Post CG/Landeck
Feiten
De zaak gaat over betaalverzoekfraude. Het gerechtshof heeft de
verdachte veroordeeld voor internetoplichting in meerdere vormen. Met
gebruikmaking van valse Tikkie-links en phishingwebsites heeft de
verdachte inloggegevens bemachtigd van diverse nietsvermoedende
slachtoffers, die waren benaderd via Marktplaats. Vervolgens zijn daarmee
bedragen van de rekeningen van de slachtoffers gehaald. Het hof legde
een gevangenisstraf op van 14 maanden. Het OM en de verdachte gingen
in cassatie.
Oordeel Hoge Raad over onderzoek aan elektronische
gegevensdragers
In cassatie ging het (onder meer) om het oordeel van het hof over de
rechtmatigheid van het onderzoek aan de inbeslaggenomen elektronische
gegevensdragers (zoals smartphones, laptops en dergelijke). De vraag was
of na die inbeslagname door de rechter-commissaris nog extra
toestemming nodig is om aan en in die voorwerpen onderzoek te mogen
doen. De Hoge Raad stelt naar aanleiding van de uitspraak van het
Europese Hof van Justitie in de zaak CG/Landeck zijn eerdere rechtspraak
(enigszins) bij.
Het oordeel van de Hoge Raad houdt kort gezegd het volgende in.
Politiemensen mogen op basis van hun eigen bevoegdheden zonder
nadere toestemming onderzoek doen aan inbeslaggenomen voorwerpen –
waaronder elektronische gegevensdragers – als dat niet meer dan een
beperkte inbreuk op de privacy van de gebruiker van dat voorwerp
oplevert. De wet vereist in zo’n geval geen voorafgaande rechterlijke
toetsing of tussenkomst van de officier van justitie. Een onderzoek om
alleen de identiteit van de gebruiker vast te stellen is zo’n beperkte
inbreuk. Een ander voorbeeld is een opsporingsambtenaar die een bij een
verdachte aangetroffen smartphone of computer bekijkt en daarbij enkele
beperkte waarnemingen doet over het feitelijk gebruik daarvan op dat
moment of direct voorafgaand aan de inbeslagname, bijvoorbeeld door na
te gaan welke contacten de gebruiker van een telefoon kort tevoren heeft
gelegd.
Van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is echter geen
sprake als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan de
gegevensdrager inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens
maar ook in gegevens zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van
via die smartphone uitgewisselde communicatie en gevoelige gegevens
(persoonsgegevens waaruit ras, etnische afkomst, politieke opvattingen en
religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken). Als politie en
justitie zulk onderzoek willen doen, is daarvoor – behalve in spoedeisende
gevallen – een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist.
Die toetsing kan leiden tot een door de rechter-commissaris (op vordering
van de officier van justitie) verstrekte machtiging tot het verrichten van
dat onderzoek. Ook kan de rechter-commissaris beslissen dat dit
, onderzoek onder zijn eigen verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd. Daarbij
kan de rechter-commissaris opsporingsambtenaren het bevel geven om dit
onderzoek te verrichten.
Bij het aan elektronische gegevensdragers te verrichten onderzoek mag
geen grotere inbreuk worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van
de gebruiker dan noodzakelijk. Aan het voldoen aan die waarborg kan
bijdragen dat de rechter-commissaris in zijn machtiging of bevel vastlegt
wat het doel van dit onderzoek is, en verder dat daarbij wordt
voorgeschreven dat dit onderzoek – voor zover mogelijk –
geautomatiseerd wordt gedaan met behulp van een technisch hulpmiddel.
Ook kan daaraan bijdragen dat uit een schriftelijk verslag van de uitkomst
van het onderzoek ook kan blijken hoe het onderzoek was ingericht en wat
de omvang daarvan was.
Juridisch kader:
- Inbeslagnemingsbevoegdheid impliceert ook een
onderzoeksbevoegdheid, artt. 94/95/96/141/148 Sv bieden een
toereikende grondslag (4.2)
- Wie is bevoegde autoriteit voor uitvoeren onderzoeksbevoegdheid?
Samenvatting onderzoeksbevoegdheid:
1. Beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer
- Opsporingsambtenaren ogv 94/95/96 + 141/148 Sv bevoegd (ro 4.2
+ 5.2.2)
- Sprake van dergelijke inbreuk indien:
Enkel identificeren gebruiker
Enkele beperkte waarnemingen over het feitelijk gebruik van
elektronische gegevensdrager aangetroffen bij verdachte (bv
nagaan welke contacten gebruiker kort tevoren heeft gelegd of
bijvoorbeeld kijken of iemand die een auto-ongeluk heeft
veroorzaakt op dat moment gebeld heeft, ro 5.2.2)
Gaat om hele beperkte waarnemingen!
2. Meer dan beperkte inbreuk persoonlijke levenssfeer
- Voorafgaande toetsing RC vereist
Op voorhand te voorzien dat door onderzoek aan smartphone
inzicht verkregen wordt in verkeers- en locatiegegevens of
andersoortige gegevens zoals foto’s, browsergeschiedenis etc.
(5.2.4)
In machtiging moet voldoende concreet worden welk onderzoek
verricht wordt en hoe (5.2.5)
In geval dringende noodzaak mag telefonisch toestemming
worden gevraagd, maar dit moet vervolgens wel binnen 3 dagen
op schrift worden gesteld.
Beoordeling of inbreuk door onderzoek gerechtvaardigd is mede
gelet op de ernst van de verdenking, ernst van het verwijt en
belang van het onderzoek ro 5.2.4