1. Je weet hoe de motorische ontwikkeling van het kind, met betrekking
tot het schrijven, verloopt.
Onder motoriek verstaan we het vermogen om willekeurig (onder invloed van wil)
te bewegen.
We maken onderscheid in proximale en distale motoriek.
Proximale motoriek= De controle over de spieren dicht bij het centrum van het
lichaam. Het centrale zenuwstelsel ontwikkeld zich en daardoor groeit ook de
mogelijkheid om bewegingen te controleren.
Distale motoriek= De controle van de spieren ver weg van het centrum
(spieren in de polsen). Dat maakt het voor een kind bij het reiken en grijpen
mogelijk om voorwerpen te pakken en ermee te manipuleren.
Het ervaren van dichtbij, ver weg, onder, tussen en naast, leidt tot begrip en dat
is nodig bij het schrijven.
Schrijven is een samengestelde handeling. Naast de motoriek zijn daar meerdere
zintuigen en kennis (cognitie) bij betrokken. Het gaat om in balans zitten
(evenwicht), en de pen vasthouden (tast), mikken op de regels (gezicht),
nadenken over de inhoud (cognitie), nadenken over taal en spelling (cognitie), de
letters kennen (visueel geheugen), tegelijkertijd lezen of luisteren (gezicht of
gehoor), de pen sturen (spiergevoel, motoriek, oriëntatie in de ruimte) en temp
maken.
Voor het schrijven is van belang dat de kinderen vloeiend bewegingen en
richtingsveranderingen en krachtveranderingen leren maken.
Voor het begint met leren schrijven heeft het kind zich op een aantal onderdelen
al ontwikkeld.
- De distale motoriek
Met de vingers kleine bewegingen maken. Richting bepalen, kracht
doseren en op tijd starten en stoppen. Ze oefenen dit voortdurend tijdens
spel.
- De voorkeurshand
Duidelijk weten wat je voorkeurshand is.
- De proximale motoriek en het evenwicht
Het lichaamsplan, goed in balans zitten en de beweging van de arm.
- De visuele discriminatie en het visueel geheugen
Het kind moet leren de kleine verschillen van letters bij het lezen te zien
en bij het schrijven te maken. De lettervormen moeten worden
onderscheiden en het moet onthouden worden.
- De ruimtelijke oriëntatie
Bij schrijven is kennis van begrippen nodig. We maken onderscheid tussen
statisch ruimtelijke begrippen die verwijzen naar vorm (recht, gebogen,
schuin) en de dynamisch ruimtelijke begrippen die verwijzen naar
, beweging (omlaag, linksom, opzij). Ontwikkelingsmaterialen als puzzels,
labyrinten, knikkerbanen en kralenspiralen helpen hierbij.
Oriëntatie op vorm: waar moet je beginnen
Oriëntatie op tijd: wat schrijf je eerst.
Oriënteren op schuin liggend papier: dit valt onder ruimtelijke oriëntatie
maar komt pas later aan de orde.
- De oog-hand coördinatie
De ogen controleren wat de handen doen en sturen die acties bij. De
samenwerking tussen de ogen en de schrijfhand zorgt voor goede
plaatsing van de letters op de liniatuur op het papierr en voor de goede
lettervormen.
Enkelvoudig en samengesteld
Leerlingen gaan op in 1 beweging
Meerdere bewegingen tegelijk
Schrijven is een complexe taak
Ontwikkelingen voor het schrijven
De distale motoriek
De voorkeurshand
De proximale motoriek en het evenwicht
De visuele discriminatie en het visueel geheugen
De ruimtelijke oriëntatie
De oog-handcoördinatie
Schrijfvoorwaarden toets
"schrijfvoorwaarden toets" / "schrijfrijpheidstoets"
Is het kind toe aan schrijven?
Ruimtelijke oriëntatie en begrippen
Traject of route van de letter
Zoneherkenning en voorwaardelijke grafische vaardigheden
Ontwikkelen van de handfunctie
tot het schrijven, verloopt.
