Week 1
Welke drie functies heeft het bestuursrecht? Licht toe wat deze
functies inhouden.
Instrumentele functie = instrument om beleid overheid te kunnen
uitvoeren. Bijvoorbeeld wat er in het regeerakkoord staat, gaat over de
wil.
Legitimerende functie = overheid mag niks tenzij wet bevoegdheid
geeft. Als je de doelen wil bereiken heb je de bevoegdheid nodig. Hier
zou je het in de vreemdelingenwet vinden.
Waarborgfunctie = bestuur zorgt er tegelijkertijd voor dat burger
beschermd wordt door optreden overheid. Overheid kan dingen willen
waar bevoegdheden voor zijn maar ze moeten wel de rechten van
burgers in acht nemen (algemene beginselen van behoorlijk bestuur)
Laat zien hoe in artikel 4:8 Awb en art. 4:12 van de Awb de drie
functies van het bestuursrecht tot uitdrukking komen en dat tussen
die functies een zekere spanning bestaat.
Art.4:8 Awb: gaat over hoorplicht, belanghebbende moet gehoord worden.
1. Instrumentele functie: als je een burger hoort krijg je betere besluiten.
2. Legitimerende functie: artikel geeft de bevoegdheid + plicht om te
horen.
3. Waarborgfunctie: het bestuursorgaan moet binnen zijn bevoegdheden
blijven, zodat het horen van belanghebbenden wordt
gewaarborgd. Burger moet in beginsel gehoord worden.
Art.4:12 Awb: hoorplicht achterwege laten bij financiële beschikkingen
1. Instrumentele functie: als de overheid iedereen zou moeten horen
geeft dat een gigantische werklast, efficiënt dat ze dit niet hoeven te
doen.
2. Legitimerende functie: bevoegdheid om niet te hoeven horen.
3. Waarborgfunctie: het bestuursorgaan moet binnen zijn bevoegdheden
blijven, zodat het in beginsel niet mogelijk is om belanghebbenden te
horen bij financiële beschikkingen. Uitzonderingen op de
uitzonderingen in lid 2.
Art. 4:12 awb extra uitzondering opnemen wanneer je toch moet horen ->
beschikking die niet voor de geadresseerde voorzien was en waarvan je kan
vermoeden dat het direct aanmerkelijke gevolgen heeft voor
bestedingsruimte.
1
,Optimaliseringsgebod: er moet een oplossing worden gezocht die aan alle
drie de functies zoveel mogelijk recht doet. Niet alle functies kunnen tegelijk
volledig worden verwezenlijkt. Hier is de politieke dimensie van het
bestuursrecht zichtbaar: de spanning tussen functies vraagt om (politieke en
ethische) keuzes.
De wijziging art. 4:12 lid 2 Awb
Art. 4:12 lid 2 Awb biedt een uitzondering op art.4:12 lid 1 Awb, die weer een
uitzondering bood op de artikelen 4:7 en 4:8 Awb. Dit klinkt erg ingewikkeld,
maar eigenlijk staat hier dus dat art.4:12 lid 2 Awb er alsnog voor zorgt dat
art.4:7 en art.4:8 Awb gelden. Zo mag er dus alsnog gehoord worden bij
financiële beschikkingen.
Art. 4:12 Awb wordt aan de wijziging onderworpen, omdat horen bij iedere
financiële beschikking lastig uit te voeren is, omdat het vaak gaat om
bulkbeslissingen. Daarom wordt het tweede lid van het artikel gewijzigd,
zodat bepaalde financiële beslissingen niet meer onder de uitzondering
vallen.
De wijziging van art. 4:12 Awb past binnen het optimaliseringsverbod, omdat
er is gesleuteld aan de waarborgfunctie. Dit komt de waarborgfunctie
daarom dus ook ten goede. Zo is het zo dat dat er meer recht toekomt aan
de waarborgfunctie bij het recht om gehoord te worden. Er wordt dus een
andere balans tussen de instrumentele functie en de waarborgfunctie
gekozen, ten koste van de instrumentele functie.
Is (het bestuur van) de X aan te merken als een bestuursorgaan?
Art.1:1 lid 1 Awb -> er zijn twee typen bestuursorganen:
Sub a: onder een bestuursorgaan wordt verstaan een orgaan van een
rechtspersoon (2:3 BW) die krachtens publiekrecht is ingesteld. Dit
gaat om een A-orgaan.
Sub b: onder een bestuursorgaan wordt verstaan een ander persoon of
college, met enig openbaar gezag bekleed. Dit gaat om een B-orgaan.
Stap 1: Gaat het om een A-orgaan?
