1.1 Brits kolonialisme in Amerika 1685-1833
Eind 16e eeuw: Engelsen verkennen Noord-Amerika. Ze zijn opzoek naar:
- Eventuele kolonie à 1585: Roanoke wordt eerste kolonie
- Mogelijke uitvalbasis in strijd met Spanje (de Britten zijn in oorlog met Spanje, zijn
de machtigste landen)
Voor de Engelsen groeide de kolonisatie in Noord-Amerika. Er zijn daar verschillende
redenen voor:
1. De Engelsen vluchten de overbevolking in Engeland voor goedkope
landbouwgrond in Noord-Amerika. Ook kunnen de Engelsen handel voeren met
de inheemse bevolking in Noord-Amerika.
2. Religieuze minderheden (zoals calvinisten, lutheranen, katholieken) ontvluchten
Engeland vanwege de Anglicaanse kerk. De katholieken vonden de Anglicaanse
kerk te protestants; calvinisten en lutheranen vonden de Anglicaanse kerk te
weinig streng in hun opvattingen.
3. Werkgelegenheid in de nijverheid
1620: Nieuwe kolonie New-England à door calvinistische puriteinen. Het doel is een
nieuwe samenleving volgens het strenge calvinisme.
Ze worden de Pilgrim Fathers genoemd, met als betekenis de voorvaders van de
Verenigde Staten.
De kolonisten zijn afhankelijk van de inheemse bevolking voor voedsel, hierdoor
ontstaan oorlogen en kolonisten nemen de grond in aangezien die sterker bewapend
zijn. De inheemse bevolking wordt gedecimeerd door bloedige oorlogen en
geïmporteerde ziektes waar de bevolking niet bestendig waren.
Er zijn 3 soorten koloniën:
1. Het noorden van Noord-Amerika: Vestigingskoloniën
2. Het zuiden van Noord-Amerika: Plantagekoloniën
3. Barbados en Jamaica zijn voor suiker en tabak
De bevolking op de vestigingskoloniën zijn vooral (rijke) Europeanen en afstammelingen.
Deze koloniën waren gericht op landbouw, handel en nijverheid.
De bevolking op de plantagekoloniën zijn vooral slaven. Deze koloniën waren gericht op
producten voor de export. De situatie voor de slaven waren onmenselijk.