Onder motoriek verstaan we het vermogen om willekeurig (onder invloed van wil)
te bewegen.
We maken onderscheid in proximale en distale motoriek.
Proximale motoriek= De controle over de spieren dicht bij het centrum van het
lichaam. Het centrale zenuwstelsel ontwikkeld zich en daardoor groeit ook de
mogelijkheid om bewegingen te controleren.
Distale motoriek= De controle van de spieren ver weg van het centrum
(spieren in de polsen). Dat maakt het voor een kind bij het reiken en grijpen
mogelijk om voorwerpen te pakken en ermee te manipuleren.
Het ervaren van dichtbij, ver weg, onder, tussen en naast, leidt tot begrip en dat
is nodig bij het schrijven.
Schrijven is een samengestelde handeling. Naast de motoriek zijn daar meerdere
zintuigen en kennis (cognitie) bij betrokken. Het gaat om in balans zitten
(evenwicht), en de pen vasthouden (tast), mikken op de regels (gezicht),
nadenken over de inhoud (cognitie), nadenken over taal en spelling (cognitie), de
letters kennen (visueel geheugen), tegelijkertijd lezen of luisteren (gezicht of
gehoor), de pen sturen (spiergevoel, motoriek, oriëntatie in de ruimte) en temp
maken.
Voor het schrijven is van belang dat de kinderen vloeiend bewegingen en
richtingsveranderingen en krachtveranderingen leren maken.
Voor het begint met leren schrijven heeft het kind zich op een aantal onderdelen
al ontwikkeld.
- De distale motoriek
Met de vingers kleine bewegingen maken. Richting bepalen, kracht
doseren en op tijd starten en stoppen. Ze oefenen dit voortdurend tijdens
spel.
- De voorkeurshand
Duidelijk weten wat je voorkeurshand is.
- De proximale motoriek en het evenwicht
Het lichaamsplan, goed in balans zitten en de beweging van de arm.
- De visuele discriminatie en het visueel geheugen
Het kind moet leren de kleine verschillen van letters bij het lezen te zien
en bij het schrijven te maken. De lettervormen moeten worden
onderscheiden en het moet onthouden worden.
- De ruimtelijke oriëntatie
Bij schrijven is kennis van begrippen nodig. We maken onderscheid tussen
statisch ruimtelijke begrippen die verwijzen naar vorm (recht, gebogen,
schuin) en de dynamisch ruimtelijke begrippen die verwijzen naar
, beweging (omlaag, linksom, opzij). Ontwikkelingsmaterialen als puzzels,
labyrinten, knikkerbanen en kralenspiralen helpen hierbij.
Oriëntatie op vorm: waar moet je beginnen
Oriëntatie op tijd: wat schrijf je eerst.
Oriënteren op schuin liggend papier: dit valt onder ruimtelijke oriëntatie
maar komt pas later aan de orde.
- De oog-hand coördinatie
De ogen controleren wat de handen doen en sturen die acties bij. De
samenwerking tussen de ogen en de schrijfhand zorgt voor goede
plaatsing van de letters op de liniatuur op het papierr en voor de goede
lettervormen.
Enkelvoudig en samengesteld
Leerlingen gaan op in 1 beweging
Meerdere bewegingen tegelijk
Schrijven is een complexe taak
Ontwikkelingen voor het schrijven
De distale motoriek
De voorkeurshand
De proximale motoriek en het evenwicht
De visuele discriminatie en het visueel geheugen
De ruimtelijke oriëntatie
De oog-handcoördinatie
Schrijfvoorwaarden toets
"schrijfvoorwaarden toets" / "schrijfrijpheidstoets"
Is het kind toe aan schrijven?
Ruimtelijke oriëntatie en begrippen
Traject of route van de letter
Zoneherkenning en voorwaardelijke grafische vaardigheden
Ontwikkelen van de handfunctie