- Organen van openbare lichamen, bijv. ministers, regering, College van B en
W, burgemeester, etc.
- Organen van ‘rechtspersonen sui generis’, bijvoorbeeld het bestuur van de
Dienst Wegverkeer (art. 4a Wegenverkeerswet: Er is een Dienst Wegverkeer,
2
, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als RDW. De dienst bezit
rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Zoetermeer.
Nee? Door naar stap 2: is het een B-orgaan?
Kenmerken:
• Privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen
• Openbaar gezag: de bevoegdheid publiekrechtelijke rechtshandelingen
te verrichten
Er zijn twee manieren van verkrijging van openbaar gezag:
a. Krachtens wettelijk voorschrift (met basis in wet), bijv.
• AFM en DNB
• APK-keuringsstation
• Hoofd van de school (Leerplichtwet)
b. Buitenwettelijk: ABRvS 30-11-1995, ECLI:NL:RVS:1995:ZF1850 (Stichting
Silicose)
1. Het gaat om uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten;
2. De overheid bepaalt de criteria volgens welke de op geld waardeerbare
rechten worden verdeeld in beslissende mate (het ‘inhoudelijke
vereiste’)
3. De overheid verschaft het geld waarmee de rechtspersoon de op geld
waardeerbare rechten in overwegende mate, in beginsel voor ten
minste twee derden (het ‘financieel vereiste’)
A-organen moeten zich in beginsel altijd aan bestuursrechtelijke normen
houden
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zie o.a. Hoofdstuk 3 Awb)
- Ook bij privaatrechtelijke handelen (art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:14 BW)
B-organen hoeven zich slechts aan bestuursrechtelijke normen te houden
voor zover zij handelen als bestuursorgaan
Vindt u het wenselijk dat X niet als bestuursorgaan wordt
aangemerkt?
Kan wetgever in wet schrijven dat iets geen bestuursorgaan is? Ja dit kan. Je
kan in bijzonder wet afwijken van Awb = lex specialis regel. Je kan alleen in
een andere wet in formele zin afwijken van de AWB (gemaakt door regering
en Staten-Generaal). De oprichtingswet is zo’n wet dus het is mogelijk hierin
te zetten dat de X geen bestuursorgaan is, zelfs al wordt aan de vereisten
van Stichting Silicose voldaan.
3
Welke drie functies heeft het bestuursrecht? Licht toe wat deze
functies inhouden.
Instrumentele functie = instrument om beleid overheid te kunnen
uitvoeren. Bijvoorbeeld wat er in het regeerakkoord staat, gaat over de
wil.
Legitimerende functie = overheid mag niks tenzij wet bevoegdheid
geeft. Als je de doelen wil bereiken heb je de bevoegdheid nodig. Hier
zou je het in de vreemdelingenwet vinden.
Waarborgfunctie = bestuur zorgt er tegelijkertijd voor dat burger
beschermd wordt door optreden overheid. Overheid kan dingen willen
waar bevoegdheden voor zijn maar ze moeten wel de rechten van
burgers in acht nemen (algemene beginselen van behoorlijk bestuur)
Laat zien hoe in artikel 4:8 Awb en art. 4:12 van de Awb de drie
functies van het bestuursrecht tot uitdrukking komen en dat tussen
die functies een zekere spanning bestaat.
Art.4:8 Awb: gaat over hoorplicht, belanghebbende moet gehoord worden.
1. Instrumentele functie: als je een burger hoort krijg je betere besluiten.
2. Legitimerende functie: artikel geeft de bevoegdheid + plicht om te
horen.
3. Waarborgfunctie: het bestuursorgaan moet binnen zijn bevoegdheden
blijven, zodat het horen van belanghebbenden wordt
gewaarborgd. Burger moet in beginsel gehoord worden.
Art.4:12 Awb: hoorplicht achterwege laten bij financiële beschikkingen
1. Instrumentele functie: als de overheid iedereen zou moeten horen
geeft dat een gigantische werklast, efficiënt dat ze dit niet hoeven te
doen.
2. Legitimerende functie: bevoegdheid om niet te hoeven horen.
3. Waarborgfunctie: het bestuursorgaan moet binnen zijn bevoegdheden
blijven, zodat het in beginsel niet mogelijk is om belanghebbenden te
horen bij financiële beschikkingen. Uitzonderingen op de
uitzonderingen in lid 2.
Art. 4:12 awb extra uitzondering opnemen wanneer je toch moet horen ->
beschikking die niet voor de geadresseerde voorzien was en waarvan je kan
vermoeden dat het direct aanmerkelijke gevolgen heeft voor
bestedingsruimte.
