.................................................................................................... 10
SOCRATES.................................................................................................................... 10
PLATO........................................................................................................................... 10
Plato’s staatsleer.......................................................................................................... 12
Aristoteles..................................................................................................................... 13
WERKGROEP AANTEKENINGEN WEEK 2........................................................................15
Het Griekse rationalisme.............................................................................................. 16
Week 3: Stoa, Cicero....................................................................................18
DE STOA:...................................................................................................................... 18
CICERO......................................................................................................................... 19
Thomas van Aquino...................................................................................................... 20
Week 4: Hugo de Groot en Hobbes................................................................24
Terugblik:...................................................................................................................... 24
Het begin van de moderne tijd:....................................................................................25
Hugo de Groot (1583 – 1645).......................................................................................26
De natuur van de mens:............................................................................................ 26
Natuurrecht:.............................................................................................................. 27
Positief recht: relatie tussen natuur en positief recht...............................................27
Recht van opstand (nationaal recht): BELANGRIJK.....................................................28
Recht van oorlog (volkenrecht)..................................................................................28
Thomas Hobbes (1588 – 1679):....................................................................................29
De natuurtoestand en de natuur van de mens:.........................................................29
Het natuurlijke recht en de natuurwetten:.................................................................30
De vorming van een staatsgemeenschap:................................................................31
Conclusies over Hobbes:........................................................................................... 31
, GROTIUS EN HOBBES................................................................................................ 32
WERKGROEP WEEK 4: Hugo de Groot en Thomas Hobbes............................................32
Hugo de Groot.............................................................................................................. 34
Week 5: Spinoza, Locke, Rousseau................................................................39
Week 7:....................................................................................................... 41
Marx:........................................................................................................... 43
Rawls............................................................................................................................ 47
Werkgroep week 7.......................................................................................49
Rawls:........................................................................................................................... 52
Week 1: Gustav Radbruch en Hans Kelsen
De begrippen recht, moraal en vrijheid worden gebruikt om de filosofen
mee te ordenen in R.O.V.
Wat is recht?
- Grofweg hebben we twee benaderingen, rechtspositivisme en
natuurrechtsleer.
Het rechtspositivisme zegt dat iets recht is, als het op een bepaalde
manier tot stand gekomen is, namelijk een manier die door het recht
voorgeschreven staat. Het gaat dan om de ‘juiste’ wijze van
totstandkoming en ook om de handhaving door de bevoegde instanties. In
het woord positivisme ziet gepositiveerd en dat houdt in, gemaakt. Recht
is iets wat is gemaakt als recht door een bevoegde instantie en
gehandhaafd door een bevoegde instantie. Er wordt puur gekeken naar de
procedure of vorm, ze spreken zich niet uit over de inhoud.
Het rechtspositivisme kan onderverdeeld worden in twee vormen:
Het normatief rechtspositivisme: stelt dat recht altijd moet worden
gehoorzaamd.
Volgens een beschrijvend rechtspositivist (die het recht analyseert) is
gehoorzamen een moreel vraagstuk, waar zij zich niet over buigen. Zij
scheiden recht en moraal sterk uit elkaar.
BELANGRIJK: Het verschil tussen de twee is de gehoorzaamheidsplicht.
,Natuurrechtsleer: er is zoiets als natuurrecht. Dat is recht wat hoort bij
de natuur van de mens, ofwel de aard/wezen van de mens. ‘Wezens zijn
gelijk, vrij en redelijk’. Recht moet echter wel rechtvaardig zijn, om recht
te heten. Bij het natuurrecht wordt ook gekeken naar de wijze van
totstandkoming.
BELANGRIJK: rechtspositivisme kijkt enkel naar de procedure en of het
recht op de juiste wijze tot stand komt en natuurrechtsleer kijkt
daarnaast ook naar de inhoud.
Dit onderscheid maakt uit voor het bekritiseren van het recht, wat noem je
nou recht? Een hele strenge natuurrechtsleer aanhanger zegt iets heel
anders dan een rechtspositivist. Als rechtspositivist kan je alsnog van
mening zijn van dat iets zeer immoreel recht is. Volgens natuurrechtsleer
aanhanger mag recht niet zeer immoreel zijn en is er dan ook geen sprake
van recht. Je kan dus stellen dat natuurrechtsleer achter de
gehoorzaamheidsplicht staat, want als iets recht is, dan is het ook goed
recht.
