Geschiedenis tijdvak 6 Tijd van Regenten en Vorsten 1600-1700
6.1 een wereldeconomie
In 1594 kwamen negen kooplieden bij elkaar in Amsterdam voor een reis naar Indië.
Handelaren waren belangrijk geworden door de handel in luxeproducten. Zo ontstond
het kapitalisme: geld investeren in een onderneming.
Een zeereis naar Indië (Oost-Azië), was gevaarlijk niemand kende de route, nieuwe
ziektes waar niet voor beschermd waren en concurrenten. Veel kooplieden begonnen
een handelsonderneming om peper en fijne specerijen te halen.
Op initiatief van de Staten-Generaal werd daarom in 1602 de Verenigde Oost-Indische
Compagnie (VOC) opgericht. De VOC kreeg monopolie op de handel en nog meer
priveleges:
- Verdragen sluiten met vorsten
- Vestigingen bouwen
- Oorlog voeren
Het eigen vermogen van de VOC was verdeeld in aandelen, die elke Nederlander kon
kopen (dit is dus een voorbeeld van handelskapitalisme)
De VOC werd geleid door verschillende bestuurders en in de overzeese vestigingen een
gouverneur-generaal die de hoogste baas was.
In 1619 stichtte de VOC op Java het hoofdkwartier Batavia, en dwong de Molukse
bevolking om fijne specerijen alleen aan de VOC te geven.
De VOC was een echte multinational. Ze waren handelspartners met China, India en
Japan. De VOC wilde geen grote gebieden beheersen, want dat gaat ten koste van de
winst.
De handelsrelaties die Nederlanders en andere Europeanen over de hele wereld
aanknoopten was het begin van een wereldeconomie.
De handel op en rondom de Atlantische oceaan kwam ook meer opgang daarom: De
West- Indische Compagnie opgericht in 1621. Ze hadden factorijen aan kusten van
West-Afrika en Amerika.
6.1 een wereldeconomie
In 1594 kwamen negen kooplieden bij elkaar in Amsterdam voor een reis naar Indië.
Handelaren waren belangrijk geworden door de handel in luxeproducten. Zo ontstond
het kapitalisme: geld investeren in een onderneming.
Een zeereis naar Indië (Oost-Azië), was gevaarlijk niemand kende de route, nieuwe
ziektes waar niet voor beschermd waren en concurrenten. Veel kooplieden begonnen
een handelsonderneming om peper en fijne specerijen te halen.
Op initiatief van de Staten-Generaal werd daarom in 1602 de Verenigde Oost-Indische
Compagnie (VOC) opgericht. De VOC kreeg monopolie op de handel en nog meer
priveleges:
- Verdragen sluiten met vorsten
- Vestigingen bouwen
- Oorlog voeren
Het eigen vermogen van de VOC was verdeeld in aandelen, die elke Nederlander kon
kopen (dit is dus een voorbeeld van handelskapitalisme)
De VOC werd geleid door verschillende bestuurders en in de overzeese vestigingen een
gouverneur-generaal die de hoogste baas was.
In 1619 stichtte de VOC op Java het hoofdkwartier Batavia, en dwong de Molukse
bevolking om fijne specerijen alleen aan de VOC te geven.
De VOC was een echte multinational. Ze waren handelspartners met China, India en
Japan. De VOC wilde geen grote gebieden beheersen, want dat gaat ten koste van de
winst.
De handelsrelaties die Nederlanders en andere Europeanen over de hele wereld
aanknoopten was het begin van een wereldeconomie.
De handel op en rondom de Atlantische oceaan kwam ook meer opgang daarom: De
West- Indische Compagnie opgericht in 1621. Ze hadden factorijen aan kusten van
West-Afrika en Amerika.