1
,Optimaliseringsgebod: er moet een oplossing worden gezocht die aan alle
drie de functies zoveel mogelijk recht doet. Niet alle functies kunnen tegelijk
volledig worden verwezenlijkt. Hier is de politieke dimensie van het
bestuursrecht zichtbaar: de spanning tussen functies vraagt om (politieke en
ethische) keuzes.
De wijziging art. 4:12 lid 2 Awb
Art. 4:12 lid 2 Awb biedt een uitzondering op art.4:12 lid 1 Awb, die weer een
uitzondering bood op de artikelen 4:7 en 4:8 Awb. Dit klinkt erg ingewikkeld,
maar eigenlijk staat hier dus dat art.4:12 lid 2 Awb er alsnog voor zorgt dat
art.4:7 en art.4:8 Awb gelden. Zo mag er dus alsnog gehoord worden bij
financiële beschikkingen.
Art. 4:12 Awb wordt aan de wijziging onderworpen, omdat horen bij iedere
financiële beschikking lastig uit te voeren is, omdat het vaak gaat om
bulkbeslissingen. Daarom wordt het tweede lid van het artikel gewijzigd,
zodat bepaalde financiële beslissingen niet meer onder de uitzondering
vallen.
De wijziging van art. 4:12 Awb past binnen het optimaliseringsverbod, omdat
er is gesleuteld aan de waarborgfunctie. Dit komt de waarborgfunctie
daarom dus ook ten goede. Zo is het zo dat dat er meer recht toekomt aan
de waarborgfunctie bij het recht om gehoord te worden. Er wordt dus een
andere balans tussen de instrumentele functie en de waarborgfunctie
gekozen, ten koste van de instrumentele functie.
Is (het bestuur van) de X aan te merken als een bestuursorgaan?
Art.1:1 lid 1 Awb -> er zijn twee typen bestuursorganen:
Sub a: onder een bestuursorgaan wordt verstaan een orgaan van een
rechtspersoon (2:3 BW) die krachtens publiekrecht is ingesteld. Dit
gaat om een A-orgaan.
Sub b: onder een bestuursorgaan wordt verstaan een ander persoon of
college, met enig openbaar gezag bekleed. Dit gaat om een B-orgaan.
Stap 1: Gaat het om een A-orgaan?
- Organen van openbare lichamen, bijv. ministers, regering, College van B en
W, burgemeester, etc.
- Organen van ‘rechtspersonen sui generis’, bijvoorbeeld het bestuur van de
Dienst Wegverkeer (art. 4a Wegenverkeerswet: Er is een Dienst Wegverkeer,
2
, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als RDW. De dienst bezit
rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Zoetermeer.
Nee? Door naar stap 2: is het een B-orgaan?
Kenmerken:
• Privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen
• Openbaar gezag: de bevoegdheid publiekrechtelijke rechtshandelingen
te verrichten
Er zijn twee manieren van verkrijging van openbaar gezag:
a. Krachtens wettelijk voorschrift (met basis in wet), bijv.
• AFM en DNB
• APK-keuringsstation
• Hoofd van de school (Leerplichtwet)
b. Buitenwettelijk: ABRvS 30-11-1995, ECLI:NL:RVS:1995:ZF1850 (Stichting
Silicose)
1. Het gaat om uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten;
2. De overheid bepaalt de criteria volgens welke de op geld waardeerbare
rechten worden verdeeld in beslissende mate (het ‘inhoudelijke
vereiste’)
3. De overheid verschaft het geld waarmee de rechtspersoon de op geld
waardeerbare rechten in overwegende mate, in beginsel voor ten
minste twee derden (het ‘financieel vereiste’)
A-organen moeten zich in beginsel altijd aan bestuursrechtelijke normen
houden
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zie o.a. Hoofdstuk 3 Awb)
- Ook bij privaatrechtelijke handelen (art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:14 BW)
B-organen hoeven zich slechts aan bestuursrechtelijke normen te houden
voor zover zij handelen als bestuursorgaan
Vindt u het wenselijk dat X niet als bestuursorgaan wordt
aangemerkt?
Kan wetgever in wet schrijven dat iets geen bestuursorgaan is? Ja dit kan. Je
kan in bijzonder wet afwijken van Awb = lex specialis regel. Je kan alleen in
een andere wet in formele zin afwijken van de AWB (gemaakt door regering
en Staten-Generaal). De oprichtingswet is zo’n wet dus het is mogelijk hierin
te zetten dat de X geen bestuursorgaan is, zelfs al wordt aan de vereisten
van Stichting Silicose voldaan.
3