Wat is moraal?
Moraal is een geheel van opvattingen, normen of standaarden die een
groep mensen als richtlijn gebruiken voor het leiden van een goed leven.
Hiermee wordt bedoeld ‘goed’ in de zin van ‘goed versus kwaad’. Afwijken
van de moraal is dus ook heel slecht.
Rechtsmoraal is een technische term, dat is de moraal die in het
rechtssysteem verstopt zit. Nederland is een democratische rechtsstaat, in
het Nederlandse rechtssysteem zit een liberale moraal verstopt (art. 1
GW). Een rechtsmoraal zit dus in het recht verankerd
Er zijn twee vormen rechtsmoralen:
Een smalle rechtsmoraal is vooral gericht op vrijheid geven aan
iedereen en enkel; regels op te stellen voor het vreedzaam samenleven,
niet meer dan dat. Het doel van een smal rechtsmoraal is maatschappelijk
vrede. Hun geloofsovertuigingen mogen ze dan zelf dus bepalen. Je zou dit
kunnen vergelijken met het liberalisme.
Het tegendeel is een breed rechtsmoraal, die heeft betrekking op je
gehele leven. Er zitten regels en standaarden in voor elk aspect van jouw
leven. Een handig voorbeeld is een geloofsmoraal, die iets over jouw
gedachten kan zeggen.
, Je kunt dus in een specifieke samenleving kijken naar het niveau van het
recht en dan kan je een smalle of brede rechtsmoraal is. Als een staat een
smal rechtsmoraal heeft, kunnen daar mensen in wonen die er als groep
verschillende brede moralen aan overhouden.
Wat is vrijheid?
De afwezigheid van belemmeringen. Als ik geen belemmeringen heb, dan
ben ik vrij. Volgens filosofen kan je daar wel onderscheid in brengen.
Geestelijke belemmeringen of belemmeringen buiten jezelf, vormen dat
onderscheid. Wezensvrijheid is de afwezigheid van geestelijke
belemmeringen, die zorgen ervoor dat we niet echt ons menselijk aard
kunnen ontplooien door belemmeringen zoals drugsverslavingen of
angsten/dwang stoornissen. Filosofen zeggen dat angsten en verslavingen
te maken hebben met allerlei emoties, passies en begeerten en dus niet
met redelijkheid. Als je als mens echt redelijk en vrij wilt zijn, moet je je
bevrijden van die geestelijke belemmeringen.
Belemmeringen die je om je heen kunt ervaren, kunnen je hinderen.
Andere mensen zijn dan obstakels voor ons of overheidsorganen die je
vrijheid beperken. Dat is negatieve vrijheid, die hindernissen moeten
weg. Positieve vrijheid omvat gebreken, er is iets afwezig wat er wel zou
moeten zijn. Die voorzieningen moeten komen en dan pas kan je vrij zijn
(als je bijvoorbeeld arm bent en geld nodig hebt, zoals sociale
voorzieningen, dan spreken we van een gebrek aan positieve vrijheid. Als
je het hebt over socialisme, kijk je dus naar positieve vrijheid.
Filosofische theorieën worden o.a. geordend met de vrijheidsbegrippen.
Overige begrippen uit R.O.V.:
Paternalisme: Een individu wordt in zijn eigen belang tot een bepaald
gedrag gedwongen.
Perfectionistisch: De mensen worden voorgeschreven zich volledig te
richten op een ideaal van volmaaktheid -> perfectie.
Moralisme: Hier wordt een bepaalde levenswijze afgedwongen, omdat de
overheid dat moreel goed acht.
Filosofen week 1: Radbruch en Kelsen
Radbruch I: normatief rechtspositivist (voor de Tweede
Wereldoorlog)
Radbruch I gelooft dat er zijn drie centrale waarden van het recht zijn, die
het recht het best uitleggen Rechtvaardigheid, doelgerichtheid en
rechtszekerheid. Dit was Radbruch’s rechtstheorie.
Volgens Radbruch betekend rechtvaardigheid, gelijkheid. Het houd in dat
gelijke gevallen, gelijk behandeld moeten worden. Hierin volgt hij